Recensie: Julien Staartjes – Twijfelwond
Een handreiking
Beste Julien,
Lang heb ik getwijfeld of ik mijn eigen generatie wel moest recenseren. Hoewel ik diep van binnen ook wel weet dat het onzin is, gaat er voor mij toch nog altijd iets niet helemaal kosjer uit van een schrijver die een andere schrijver de les probeert te lezen, zeker als die schrijvers min of meer in dezelfde fase van hun carrière zitten. De titel van jouw debuutroman, Twijfelwond, trok me uiteindelijk toch over de streep. Waar was al die angst, al die twijfel, immers goed voor? Wat was het ergste dat er kon gebeuren? Bovendien vond ik het beeld intrigerend. Als onze generatie ergens van beschuldigd wordt dan is het wel twijfelen, maar ik kon me eigenlijk niet voorstellen hoe iemand daar een wond aan over zou kunnen houden. In jouw roman gebeurt het gewoon. Sallie steekt haar vriend Tom met een keukenschaar in zijn buik. Een fascinerende openingszet die direct om uitleg vraagt. Hoe kan twijfel haar zover gedreven hebben?
Alleen beginnen je stukken na die opening al snel ongewone en ongeduldige bokkensprongen te maken, die ik maar moeilijk kon volgen. Waarom wordt Salie, in deze toch wel uiterst verdachte omstandigheden, niet op zijn minst door de politie als verdachte ondervraagd? Begrijpt Tom echt niet dat je na een steekincident niet gewoon direct weer aan het werk kan? En heeft hij ooit van het concept wondontsmetting gehoord? Volgens mij hadden veel van zijn problemen daarmee verholpen kunnen worden.
En waarom is er nog een derde hond in dit kegelspel? Wat probeer je met Ferdinand te vertellen dat je nog niet met je andere personages verteld kreeg? En begrijp me niet verkeerd, hij is misschien wel mijn lievelingspersonage. Er hangt iets luchtigs, een soort Weense air, om hem heen, wat het prettiger over hem lezen maakt dan over de wel erg strenge ernst van die andere twee. Maar in de kern had hij ook gewoon een randpersonage kunnen zijn en blijven. Of zie ik iets over het hoofd?
Hoe meer ik van je las, hoe meer ik behoefte voelde om je verhaal kleiner te maken. Om het terug naar de kern te willen brengen. Het leek alsof je alles en iedereen in dit boek hebt willen stoppen. Van hoe je een boekenkast verhuist tot de wereldproblematiek tot hoe de prestatiemaatschappij op millennials doorwerkt en dan weer terug naar hoe je een lekker ontbijtje in elkaar flanst: ‘Hij doet een bodempje bevroren blauwe bessen in een kom en zet die in de magnetron. Een minuut dertig. Twee lepels kwark. Roeren. Hij zet thee.’
Ik bewonder die verteldrift ergens wel. Ik bewonder hoe je zinnen als ‘Een koude wind stak op in Toms hart.’ of ‘Wat dacht je van een een lul zo groot als de Donau Tower?’ op durf te schrijven en dan ook nog eens durft te laten staan. Ik bewonder hoe je de schoonheid van een meisje gewoonweg durft te beschrijven met de simpele observatie: ‘Ze was zo mooi.’ Hoe je te koop durft te lopen met je kennis van het Amsterdamse stratenplan, de Oostenrijkse keuken en de hipste feministische theoretici. Er gaat een ongedwongenheid vanuit die ik mezelf in mijn eigen schrijven nooit heb durven veroorloven en die ik misschien daardoor ook moeilijk te verkroppen vond. Ik miste een uitnodiging om met je mee te kunnen denken. Om de leemtes zelf op te mogen vullen. Alles was al dicht gestuukt en ingemetseld. Ik zocht naar aarzelingen en hiaten, twijfels zelfs misschien, maar botste al gauw op de muren van een wel zo zelfverzekerde verteller dat die niet eens door lijkt te hebben dat zijn lezer allang is afgehaakt.
Of zie ik het verkeerd en is deze roman met evenveel twijfel en angst tot stand gekomen als het boek van Sallie dat in jouw boek doet? Is die zelfverzekerdheid slechts een pose die nodig is om wat daaronder ligt te verbergen? Misschien vandaar deze brief. Om die mogelijk op zijn minst open te houden en je ondanks alles toch de hand te reiken. Ik luisterde onlangs naar een podcast waarin iemand suggereerde dat millennials er niet goed aan zouden doen om nog meer zelfkennis te vergaren, om nog dieper in zichzelf te gaan zitten graven, maar er juist actief werk van zouden moeten maken om terug met anderen samen te komen. Dat pas wanneer ze andere mensen, fundamenteel onkenbare en oncontroleerbare wezens, daadwerkelijk terug hun leven binnen durven laten, ze ook iets van hun existentiële eenzaamheid opgelost kunnen krijgen.
Bij deze een eerste poging dus. Ik wens je veel oprechte gesprekken en onverwachte ontmoetingen toe. Mocht je behoefte hebben aan dialoog, dan weet je me te vinden.
Met vriendelijke groet,
Jonathan van der Horst
Julien Staartjes – Twijfelwond. De Arbeiderspers, Amsterdam. 304 blz. € 22,99.
