De onderstaande recensie komt uit 2005.

Ondergang van een acteur

We maken in Meesterschap kennis met de leraar Nederlands Erik Huldiger die op zijn school een verhouding heeft met drie leerlingen tegelijk. Zonder dat ze het van elkaar weten. Uitvoerig en vaak geestig doet Wind verslag van hoe het allemaal zo gekomen is en het rare is dat je als lezer niet het idee krijgt dat die Huldiger de grootste schurk aller tijden is.

Wind maakt van zijn Don Juan niet alleen een cynicus, ja, dat ook, maar je blijft voor hem voelen, ook al omdat hij de verhoudingen op een school en zijn rol daarbinnen haarscherp doorziet. Hij weet wat er op een school voor voortgezet onderwijs te koop is en Wind neemt ons mee langs een heel stel mooie scènes in en rond de lerarenkamer van zo’n instituut waarin ik zelf ook een aantal jaren mijn partijtje mee heb geblazen. Wind kent het lerarenbestaan, dat is duidelijk, hij neemt er gelukkig niet al te veel afstand van en geeft ons allerlei inkijkjes in de debatten die daar
gevoerd worden.

Op die manier wordt Huldiger geen personage van bordkarton, je blijft met hem meeleven. De schrijver laat hem voortdurend over zichzelf reflecteren en toenemend beseffen dat al zijn handelingen uiteindelijk neerkomen op superieur toneelspel.

Erik had de vaardigheid ontwikkeld om zichzelf altijd in een rol te presenteren, of beter verborgen te houden. Hij hield ervan de wereld vanuit een schuilplaats te observeren. Zien zonder gezien te worden (…) Hij was niet zichtbaar en zag alles.

En verderop staat er:

Hij was wat er van hem verwacht werd. Verwachtte men niets, dan was hij niets.

Dit is het kernthema van deze overtuigende roman: hoe komen mensen ertoe zichzelf alleen nog te kunnen zien als dragers van een rol. Uitvoerig staat Wind stil bij de meisjes waar zijn held het mee aanlegt: hoe ze naar hem kijken, welke rol ze zelf menen te spelen in hun dubieuze relatie en wat er van hun verwacht wordt. Hij veroordeelt ze niet, maar schetst hun milieu, hun positie, laat ik zeggen hun wezenlijkheid in de wereld.

Dit laatste klinkt misschien dramatisch maar deze roman blijft in de grond verrassend licht van toon. Wind wilde zijn bedoelingen er niet al te zwaar bovenop leggen en dus onthoudt hij zich van al te zwaar aangezette morele oordelen over zijn held. Zijn roman is vaak genoeg zeer geestig. Hij zoekt het niet in opgelegde humor maar in kleine grappen die je moet willen zien en als je ze ziet kun je er veel plezier mee beleven. Zijn beschrijvingen treffen vaak regelrecht doel.

Erik kende niemand die uitdagender rondliep dan Annet. Ze had de mond van een trompettist, die naar zijn instrument gaat staan.

Ook nog bijzonder geestig als je bedenkt dat Annet haar leraar fraai en wellustig oraal weet te bevredigen.

Wind deinst overigens helemaal niet terug voor erotische passages en zo hoort het ook in een roman over uit de hand lopende lustgevoelens en wat daar allemaal bij komt kijken. En daartussen door strooit hij allerlei kleine, maar o zo venijnige opmerkingen over de huidige teloorgang van het onderwijs. Dit boek is een schot in de roos.

Kees ’t Hart

Harmen Wind – Meesterschap. De Arbeiderspers, Amsterdam. 336 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 8 juli 2005.