Recensie: Sandrine Ekofo, Benjamin Goyvaerts, Paul de Moor – Kimia in het hart van Congo
Een ongemakkelijke geschiedenis over ons koloniale verleden
Hoe verwerk je 80 jaar koloniale onderdrukking in een kinderboek van 133 pagina’s? In Kimia in het hart van Congo slagen Sandrine Ekofo, Benjamin Goyvaerts en Paul de Moor daarin, door deze geschiedenis te verbinden aan het leven van Kimia, een meisje dat zes is als in 1885 de Belgen Congo met geweld koloniseren.
Sandrine Ekofo beschrijft het leven van Kimia, van meisje tot oudere vrouw, terwijl Benjamin Goyvaerts en Paul de Moor tussendoor een historisch en informatief kader schetsen.
Het is inmiddels een beproefd concept: een verhalende tekst, afgewisseld met informatieve teksten die het verhaal van een historische context voorzien. En het werkt. Want in 133 pagina’s krijg je een beknopt historisch overzicht van de geschiedenis van het koloniale verleden van Congo, terwijl het verhaal over Kimia ervoor zorgt dat de lezer zich kan inleven in hoe dat voor de oorspronkelijke bewoners van Congo moet zijn geweest.
Als het boek begint, is Kimia zes jaar jong. Het is feest in het dorp, want er komt een nieuwe leider. In hoofdstuk 1 schetst Ekofo het leven in een Congolees dorp in de jungle rond 1885, waar in harmonie wordt geleefd met de natuur. Dit vormt een schril contrast met het beeld van Europa, dat in hoofdstuk 2 wordt geschetst. Het is er koud en dat komt overeen met de mensen die er wonen en die ervan dromen om over Afrika te heersen, vanwege de grondstoffen die er te vinden zijn.
Ekofo schrijft over de hebzuchtige dromen van Europese leiders over Afrika:
Koortsachtige dromen zijn het, over grondstoffen als goud, koper en ivoor. Verhitte dromen over geld, geld en nog meer geld.
De illustraties van Shamisa Debroey, die iets tribaals hebben in hun lijnvoering, gaan mooi mee in dit contrast. De afbeeldingen van Congo zijn in warme bruintinten, terwijl de tekeningen waarmee Europa wordt verbeeld blauw en grijs van kleur zijn. Koud en afstandelijk. Daar kan niets goeds van komen. Er dreigt oorlog op het oude continent, maar Otto von Bismarck weet dit af te wenden, door Afrika te verdelen over zeven Europese landen. De Belgische koning Leopold II krijgt de volledige zeggenschap over Centraal-Afrika. Dat dit heel slecht nieuws is voor Kimia en haar volk, is bekend en wordt ook al heel snel duidelijk in het boek.
Het is geen gemakkelijke geschiedenis, die hier wordt verteld, maar wel een hele noodzakelijke en urgente. Er is te lang geen aandacht geweest voor dit deel van onze Europese geschiedenis. Het valt dan ook niet mee; het besef dat we onze welvaart hebben verworven door uitbuiting en onderdrukking van andere landen. De witte spoken, dat zijn wij. De oorspronkelijke bewoners van Europa. Kimia en haar vriendjes weten niet wat ze zien, als de eerste blanken hun dorp binnenlopen. Ze weten niet wat geweren zijn en begrijpen het nauwelijks als dorpelingen worden doodgeschoten:
Er klinkt een knal en nog een knal. Het hart van Kimia hamert als bezeten. Een dorpeling valt om. Een tweede en een derde vallen om. Er vloeit bloed uit hun borst en hun armen en benen schokken wild. Zijn die boze geesten uit de bedding van de rivier opgestaan?
Een afschuwelijke tijd van uitbuiting en ellende volgt, door veel te zwaar fysiek werk en door mishandeling; de Congolezen worden geslagen met gesels die gevlochten werden uit pezen van nijlpaardenleer. Ook in de informatieve tekst die volgt op dit fragment, lezen we erover. En ook over kogels, die alleen maar gebruikt mochten worden voor opstandige Congolezen en niet voor de jacht. Om te bewijzen dat ze niet gingen jagen met de kogels, moesten de soldaten van koning Leopold II de hand afhakken van een vermoorde Congolees. Omdat ze tòch wilden jagen, hakten de soldaten ook handen af van levende Congolezen.
Rubber wordt uit bomen getapt, voor banden van Dunlop. Koper wordt onder veel te zware omstandigheden gedolven in kopermijnen, voor elektrische kabels en draden in Europa, om stroom te geleiden en om lampen te laten branden. Er vloeide bloed voor onze welvaart.
Het is dan ook genereus van Ekofo, dat ze in haar boek ook wat plaats in ruimt voor blanken, die zich verzetten tegen dit schrikbewind. Of eigenlijk vinden we die informatie in de historische kaders van Goyvaerts en De Moor. Zij vertellen over de Britse
Alice Harris, die foto’s verspreidde over wreedheden begaan door de soldaten van koning Leopold II, en zo aandacht vroeg voor het lot van de Congolezen. En ze informeren ons erover dat rond 1900 steeds meer mensen in België en andere landen protesteerden tegen de manier waarop koning Leopold II de Congolezen behandelde. Maar ook over de zoo humaine, die rond datzelfde jaartal in veel plaatsen in het westen werden georganiseerd, waarbij in het geval van dit boek, Congolezen in kooien aan een westers publiek werden getoond.
En zo wordt Kimia ouder, in háár land waarin ze wordt onderdrukt en uitgebuit, maar waar ondanks alles soms toch nog een sprankje hoop is. Bijvoorbeeld als er een eerste opstand is, die onder andere geleid wordt door haar vader. Of als ze de liefde van haar leven ontmoet en kinderen krijgt. En als Kimia’s zoon Okito een geboren redenaar blijkt te zijn, die pleit voor de onafhankelijkheid van Congo, en opkomt voor zijn volk. Bovendien is hij bevriend met Lumumba, leider van de Mouvement National Congolais. Maar dan is er helaas nog een lange weg te gaan. Dat blijkt alleen al uit de benaming die de Belgen voor Congolezen zoals hij hebben: Een évolué, een geëvolueerde. Daarin schuilt juist zoveel racisme. In de woorden van Okito:
Een zwarte man in een zwart pak met wit hemd en zwarte das blijft voor hen een wilde in een zwart pak met een zwarte das.
Dit boek van Sandrine Ekofo, Benjamin Goyvaerts en Paul de Moor is buitengewoon belangrijk en zou een verplicht nummer moeten zijn op leeslijsten voor groep 8 en/of voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Voor gelijkwaardigheid moet je elkaars geschiedenis en culturele achtergronden kennen. En met elkaar in gesprek, bijvoorbeeld over roofkunst en over standbeelden van Koning Leopold II. Want is het nog wel wenselijk om standbeelden te laten staan van koningen die zoveel leed hebben veroorzaakt?
Kimia in het hart van Congo kan als boek een uitstekende bijdrage leveren aan gesprekken hierover.
Mariska Venema
Sandrine Ekofo, Benjamin Goyvaerts, Paul de Moor – Kimia in het hart van Congo. Met illustraties van Shamisa Debroey. Lannoo, Tielt. 135 blz. € 19,99.
