85 jaar Februaristaking. De kracht van fictie

In februari 1941 kwamen vele duizenden Amsterdammers in verzet tegen de Duitse bezetter. Twee dagen lang staakten ze en legden het openbare leven plat. Hun protest tegen de jodenvervolging ging de geschiedenis in als de Februaristaking. De unieke volksopstand wordt nog ieder jaar herdacht bij het monument De Dokwerker. Journalist Elsbeth Etty herlas ooggetuigenverklaringen van de gebeurtenissen voor, tijdens en na de opstand, die hard werd neergeslagen door de nazi’s. De razzia’s na de staking kostten velen het leven.

In haar compacte, met contemporaine foto’s geïllustreerde boek gaat Elsbeth Etty alle gebeurtenissen op chronologische volgorde na op basis van veel verschillende bronnen. Ik noem er hier vier. Gerard Maas schreef in 1961 zijn Kroniek van de Februari-staking 1941 die volgens Etty de communisten nog meer eer geeft dan hen toekomt en die aantallen vaak overdrijft. Uiteraard citeert ze het standaardwerk van Lou de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. De Jong gebruikte op zijn beurt een gedetailleerd verslag van historicus Ben Sijes uit 1954. Sijes, een communist van Portugees-joodse afkomst had veel ooggetuigen gesproken, maar zijn boek is volgens Etty gortdroog geschreven. Ze noemt het ‘boekhoudersproza’ dat ‘pijn doet aan de ogen’. Nee, dan Februari, een trilogie van Theun de Vries uit 1962, ook een communist, maar vooral een begaafd romancier.

Februari behandelt in drie delen de gebeurtenissen van de wintermaanden van 1941. Bijna van dag tot dag beschrijft Theun de Vries hoe zijn personages reageerden op de aanvallen op Joodse winkels door de WA en de ellende van de tewerkgestelde werklozen die door de vorst hun inkomen verloren. In zijn epos figureren ‘gewone’ Amsterdammers en het Joodse proletariaat. De dappere metaal- en werfarbeiders, de trambestuurders, de Joodse boksers van Maccabi die een knokploeg vormen en aandoenlijke scholieren. De Vries vergeet ook de vrouwen niet, de echtgenotes van de werklozen en de meisjes van de Bijenkorf. Etty citeert een personage dat verrast opmerkt: ‘Het lijkt wel gek, Nelis maar je staat er vaak versteld van, wat vrouwen durven.’

Etty ontdekte dat Theun de Vries ter voorbereiding op zijn roman zelf interviews had gehouden met enkele ooggetuigen. Hij liet een sleutellijst achter met de namen van zijn personages en de namen van de Amsterdammers op wie hij zijn karakters baseerde. Als Etty een historische gebeurtenis beschrijft, laat ze aan de hand van verschillende citaten zien dat romancier De Vries de werkelijkheid soms dichter benaderde dan wetenschappelijke onderzoekers. Dat is interessant, maar haar parafraseringen lezen nogal vermoeiend, met al die namen tussen haakjes. De letterlijke citaten uit Februari zijn daarentegen inderdaad levendig.

Etty is duidelijk zeer onder de indruk van het werk van Theun de Vries en komt superlatieven te kort om zijn roman te prijzen: ‘Nog altijd kan ik niet met droge ogen lezen wat de in de roman door iedereen vereerde en (ook door mij als lezer) beminde jonge bokser werd aangedaan.’ Toen ze studeerde, werd ze door Februari verpletterd, schrijft ze.

De man droeg ertoe bij dat ik me aansloot bij de CPN en redacteur werd van het in november 1940 als illegale krant opgerichte communistische dagblad De Waarheid. […] Deze inleiding is geen verdediging van de CPN onzaliger nagedachtenis en evenmin rechtvaardiging achteraf van mijn 10 jaar durende lidmaatschap van die partij. Had een andere club de Februaristaking tot stand gebracht, dan was mijn bewondering ervoor even groot geweest.

Met haar boek heeft Etty twee duidelijke boodschappen. Zij begint met de vraag welke lessen er te trekken zijn uit de Februaristaking voor onze tijd. Was de prijs die de stakers en hun nabestaanden betaalden (te) hoog of was ‘deze onvolprezen dag’ een onmisbaar voorbeeld van morele moed? Ze probeert haar lezers te inspireren om, net als de stakers 85 jaar geleden, in verzet te komen tegen extreemrechtse partijen. Zij laat vooral zien wat de kracht van fictie is: ‘Waar Sijes en alle auteurs die zich op zijn studie baseren gebeurtenissen en feiten presenteren, verplaatst De Vries zich in de mensen die het lef hadden om in opstand te komen en maakt hij aanschouwelijk wat hen dreef.’ Met We moeten iets dóén betoogt Etty dat Februari net zo’n indrukwekkend monument is als De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein. Zij hoopt op een verfilming, zoals ook De Vries’ roman Het meisje met het rode haar is verfilmd. Dat hoop ik met haar mee, want daarmee inspireer je meer mensen tot verzet dan met een trilogie van 1300 pagina’s. Hoe magnifiek ook.

Petra Teunissen

Elsbeth Etty – We moeten iets dóén! Getuigenissen over de Februaristaking. Querido, Amsterdam. 238 blz, € 22,99.