‘Thuis is in jou of nergens’

Er wordt steeds meer gewandeld en in gelijke tred verschijnen er steeds meer boeken over wandelen, wandelroutes en Wanderlust. Leesvoer zoals De Camino en Het zoutpad lokken massa’s lezers naar toch al populaire wandelpaden, kleine boekjes zoals de reeks ‘Terloops’ van Van Oorschot vertellen ons wat schrijvers als Nelleke Noordervliet, Bregje Hofstede en Rob van Essen denken tijdens een wandeling. En nu verscheen Wandeling van Hermann Hesse, geschreven in 1917-1918, maar voor het eerst in het Nederlands vertaald. Het boek(je) is redelijk tijdloos in zijn bespiegelingen, maar ook behoorlijk (neo)romantisch – en in die zin niet vergelijkbaar met eigentijdse wandelliteratuur.

Hesse benoemt al in het eerste hoofdstuk het belang van zijn wandeltochten: hij is nomade, geen boer. ‘Ze mogen er gerust zijn, hoor, de boeren. Ze mogen er zijn, de mensen met een eigen huis, de honkvasten, de trouwhartigen en de deugdzamen. Ik kan gerust van zulke mensen houden, ik kan ze zelfs bewonderen en benijden. Maar ik heb mijn halve leven verspild door hun deugden tot de mijne te willen maken. Ik wilde iemand zijn die ik niet was.’ Hij spreekt van ‘het eeuwige verlangen naar verte’, het hunkeren naar avontuur, een beweeglijke ziel, dromen die onvervulbaar zijn.

Wat hij onderweg ziet, geeft aanleiding tot mijmeringen: bij een pastorie fantaseert hij dat hij ook wel pastoor zou kunnen zijn, boven op een pas ziet hij een waterplas en bedenkt hij hoe alle wateren van de wereld uiteindelijk weer samen komen en ‘versmelten in dezelfde voortvliedende wolken’. Bomen ziet hij als krachtige predikanten, ze spreken tot de wandelaar en vertellen hem: ‘Je bent bang omdat je pad je wegvoert van je moeder en van huis. Maar elke stap, elke dag brengt je net dichter bij je moeder. Thuis is niet hier of daar. Thuis is in jou of nergens.’ Oneliners die je zo op een backpack kunt zetten, naast zware gedachten die jonge kunstenaars in zelfkwelling zouden kunnen koesteren: ‘Je kunt geen vagebond en kunstenaar zijn, en tegelijk ook een burger en een fatsoenlijk en redelijk mens. Als je de roes wilt beleven, dan moet je de ellende erbij nemen.’

Had ik dit als tiener gelezen, dan had ik ermee gedweept. De verteller heeft het over de melancholie die in golven komt, het leven is soms wel erg zwaar, maar hij ziet ook altijd weer (op wandelingen) hoe mooi de wereld is. Mijn volwassen ziel haakt wel een keer af bij zo veel romantiek, maar literair is het desalniettemin interessant. Deze Wandeling van Hesse herinnert de Nederlandse lezer aan Slauerhoff en andere neoromantici. Elk hoofdstukje in proza wordt afgesloten met een gedicht – gedichten die me aan Nijhoff doen denken, hoewel minder vormvast. Vertaler en germanist Mark Rummens leverde mooi werk en voor de gedichten werkte hij samen met dichter Paul Bogaert. Die vertaling als geheel is (net als het origineel) puur en verfijnd. En dan zijn er ook nog de aquarellen van Hesse zelf, van kerkjes, bomen, bergen en huizen onderweg: fraaie, kleine afbeeldingen bij elk hoofdstuk die dit werk tot een perfect cadeauboekje maken.

In het nawoord lees ik dat non-conformist Hesse het goed deed bij de jongere generaties van de woelige jaren zestig en zeventig. Ik denk dat die avonturiers, zwervers en nomaden er in elke generatie zijn, maar het is de vraag of jonge lezers dit zeer lieflijk ogende boekje zullen oppakken. Misschien als leraren Duits het in het repertoire opnemen? In pakketjes met een Wanderlust-notitieboek? Het is in ieder geval een aanrader voor dromers en reislustigen.

Michelle van Dijk

Hermann Hesse – Wandeling. Vertaald door Mark Rummens, voor de gedichten in samenwerking met Paul Bogaert. Borgerhoff & Lamberigts, Gent. 128 blz. € 22,99.