Recensie: Maria Dermoût – De tienduizend dingen
Een naam die ongeluk oproept
Deze bestseller uit 1955 deed geen belletje bij mij rinkelen toen ik erover las in het januarinummer van het literaire tijdschrift Boekenpost. Dat komt waarschijnlijk doordat deze roman meer geprezen is in de VS dan in Nederland. In het artikel – over Indische romans, waaronder ook Orpheus in de dessa van Augusta de Wit – wordt gesteld dat het boek onder andere op de ranglijst prijkte naast Lolita van Nabokov.
De roman is gesitueerd op het Molukse eiland Ambon, waar auteur Maria Dermoût tussen 1910 en 1914 woonde. Het boek is opgedeeld in zes hoofdstukken die, met uitzondering van het laatste, afzonderlijk van elkaar gelezen kunnen worden. Het slothoofdstuk, Allerzielen, maakt het geheel rond en verleent betekenis aan het voorafgaande.
Het centrale thema is verlies, meer specifiek het verlies van een zoon: een autobiografisch element aangezien de zoon van de schrijfster jong in een Japans gevangenkamp stierf. ‘Moord’ noemt het hoofdpersonage, de moeder Felicia ‘van Kleyntjes’, deze gebeurtenis, even misdadig als de andere sterfgevallen die in de roman de revue passeren: een dienstmeid, een professor en een buurman, die allen om het leven worden gebracht. Ook deze verhalen zijn ingebed in Dermoûts leven, aangezien haar echtgenoot werkzaam was als gerechtelijk ambtenaar.
Verlies dus, van personen die sterven en die wegtrekken, maar ook van een periode, van de tijd vóór de Eerste Wereldoorlog, en vooral van een manier van leven. Een ‘vrouwelijke’ levenswijze, waarin politiek en kolonialisme ondergeschikt zijn aan het privéleven, aan de beleving van woning en tuin, aan sieraden, schelpen, kruiden en ‘de mooie la’. Een wereld van nijverheid en bijgeloof, van onmacht en overlevering aan het lot. Dit indrukwekkende borduurwerk vormt het sprekende en authentieke decor van de verhalen, in het bijzonder van het eerste en langste verhaal, dat draait om Felicia, die na een onfortuinlijk huwelijk met haar zoontje Himpie bij haar grootmoeder gaat wonen.
We lezen over een mysterieuze wereld met onderlinge verhoudingen en gebruiken die de gemiddelde lezer niet of nauwelijks kent. We begrijpen niet goed wat er gaande is, waarom de witte schelpensnoeren ongeluk brengen, en wat de betekenis is van de harpe Amoretschelp en de Slangensteen. Bijgeloof gaat hand in hand met de waardering voor het wetenschappelijke onderzoek van Georg Rumphius, de Duits-Nederlandse botanicus uit de zeventiende eeuw die de natuur van de Molukken in kaart bracht.
De titel verwijst naar een Moluks begrafenisritueel waarbij men de ‘honderd dingen’ opsomt waaraan de dode herinnerd wordt. Volgens Felicia zijn dat er echter veel meer, en zij vermenigvuldigt die honderd dingen met de honderd dingen van anderen, omdat er verbondenheid bestaat tussen wezens, flora en fauna en objecten. De doden zijn niet weg: zij verschijnen door de roman heen en keren aan het einde terug in een parade. Ook de zoon is aanwezig, met hem voert Felicia gesprekken:
Hij was niet alleen haar kind, hij was haar zo na, zo vertrouwd geweest, zij had hem die laatste tijd van zijn leven vooral zo goed leren kennen dat zij zijn antwoorden wel geven kon. Of het omdraaien: zij kon ook zijn vragen stellen en die beantwoorden, – maar wat had het met hem van doen?
Wat het zijn van een Indische roman betreft, laat Dermoût volgens Hella Haasse, die in 2008 een nawoord verzorgde, voor het eerst als niet-Indonesische ‘de stem van het land horen’, door het perspectief aan te nemen van de Javaanse assistent van de professor. Deze jonge man van adellijke afkomst beziet de westerling van binnenuit, en niet altijd in diens voordeel. Haasse schrijft over Dermoût: ‘Nooit sentimenteel of ‘hevig’ wist zij intuïtief de beelden, klanken en kleuren op te roepen die meer dan welk betoog ook duidelijk maken hoezeer zij hartstocht begreep in al zijn uitingsvormen.’ Zij noemt Dermoûts proza ‘zangerig’, en wijst op een ‘gevoelig en scherp waarnemingsvermogen’. Dit alles maakt dat de auteur, in een beeldende stijl en met een lichte ironie, een boek geschreven heeft dat het verdient in het spotlicht te blijven in het land van herkomst.
Rosanna Del Negro
Maria Dermoût – De tienduizend dingen. Querido, Amsterdam. 264 blz. € 21,99.
