Deze recensie van Klare taal komt uit 2005.

Ongewone gewoonheid

Vroeger werd er wel geklaagd dat schrijvers zich in ver afgelegen en nauwelijks bereikbare ivoren torens bevonden waar zij boeken schreven die nergens over gingen. Terwijl de maatschappij sidderde van revolutie, schreven zij boeken over onbereikbare geliefdes die in revues dansten of, nog erger, over hun eigen onbegrepen dichtersziel. Er moest in boeken meer straatrumoer komen. De laatste tijd valt daar niet meer zo erg veel over te klagen.

Het werk van schrijvers als A.F.Th. van der Heijden, Rob Anker, Maria Stahlie en Arnon Grunberg barst van het rumoer en steeds vaker verschijnen schrijvers op de televisie met een mening over de actualiteit. Mij kan het nooit erg veel schelen waar een boek over gaat, als het maar een goed boek is dat mij zolang het duurt allerlei rare kwaadaardige of het liefste mooie illusies voor ogen tovert over mijn bestaan.

Richard Osinga schreef een roman vol straatrumoer. Zijn held is wetenschappelijk medewerker werker en bestudeert de poëtische grondslagen van de koran. Hij ontmoet een meisje van Marokkaanse afkomst, ze raakt zwanger en ze trouwe. Klare taal geeft een verslag van de gebeurtenissen gezien door de ogen van de held.

Osinga is er goed in geslaagd de valkuilen van een dergelijk straatrumoerboek te omzeilen. Bij hem geen expliciete verhandelingen over ‘de allochtoon’ en ‘de autochtoon’ en wat we allemaal moeten doen om ‘meer begrip voor elkaar’ te krijgen. Ook geen algemene beschouwingen over wat ‘de’ Nederlandse politiek op dit gebied zou kunnen bijdragen, maar een razendsnel, zeer laconiek verteld verhaal dat tussen neus en lippen door allerlei kwesties aanstipt zonder gelijk een sfeer van stress en moeilijkdoenerij op te roepen. Tja, Asma is zwanger, verdorie, zullen we het weg laten halen, we kennen elkaar nog maar zo kort, huilbuien, nee, we laten het niet weghalen, weet je wat, laten we gaan trouwen, maar dat vinden mijn ouders vast niet goed, nou, dan word ik wel moslim. Zo gezegd zo gedaan.

Osinga maakt er geen slapstick van, bij hem blijft dit gegeven verregaand gewoon, waardoor het toch weer ongewoon wordt. Uitvoerig schetst hij de rationalisaties, de voors en tegens, de ontmoetingen met de ouders en het moeizame samenleven dat er allemaal uit voortkomt. Dit is geen zoveelste jongen-ontmoet-meisje-boek waarin op de laatste bladzijde alles weer goed komt.

Bijzonder aardig getroffen is het aandoenlijk mannelijk egoïsme van de held ook al lijkt hij zich met volle kracht voor zijn vrouw in te zetten. Hij is niet in staat haar emotionele reactie goed in te schatten en blijft geloven in vormen van typisch mannelijke scheefpraat.

Osinga blinkt uit in een ongehoord concrete schrijftrant. Alles wat naar literaire taal zweemt, is uit dit boek weggehaald. Niks geen rare beeldspraak of gekunstelde beschrijvingen, precies zoals de titel belooft. Rechttoe rechtaan vertelkunst. Van dialoog naar dialoog, zonder lange beschouwingen of toelichtende praatjes.

Ze liepen lekker langzaam. Ze spraken over van alles, over haar tentamens, over zijn werk. Niet over de zwangerschap, niet over een mogelijk huwelijk. De omgeving was foeilelijk.

Zulk soort directheid dus. Maar daarbinnen bevindt zich in deze gewaagde roman wel degelijk een ontroerend verhaal waarin onbegrip, wanhoop, mededogen en verlangen naar geborgenheid de aandacht gevangen houden.

Kees ’t Hart

Richard Osinga – Klare taal. Querido, Amsterdam. 254 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 18 februari 2005.