Recensie: Rik Torfs – Waarheid
De waarde van subjectieve waarheid
Rik Torfs (1956) is emeritus-hoogleraar kerkelijk recht aan de Universiteit van Leuven, een universiteit waarvan hij tussen 2013 en 2017 rector was en was senator voor de Belgische christendemocraten. Hij is dankzij zijn vele optredens voor radio en tv een Bekende Vlaming en misschien zelfs wel Bekende Belg. In de vorige zin kunnen oorzaak en gevolg ook worden omgedraaid.
Torfs is ook schrijver. Van een twintigtal boeken, waaronder een roman. Eind 2025 verscheen van zijn hand Waarheid, een essay dat bestaat uit zeven deel-essays plus een inleiding en een slotbeschouwing.
Op dit moment – ik schrijf dit op 21 januari – moet ik mezelf onderbreken, want Torfs haalt ineens het nieuws van VRT NWS. VRT NWS heeft ontdekt dat Waarheid tenminste zeven onjuiste citaten bevat. Zo heeft Torfs enkele dichtregels geciteerd die afkomstig zouden zijn uit een gedicht van Leo Vroman. Die regels komen in dat gedicht echter niet voor. Als citaten gepresenteerde zinnen van Camus, Kierkegaard en Montaigne en nog anderen blijken in hun respectieve werken niet voor te komen. Ook met de literatuurlijst achterin het boek is nogal wat mis.
Torfs haalde enkele weken geleden ook al het nieuws, toen hij Petra de Sutter kapittelde. De Sutter, in 2025 gekozen tot rector van de Universiteit van Gent, bleek in haar inaugurele rede citaten van grote namen te hebben opgevoerd, aangeleverd door AI. Ze was er kennelijk niet van op de hoogte dat AI citaten uit een artificiële duim kan zuigen. “Pijnlijk en gênant”, zei Torfs daarover, suggererend dat er een ijdeltuiterig-academische neiging aan ten grondslag moet hebben gelegen om erudiet over te komen. De Sutter is inmiddels door het stof gegaan en heeft een aan haar verleend eredoctoraat teruggegeven.
Gek eigenlijk dat Torfs in de media kritiek spuide. Hij zal door die kwestie toch op zijn minst bekropen moeten zijn geweest door enige twijfels aan de juistheid van zijn eigen citaten. En even een paar hebben nagekeken (o jee …) en de uitgever hebben gebeld (‘sorry, te laat, de boeken zijn al van de pers gerold’). Wat doe je dan? In ieder geval de media mijden en over Petra de Sutters misstap de mond stijf dicht houden, zou je denken.
Torfs zegt dat hij voor Waarheid geen AI heeft gebruikt, uit het hoofd geciteerd heeft en dat zijn geheugen hem in de steek heeft gelaten. De literatuurlijst is op het laatste moment door derden samengesteld en heeft hij niet meer goed gecontroleerd. In een volgende editie zal dat allemaal zijn hersteld.
Over het boek. Quid est veritas?, Wat is waarheid?, die vraag stelde Pilatus aan de voor hem gebrachte Jezus, maar zonder het antwoord af te wachten, aldus Johannes in diens evangelie. Torfs opent Waarheid met zijn weergave van die passage uit dat evangelie.
Ook Torfs beantwoordt die vraag niet; hij beoogde met Waarheid niet een zoveelste deel toe te voegen aan filosofisch onderzoeken naar wat waarheid is en in hoeverre die in objectieve zin gekend kan worden. Hem gaat het in dit boek om subjectieve waarheid, of preciezer: om een positieve herwaardering daarvan.
‘Een feit is ook maar een mening’, ‘dat is jouw waarheid, ik heb de mijne’: we kennen allemaal die hoogst irritante dooddoeners, waarmee het wappiedom zich tegen hout snijdende kritiek verweert. Die hebben het begrip subjectieve waarheid een slechte naam bezorgt en dat is jammer. Subjectieve waarheid van het goede soort kenmerkt zich door aan alle kanten open te staan voor gesprek, aldus Torfs in de inleiding: ‘Het gesprek is de bedding, de waarheid is de rivier.’
Het eerste hoofdstuk, ‘Waarheid en gesprek’ gaat daar dieper op in en leunt zwaar op inzichten van Jürgen Habermas. In het tweede diept Torfs aan de hand van ideeën van Søren Kierkegaard zijn begrip subjectieve waarheid uit, maar niet zozeer in analytische zin, als wel door autobiografisch te laten zien hoe antwoorden op (subjectieve) waarheidsvragen zijn eigen leven bepaalden.
In de vijf hoofdstukken die volgen plaatst Torfs subjectieve waarheid in het perspectief van respectievelijk leugens, wetenschap, recht, kunst en religie. Over leugens: liegen kan goed zijn en – in mijn woorden, niet die van Torfs – een normatieve subjectieve waarheid dienen, waar de objectieve waarheid een kwaad dient.
Kunst is natuurlijk het terrein bij uitstek van subjectieve waarheid. Dat ‘de waarheid’ van en over kunst niet bestaat en ook niet kan bestaan weten we allemaal, maar ik denk dat de stelling ‘zonder gesprek geen kunst’ welhaast een objectieve waarheid is. Dat gesprek gaat Torfs graag aan; in Waarheid illustreert hij zijn voorkeuren met afbeeldingen van kunstwerken die hem na aan het hart liggen.
In de slotbeschouwing keert Torfs nog eens terug naar Habermas en diens theorie van het communicatieve handelen. Een gesprek is een goed gesprek worden als het Richtigkeit dient, dat wil zeggen: bijdraagt tot (de vorming van) gedeelde normativiteit. Waar alle deelnemers hun subjectieve waarheid inbrengen en bereid zijn die vatbaar te maken voor die van anderen, kan consensus ontstaan, die je intersubjectieve waarheid zou kunnen noemen.
Torfs hanteert in Waarheid een aangename stijl, schrijft zeer toegankelijk en kiest waar mogelijk liever een persoonlijke anekdote om iets te verduidelijken, dan een filosofische uitleg. Belangstellenden wordt geadviseerd te wachten op een tweede, gecorrigeerde editie.
Hans van der Heijde
Rik Torfs – Waarheid. Ertsberg, Antwerpen. 206 blz. € 24,99.
