Recensie: Ihsan Oktay Anar – Atlas van in nevelen gehulde continenten
De wereld als droom en voorstelling
De roman Atlas van in nevelen gehulde continenten, van de Turkse auteur Ihsan Oktay Anar (1960) kreeg in Turkije al snel na verschijning, in 1995, de status van cultroman. Nu, dertig jaar en vele herdrukken later, is die status ingeruild voor niets minder dan die van moderne Turkse klassieker.
Atlas van in nevelen gehulde continenten is niet makkelijk te typeren. Een raamvertelling over de culturele diversiteit van het historische Istanboel, met een complexe structuur van verhalen binnen verhalen, een historische avonturenroman met magisch-realistische trekken, een filosofische roman over de Ottomaanse confrontatie met Europees rationalisme, Atlas van in nevelen gehulde continenten is het allemaal en nog meer.
Het verhaal is, of beter: de verhalen zijn, een expeditie naar het koude noorden daargelaten, gesitueerd in het Istanboel van eind zeventiende eeuw. Na een periode van bloei en groei in vijftiende en zestiende eeuw was de zeventiende de eeuw waarin het Ottomaanse rijk in de greep van verwording begon te geraken, die zou voortduren tot en met de Eerste Wereldoorlog, waarna het de geest gaf.
Dat kolossale rijk werd door dynastieën van sultans bestuurd vanuit Istanboel, een stad die toen naast islamitische Turken ook veel Grieks-orthodoxe Grieken, Armeense christenen en joden herbergde, terwijl onder de inwoners van Groot-Istanboel volken van zo’n beetje alle handeldrijvende landen vertegenwoordigd waren, vooral in wijken ten noorden van de Gouden Hoorn, Galata en Beyoglu.
Belangrijkste van een stoet personages zijn Lange Ihsan en zijn zoon Bünyamin. Zij wonen in Galata, niet ver van de kade aan de Bosporus. Lange Ishan is in het bezit gekomen van een manuscript van een, in Stamboels-Turkse straattaal vertaald Frankisch werkje, geschreven door ene Rendèkâr. Die uitlegt hoe zijn methodische twijfel met mathematische zekerheid leidde tot de conclusie dat hij bestond. Spreek ‘Rendèkâr’ hardop uit en je hoort iets wat op René Descartes lijkt. Onder de indruk van de tekst, maar bevangen door twijfels neemt Lange Ishan een grote dosis van zijn slaapdrank en droomt dat hij er niet aan kan twijfelen dat hij droomt: ‘ik droom dus ik ben’. Het verwart hem dat hij droomt dat hij in de spiegel niet zichzelf, maar zijn zoon ziet. Na zijn ontwaken wordt hij door nieuwe twijfels overvallen: hoe kun je weten of de werkelijkheid die je ervaart echt is en buiten jou bestaat, of een ‘gedroomde werkelijkheid’ is en dus product van je geest? Als een echte solipsist kiest hij voor het laatste en dat sterkt hem in zijn besluit een wereldatlas samen te stellen van de wereld die hij droomt.
Bünyamin – de echte of de gedroomde, aan de lezer om uit te maken met welke hij te maken heeft – ontleent opdrachten, raadgevingen en kennis aan teksten en kaarten van de wereldatlas van zijn vader en beleeft zo hoogst merkwaardige avonturen, voortdurend terechtkomend in en ontsnappend uit hachelijke situaties. Aan vrijwel elk van die vertelde avonturen ontspruiten als takken aan een stam verhalen met en over andere personages, die soms in andere verhalen weer opduiken.
Vertaler Veronica Divendal heeft gelukkig een lijst van de belangrijkste personages toegevoegd. In haar nawoord wijst ze op literaire verwantschappen en inspiratiebronnen van Atlas van in nevelen gehulde continenten: T.E. Lawrence (die van Arabia) wiens De zeven zuilen van wijsheid ook werkelijk opduikt (Anar gebruikt meermalen anachronismen), Cervantes’ Don Quichotte en Tolkiens In de ban van de ring (‘In de ban van de munt’ zou een goede titel zijn van de tweede helft van Anars roman). Het als een streng gereguleerde en geleide onderneming opererende bedelaarsgilde waartoe Bünyamin gedwongen is zijn toevlucht te zoeken, doet denken aan de Driestuiversopera van Marlowe/Brecht en tegenover de sprookjesachtige, een Duizend-en-een-nacht oproepende sfeer van sommige verhalen staan verhalen waarin Europese wetenschap en filosofie betekenisvolle rollen spelen, zoals het verhaal waarin op macabere wijze de werking van Maagdenburger halve bollen wordt uitgelegd.
Op de schutbladen van het boek heeft De Arbeiderspers een kaart afgedrukt van het het zeventiende-eeuwse Konstantiniye (= Constantinopel = Istanboel). Voor wie er wel eens is geweest is dat handig, want de straten en straatjes van met name de oude stad van de zeventiende eeuw zijn grotendeels nog die van nu. Anar noemt vaak naam en toenaam van de plekken waar de personages zich bevinden of naartoe gaan en dan kan die kaart bijdragen tot een goed begrip van de tekst, zeker als je uit je geheugen nog beelden kunt putten van zulke plekken.
Kan Atlas van in nevelen gehulde continenten ook hier een cultroman worden? Dat betwijfel ik. In twintigste- en eenentwintigste-eeuwse Turkse romans speelt altijd de confrontatie van West-Europese literatuur met Turkse (Ottomaanse, Levantijnse, oosterse) verhaaltradities een rol. Zo ook en heel duidelijk in deze roman. Om cultroman te kunnen worden moeten de lezers met tenminste één been in de tradities staan, denk ik. Maar dat betekent niet, dat wat in deze roman door die traditie is gevoed, niet ten volle door Nederlandse lezers kan worden geapprecieerd.
Hans van der Heijde
Ihsan Oktay Anar – Atlas van in nevelen gehulde continenten. Vertaling en nawoord Veronica Divendal. De Arbeiderspers, Amsterdam. 300 blz. € 25,99.
