Het is koud op de stelling van molen de Walvisch aan het Schiedamse Westvest. In het westen baden de havens in oranje vlammen van een lage zon. In het oosten sluit de hemel zich boven Rotterdam. Als de lucht met een onwaarneembaar zuchtje tot stilstand komt, houdt ook het kraken van de assen in de kapzolder op. Heel even. Het geluid welt meteen weer op: de wieken draaien terug. Wanwicht, zucht de molenaar, en geeft de wiek nog een slinger.