Recensie: Jan Wolkers – Zomerhitte
Deze recensie verscheen voor het eerst in 2005.
Stoere mannen, lekker wijven
Wat een mooie vrolijke billen op de omslag van het Boekenweekgeschenk. Van Jan Wolkers mogen we er ongegeneerd van genieten en dat belooft dus wat voor de inhoud. Hij vertelt zonder meer een vrolijk verhaal met veel bekende Jan Wolkers-ingrediënten erin, natuur, mooie hartstochtelijke vrouwen (lekkere wijven, zeg maar rustig), stoere mannen, expliciete seks, af en toe over godsdienstkwezelarij, soms wat kunst en dan is het alweer uit.
Als je er een beetje over nadenkt, stelt het verhaal niet al te veel voor, maar met een titel als Zomerhitte hoeft dat ook niet. Er is een fotograaf die op een Waddeneiland opdrachten uitvoert, die een mooie vrouw ontmoet waarvoor hij vooral valt omdat ze haar okselhaar niet scheert.
‘Ik vind het juist aangenaam om te zien. Zeer bijzonder,’ zei ik lachend. ‘Schilderachtig. Als fotograaf geniet je ervan.’
Die vrouw blijkt betrokken te zijn bij duistere zaakjes, er lopen ongure types op het eiland rond, er is een achtervolging, er vindt een moord plaats, er is een geheimzinnige man, Federici geheten, die er meer van schijnt te weten en uiteindelijk loopt het allemaal met een sisser af.
Misschien had Wolkers wel wat meer suspense zijn verhaal binnen kunnen schrijven, ik zat er eerlijk gezegd een klein beetje op te hopen dat die Federici een wat dubieuzer rol in het geheel zou blijken te spelen. Maar hij voelde daar allemaal niks voor, daar ging het hem niet om en wie weet heeft hij nog gelijk ook. Want het gaat er in dit boek om dat we een tijdje met Jan Wolkers mee mogen glimlachen om zoveel vrolijke vitaliteit en zoveel zorgzame betrokkenheid bij het leven.
Geen menging dus van bittere wanhoop, obsessieve seks en pijnlijke gekweldheid, die Wolkers’ vroege werk zo aangrijpend maakt, vaak zo zelfs dat het je pijn doet aan al je zintuigen. In dit kleine werk ligt de nadruk op een zoektocht naar schoonheid die hij op alle niveaus laat plaatsvinden. In het zeer kleine wanneer de fotograaf bijvoorbeeld voorbeeld ogentroost door een voorzetlens ligt te bekijken. Wolkers schrijft dan zo mooi mogelijk teder en intiem en het lukt hem zijn schoonheidsgevoel op ons over te dragen. Of je moet wel helemaal van steen zijn.
‘De meeldraden en de stamper leken danseressen die doordrenkt waren van nectar’ Je ziet Wolkers op zijn buik door de duinen glijden, kijkend, kijkend en nog eens kijkend.
Maar ook beschrijft hij fraai de schoonheid van het gruwelijke. De fotograaf wil de jongen van een uil fotograferen en laat zich de weg wijzen. Plotseling schiet de uil tevoorschijn en verminkt zijn metgezel, een jachtopziener, gruwelijk. Wolkers maakt hier een mooie scène van zonder dat hij zich in al te wilde metaforen laat gaan. Je ziet het voor je gebeuren, juist omdat deze gedreven schrijver het allemaal zo soberweg, maar precies noteert. En over de schoonheid van de seks weet hij ook weer een mooie mengeling van verheven erotiek en platvloers geneuk op de planken te brengen. ‘Ze kroop over me heen uit bed en gaf ondertussen een klapje tegen mijn lul.’ Ja, iedereen maakt het wel eens mee maar het zo opschrijven daar moet je Wolkers voor heten.
Kees ’t Hart
Jan Wolkers – Zomerhitte. CPNB, Amsterdam.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 4 maart 2005.
Lees ook de recensie van Frank van Dijl over dit Boekenweekgeschenk hier.

Het verhaal(tje) is lang geleden ook mooi verfilmd.