De neergang van een liefdesrelatie

Het liefdesleven van Hugo Claus was turbulent en had steeds grimmige trekjes. Geen enkele relatie stond louter in het teken van de liefde maar werd ook getekend door onmin, jaloezie en rancune. In de roman Het jaar van de kreeft had de auteur al op een vileine manier afgerekend met zijn minnares Kitty Courbois. Toen Hugo Claus een relatie kreeg met de veel jongere Sylvia Kristel, die net beroemd was geworden door de hoofdrol te spelen in de erotische film Emmanuelle, begaf hij zich op glad ijs. Liefde gaat deze keer gepaard met jaloezie, bezitsdrang en controledrift. Op zijn vraag of hij beklemmend is, antwoordt Kristel bevestigend en laat hem weten dat ze altijd verantwoording dient af te leggen. Zijn Parijs’ dagboek hield Claus bij nadat Kristel had opgebiecht bij het draaien van Emmanuelle II een affaire te hebben gehad met haar tegenspeler Umberto Orsini. Minnaar tegen elke prijs is bedoeld als stof voor een roman die er uiteindelijk nooit gekomen is. Claus formuleert het zo:

Sedert ik dit notaboek aanleg, zie ik meer, kijk ik beter. Dit is geen dagboek, waarde lezer na mijn dood, alleen een pense-bête, uitsluitend als voedingsbodem bedoeld.

Als gevolg van Sylvia Kristels succes ging ze samen met Claus, haar moeder en zus in een riant appartement wonen nabij Saint-Germain-des-Près in hartje Parijs. Haar moeder en zus zorgden voor Arthur, de zoon van Claus en Kristel. Uit de dagboeken die Claus bijhield gedurende de jaren 1975 en 1976 blijkt dat de geliefden genieten van het mondaine leven in Parijs. Er wordt geleefd met zwier en het geld stroomt rijkelijk naar cafés, restaurants, nachtclubs en kledij. Als Kristel alleen op stap gaat met de mensen uit de entourage van haar filmwereld komt de jaloerse kant van Claus bovendrijven. Claus schrijft:

Dit wordt het verhaal van een onredelijke, pietepeuterige, weke jaloezie. De momenten dat ik me er overheen zet, waarom zou ik niet met een hoer, een ontrouw, oppervlakkig wezen kunnen leven, zijn kort. Redelijkheid haalt het niet, er is een wee gevoel in de ingewanden, doorlopend. Maar als ik dit teveel laat merken, heeft zij, zoals nu al, de bovenhand, kent zij haar overmacht.

In de twee jaar geleden verschenen biografie over Claus van Marc Schaevers, De levens van Claus, is te lezen dat de auteur zich voortdurend een pose aanmeet, liegt, fabuleert en een mythisch verhaal over zichzelf vertelt. In Minnaar tegen elke prijs lijkt het erop dat het masker genadeloos afvalt. Claus lijkt doodeerlijk als hij schrijft over zijn dikwijls puberachtige jaloezie. De man wil weten waar Kristel heengaat, met wie en hoe laat ze thuiskomt. Hij staat zielig voor het raam te wachten tot hij de deur van een taxi hoort dichtslaan. Hij vraagt zich af waarom de badkamerdeur tegenwoordig dichtgaat. Als Kristel geen seks wil omdat ze menstrueert, wil Claus dat controleren. Maar hoewel het masker afvalt, moet ook rekening worden gehouden met de filter van de jaloezie waardoor Claus kijkt. Want bij de weergave van de neergang van de liefdesrelatie en de beschrijving van Kristels gedrag en karakter is Claus niet objectief. In het nawoord wijst Erwin Mortier er bovendien op dat Claus altijd, bewust of onbewust, aan het spelen is en dat dagboekschrijvers doorgaans niet uit zijn op een feitelijk relaas.

Het is bij nagelaten egodocumenten altijd de vraag of ze wel of niet moeten worden gepubliceerd. In Minnaar tegen elke prijs schrijft Claus bovendien erg openlijk, gedetailleerd en dikwijls platvloers over zijn seksleven. En dus ook over dat van Sylvia Kristel. Elke liefhebber van Claus’ werk zal dit boek willen lezen maar of deze postume dagboeken integraal dienden te worden gepubliceerd, is maar zeer de vraag. Het klopt dat de notities fascinerend, rauw, beklemmend en genadeloos zijn. Maar hoewel hier en daar een literaire passage staat, is een groot deel van het boek geschreven in korte zinnetjes en zelfs in een soort telegramstijl die weinig recht doet aan de auteur Claus. Na verloop van tijd gaat het boek dan ook wat vervelen. Of zoals op de achterflap te lezen valt: ‘We zien een schrijver aan het werk die zijn materiaal kneedt, maar waarbij de schrijver het steeds weer verliest van de gekrenkte minnaar.’

Kris Velter

Hugo Claus – Minnaar tegen elke prijs. Parijs’ dagboek. Prometheus, Amsterdam. 248 blz. € 24,99.