Recensie: Frank Westerman – Hotel de Wereld
Reizen en Twijfels
De ondertitel van Frank Westermans nieuwe boek Hotel de Wereld vermeldt ‘postkoloniale tragedies’ en dat belooft niet veel vrolijkheid. Toch valt dat wel mee. Het boek bevat veertien sinds 1985 verschenen artikelen, met tot slot één nog niet eerder gepubliceerd verhaal – als toetje, maar dan wel als een uiterst macaber toetje. De meeste artikelen hebben een – ruim gezien – geografische achtergrond gemeen; ze zijn allemaal gesitueerd in Midden- en Zuid-Amerika: o.a. Mexico, Cuba, Guatemala, Nicaragua, Honduras, Peru en Suriname. Twee artikelen zijn in Europa gesitueerd, te weten in Spanje en in België. Een handig kaartje voor in het boek maakt duidelijk welk artikel waar speelt.
Frank Westerman is een zeer productieve schrijver, door NRC ooit als ’de literator onder de journalisten’ bestempeld. Als journalist werkte Westerman in Belgrado voor de Volkskrant en als correspondent voor NRC in Moskou; als reisschrijver werd hem de Bob den Uylprijs toegekend (voor Een woord een woord, 2017); eerder was hij al genomineerd voor deze prijs voor El Negro en ik (2004). Toch is hij niet als schrijver begonnen; Westerman heeft Tropische Cultuurtechniek gestudeerd van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Maar al snel stak toch de wens op om te publiceren, al ging de ambitie in eerste instantie niet verder dan een artikel geplaatst te krijgen in een van de vele toenmalige literaire bijvoegsels, aangeduid met een of twee hoofdletters (PS, ZZ, Z), die door hem toen als ‘de eredivisie van de journalistiek’ beschouwd werden. Vol zelfspot beschrijft Westerman deze episode in zijn leven in het artikel ‘Alva, Alva, we houden van je’, waarin hij met een paar vrienden, met weinig geld en een rammelkast van een auto – op zich al een tijdsbeeld – Spanje doorkruist op zoek naar nazaten van de hertog van Alva.
Behalve zijn fascinatie voor Midden- en Zuid-Amerika leveren de verzamelde artikelen een fraai beeld van Westermans essentiële twijfel en verwarring over het werk als ontwikkelingswerker. Enerzijds zijn er de goede bedoelingen, maar ook de aan mode onderhevige dogmatische ideologieën in eigen land, anderzijds is er de praktijk in het verre land. De steun vanuit Nederland leidt soms tot steun aan dubieuze regimes, maar kan ook echt het leven van mensen verbeteren. Westerman beschrijft hoe in het Surinaamse Wageningen de betrokken Surinamers heimwee hebben naar hun ooit met hulp van Nederlandse ingenieurs tot grote bloei gebrachte Wageningen, dat deskundig werd gesloopt door Boutserse c.s., maar dat dit in het Nederlandse Wageningen veroordeeld wordt, als zijnde ‘koloniale nostalgie’. En ja, dat is nu eenmaal taboe. Voor de ‘postkoloniale tragedie’ in Suriname heeft men dan geen oog (en geen hart) meer.
De twijfel slaat al tijdens Westermans studie toe. Uitgezonden door zijn opleiding, als stagiair en later om onderzoek te doen, weet hij zich met zijn houding niet goed raad. Hier komt de jonge, westerse student, vol illusies en goede bedoelingen, om hulp te verlenen aan een doodarm land en zijn bevolking, en ziet dat zijn stagebegeleider in een villa in een rijke, westers-georiënteerd wijk woont, met een zwarte huishoudster die zo uit een Amerikaanse film vol stereotypen lijkt te komen. Alle zekerheden komen op losse schroeven te staan, ook door de verhalen die zijn stagebegeleider vertelt. De mensen voor wie hij gekomen is blijken niet altijd lieverdjes te zijn, soms zijn het zelfs moordenaars of kannibalen. Misschien, denkt hij, kwam het in de tropen ‘niet aan op wennen of aanpassen, maar op overgave’. Als hij ten slotte in Peru werkt aan zijn afstudeerscriptie, om de inheemse irrigatiemethodes te bestuderen (en, impliciet, om verbeteringen aan te brengen) woont hij tussen de dorpelingen, wat niet zonder gevaar is. Uiteindelijk concludeert hij in zijn afstudeerscriptie dat ‘het goed is zoals het is’, inmenging van buitenaf met moderne methodes (beton in plaats van leem, bijvoorbeeld) zou een grote verstoring van de gemeenschap tot gevolg hebben. ‘Dit was de curieuze uitkomst van mijn afstudeeronderzoek (…) waarmee ik tegelijk ook de zin van mijn vak in twijfel trok.’
In veel artikelen keert Westerman zich tegen de scherpslijperij van ‘revolutionaire’ organisaties als Lichtend Pad in Peru, een organisatie die een geschat aantal van 70.000 doden op zijn geweten heeft. Deze organisatie bleek een dependance te hebben op driehoog in de Brusselse wijk Etterbeek, waar de aimabel ogende volgeling een krant uitgeeft ‘in dienst van de onderdrukte massa’s in Peru’. Westerman confronteert hem met het lot van de loco-burgermeester van Lima die er voor had gezorgd dat alle kinderen in de hoofdstad elke dag een glas melk zouden krijgen. Ze was mateloos populair, tot Vrouw van het Jaar gekozen door de Peruaanse pers – niettemin werd ze van vlakbij doodgeschoten op een feest, in het bijzijn van haar kinderen. Waarom, vraagt Westerman. Ze vertraagt met haar actie de Verelendung, is de dogmatische uitleg. Een naschrift vermeldt dat deze Belgische Peruaan inmiddels in Brussel is overleden.
Gelukkig valt er ook wel eens iets vrolijks of opmerkelijks te rapporteren, zoals in het eerste deel van het anekdotische verhaal Panamericana, waar Westerman vertelt van een cafébezoek (en heel veel bier) samen met een oudere vrouw, die hem heeft aangesproken in het morsige motel waar hij verblijft, en een haar bekende jonge vrouw die blijkt te leven van smokkel in koraal, diamanten, televisietoestellen enz. Plotseling begint de oude vrouw in perfect Nederlands iets te zingen wat Westerman herkent als ‘daar was laatst een meisje loos’. Ze blijkt het geleerd te hebben tijdens een kort verblijf met haar ouders in Rotterdam toen ze acht jaar was.
Het boek besluit met een niet eerder gepubliceerd artikel, ‘Don’t drink the Kool-Aid’, over Westermans bezoek met reisbureau Wanderlust (!) aan Jonestown, de plek waar community leider Jim Jones zijn 900+ volgelingen vermoordde door ze natriumcyanide met druivensmaak te laten drinken. Moeders gaven het hun zuigelingen en hun kinderen. Onbegrijpelijk. Kool-Aid, oploslimonade, was het overduidelijk niet. De kleine groep die wilde vertrekken werd neergeschoten bij het vliegtuigje dat hun redding had moeten zijn.
Het is een wat zwart einde van een boek vol kleurrijke verhalen, soms anekdotisch, soms indringend, altijd prachtig geschreven. Het is mooi dat ze nu allemaal bij elkaar staan.
Thea Summerfield
Frank Westerman – Hotel de Wereld. ‘Wageningen, Suriname’ en andere postkoloniale tragedies. Querido Fosfor, Amsterdam. 279 blz. € 22,50.
