De onderstaande recensie van Doel: liefde komt uit 2005.

Kleine problemen

Vreemde boeken heb je toch en dat is natuurlijk ook zo mooi aan literatuur. Als boeken altijd hetzelfde waren, was er op het laatst niks meer aan en viel er weinig meer te peinzen over dit rare
kunstgenre. Neem deze kleine roman van Ingrid Baal, Doel: liefde. Ze vertelt een tamelijk gewoon verhaal over de zevenenveertigjarige schrijver Simon Heller die op een dag zijn stem kwijt is.

Wie is die Heller? Langzamerhand krijgen we zicht op deze enigszins teruggetrokken, voorzichtige en ook wel wat verdrietige schrijver. Op zijn jeugd, zijn ouders, de kostschool, zijn mislukte huwelijk en zijn vriendschappen. Baal zoekt het niet in sensatiegeschrijf. Als je het allemaal goed bekijkt, gebeurt er niet geweldig veel in het leven van Heller. Op de kostschool was het wel eens wat naar en was hij ook wat geïsoleerd maar tot kleine of grote misdaad leidde dat allemaal niet.

Eerlijk gezegd begon ik daar toch naar te verlangen, misschien omdat ik in mijn hart verzot ben op van die literaire clichés waarin op kostscholen iedereen homoseksueel is, de held het aanlegt met de vrouw van de directeur, van school getrapt wordt en daarna een literair meesterwerk schrijft waarmee hij de Nobelprijs verdient. Bij Baal blijft het bij kleine problemen die tot stemverlies leiden, maar dat gaat tegen het einde van het boek ook weer zomaar over.

Heller gaat op oudere leeftijd naar een psychiater en die weet het allemaal mooi te formuleren: ‘U mag niet veel van uzelf, u geeft de beperkende instantie in uzelf veel ruimte. Laten we een diagnose stellen en die meneer van wie u niet veel mag een inner supressor noemen.’ Heller is het daar mee eens, maar verder is hij niet van plan die supressor in zichzelf eens de wacht aan te zeggen. En dus kabbelt dit boek naar het voorspelbare einde waarin Heller in bed belandt bij ‘een opvallend geklede vrouw naar wie de mensen op straat keken.’

Het was merkwaardig maar bij deze roman heb ik tot en met het einde zitten denken: wanneer begint het nu? Wat is precies het probleem? Wanneer gaat die Heller eens iets ondernemen waarvan me de rillingen over de rug lopen? Wanneer trekt hij ten strijde tegen iets ongelooflijk onrechtvaardigs. Het spel komt maar niet op de wagen. Misschien had Baal zelf ook last van een innerlijke supressor die haar niet toestond een vuige, ranzige en laaiende liefdesroman te schrijven over een schrijver die zijn collega’s bedriegt, zijn ouders bedreigt en er ten slotte toch met de prinses vandoor gaat.

Het punt is niet dat Baal niet kan schrijven of niet weet hoe je een boek in elkaar moet zetten. Maar het ontbreekt aan dwangmatigheid. Er staan te veel rustige, bedachtzame zinnen in dit boek. ‘Het joggen was een geestelijke reiniging, een vernieuwingsactie, een verzoening tussen lichaam en geest. Ik wil helemaal geen verzoening in een boek. Ik hoor het liefste geschreeuw opklinken, een woedebui of een angstwekkende roep om aandacht. Geef mij de matrozen op de wilde vaart of het gekrijs van meeuwen boven de stortzeeën van de Antarctica.

Kees ’t Hart

Ingrid Baal – Doel: liefde. Augustus, Amsterdam.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 29 april 2005.