De onderstaande recensie van de bekendste roman van Jan Siebelink komt uit 2005.

Diepgrijpende woede

In de superieure en hartverscheurende roman Knielen op een bed violen kaart Jan Siebelink zijn oude thema van de uitlevering aan religie nog een keer aan. Wie hier niet door bewogen
wordt heeft een hart van steen. Hij neemt ons weer mee naar de omgeving van Arnhem, zijn eigen volkomen terecht tot mythe verklaarde geboortegrond en vertelt het leven van Hans Sievez, zoon van een arbeider en later hovenier in Velp. In het inleidende hoofdstukje zet Siebelink de toon:

Die golvende meestal blauwe streep vlak boven de dijk is de Veluwezoom: het beloofde land het land Kanaäns.

Maar dan moet het allemaal nog beginnen.

Het bijzondere aan deze roman is dat de schrijver niet achteraf een of ander zwartgallig beeld schetst van godsdienstverdwazing en wat dat voor een huisgezin betekent. Dat kennen we nu wel uit boeken van schrijvers als Maarten ’t Hart en Jan Wolkers. Hij kruipt in de huid van een jongen, later een man, een huisvader, een mens dus, die langzamerhand onder de bekoring raakt van een groep fundamentalistische protestanten en die zich daaraan niet meer weet te onttrekken.

Siebelink maakt ons medeplichtig met deze man. We staan niet langs de zijkant te kijken en te huiveren, maar we bevinden ons met de schrijver in het benarde hoofd van deze oorspronkelijk
vrolijke en nieuwsgierige jongen. Dat is het knappe. Laat ik zeggen: Siebelink creëert op voorhand geen afkeer voor deze jongen, en later man, zelfs niet voor de halvegare gelovigen in wier netten hij verstrikt raakt.

Hij schetst op gedempte toon de onafwendbare gang van ‘normaal geloven’, wat dat dan ook precies moge wezen, naar een geloofsbeleving die alle normaliteit van een huisgezin voorgoed bederft. Hoe langzaam zoiets gaat, hoe langzaam de logica ervan onafwendbaar begint te worden en hoe langzamerhand de echtgenote en de kinderen alle normale menselijke omgang schipbreuk zien lijden. En daar niets meer aan kunnen doen en vreemd genoeg niet meer willen doen.

Siebelink is erin geslaagd zijn intense en diepgrijpende woede over de onvermijdelijke Werdegang van deze man in een verbluffend zachte en intense roman te gieten, waarbij mij af en toe de tranen in de ogen schoten. En dat zit ’m ook in de sfeer van zijn vertelling. Zijn zinnen raken nooit verstrikt in een al te opgewonden toon. Ze klagen niet, ze steunen niet.

Kalm en beheerst zet hij alles voor ons neer, hij geeft ons de tijd alles tot ons door te laten dringen en hij staat niet van een afstandje ach en wee te roepen. Hij maakt geen cynische grappen, zet mensen niet te kijk, weet het zeker niet beter dan wie dan ook, maar laat in intieme beelden alles aan ons zien. Zo kan het gaan, zo ging het, zo moet het ooit gegaan zijn. Kijk maar goed en vergeet het niet. Dit is waar het in schrijven om moet gaan: kijken en niet willen vergeten. Siebelink beheerst de kunst het verschrikkelijke mooi en teder te maken, daarop berust vanaf het begin zijn schrijverschap. En met deze roman bereikte hij een absoluut hoogtepunt in onze literatuur.

Kees ’t Hart

Jan Siebelink – Knielen op een bed violen. De Bezige Bij, Amsterdam. 446 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 18 maart 2005.

Lees ook de recensie van Frank van Dijl over deze roman.

(foto Jan Siebelink knielend voor een bed violen © Dolf Verlinden)