Onlangs uitte Joost Oomen kritiek op de CPNB naar aanleiding van hun keuze voor de auteur van het Boekenweekgeschenk: Peter de Smet. Aan de vooravond van de Boekenweek verschijnen er nu interviews met de auteur. In de NRC stelde Rinskje Koelewijn de vragen en natuurlijk kwam de kritiek aan de orde:

Op de radio zei Joost Oomen dat het een ‘ramp voor Nederland is’ dat jij het Boekenweekgeschenk schreef, want het is geen literatuur.
„Daar haal ik mijn schouders over op. Ik denk dat hij niet goed begrijpt waar het Boekenweekgeschenk voor bedoeld is, namelijk mensen naar de boekhandel krijgen. Ik denk niet dat je het lezen bevordert met ingewikkelde, vernieuwende kunst met een grote K. Kijk, er zijn heel veel mensen die met veel plezier mijn boeken lezen. Ze hebben gelachen, een traantje gelaten, ik heb ze een momentje geluk bezorgd. En toen het op televisie kwam hebben nog eens 2,5 miljoen mensen om mijn grapjes zitten lachen, dat zijn veertig uitverkochte Arena’s. Daar ontleen ik plezier aan.”

In de Volkskrant stelde Haro Kraak de vragen en hij citeert ook de kritiek van Oomen:

‘Daar haal ik mijn schouders over op’, zegt De Smet. ‘Er is altijd wel iemand die het niks vindt. Daar was ik op voorbereid. Mensen sturen het me door. Een lichte ergernis kan ik niet onderdrukken. Hij zal zelf wel een heel vernieuwende schrijver zijn met een heel klein publiek. Het is helemaal niet aan hem om te bepalen wat de waarde van het Boekenweekgeschenk is. Als hij kunst met een grote K wil promoten, moet hij dat op een andere manier doen.’ […] Het is zijn drijfveer ‘dat er heel veel mensen met heel veel plezier mijn boeken lezen’, zegt hij. ‘In de tv-serie gaat Evert dood, André van Duin dus. Ik zit voor de tv en realiseer me opeens: er zitten nu gewoon 2 miljoen mensen met een zakdoek in hun hand. Ja, dat zijn twintig Arena’s helemaal vol.’