Cultheld Pugliese

Er zijn auteurs die hun oeuvre bewust klein houden, zich afkeren van het ‘literaire leven’, bijvoorbeeld na het schrijven van een roman die door de lezers, de critici wordt gekenschetst als een meesterwerk. Ze trekken zich terug, onder het motto ‘ik heb mijn zegje gedaan, genoeg is genoeg’. Waarom zou je ook gaan concurreren met je eigen werk. Wellicht speelt er ook een angst mee om teleur te stellen. Twijfel is de basis van kwaliteit. Het zou zomaar kunnen zijn dat een nieuw werk niet hetzelfde niveau haalt, de mythe ontkracht.

In elk geval levert het een schare op van smachtende volgers. De Italiaanse schrijver Nicola Pugliese (1944 – 2012) verpletterde met de cultroman Malacqua en bleef na het succes permanent stil. Een kleine Napolitaanse uitgeverij – zie daar het nut van de zelfstandige, gepassioneerde uitgeverijen – wist hem toch zo ver te krijgen om acht verhalen te publiceren onder de titel La Nave Nera. Het zwarte schip vergroot de mythe, is een verzameling van acht op verschillende manieren aan elkaar gerelateerde een beetje magisch-realistische verhalen, die niet alleen opvallen door de ‘loop der dingen’ maar ook door de verrassende, originele vorm. Ze zijn opvallend fris – de vertaling van Annemart Pilon zal daar ook debet aan zijn.

In het titelverhaal wisselen getuigenverslagen van een mysterieus zwevend schip in de haven van Napels elkaar naadloos af. ‘Als een teken van voorbestemming? Als voorgevoel dat vaart krijgt in de stilte?’ Pugliese weet op een of andere manier de verschillende stemmen heel natuurlijk in die van de verteller te verweven, gebruikt, als ze al voorkomen, heel originele metaforen. In films voel je je als kijker een voyeur wanneer een acteur je direct in de camera aanspreekt. Bij Pugliese past het bijzonder goed, word je extra in de scenes, in de verhaallijn betrokken.

De zelfspot van de verteller is aanstekelijk. De vooruitwijzingen zetten op het verkeerde been. De details, de bijzinnetjes worden juist door de achteloosheid waarmee ze worden gebracht tot grote waarheden gebombardeerd. De vrouw die het schip heeft gezien gaat vroeg de deur uit om boodschappen te doen. ‘En ook vanwege het feit dat je vroeg de deur uit gaat als je op een bepaalde leeftijd bent, steeds vroeger totdat de dood komt…’

In het openingsverhaal komt ook de tienjarige Alfonso aan het woord. Direct verandert de toon, wordt de verteller zelf weer een dergelijke jongen, aandoenlijk, een kind dat nog in volwassenen gelooft, dat de fascinerende verhalen van een grappende bezoeker nog letterlijk neemt en in de vroege ochtend met een knapzak klaarstaat om op een paard naar India te vertrekken. De teleurstelling, het ontbreken van ‘de moed om echt te vertrekken’ bij de volwassenen wordt Alfonso in één klap duidelijk. Een bewustwording van de ‘echte wereld’. Terwijl het ongewisse over het zwarte schip, symbolisch voor het ongewisse over het leven zelf, sinds die dag het leven van alle bewoners vergalt.

Een persoonlijke favoriet is het verhaal over de nieuwe agenda. De protagonist Paolo lijkt de enige te zijn bij wie de dag van het Hoogfeest van Maria verkeerd vermeldt staat. Hij belt rond naar collega’s die ook zo’n bedrijfsgeschenk hebben gekregen. Het is oudejaarsdag en Paolo wil geen aannames doen, maar wil tot de kern komen. Is het komende jaar misschien hetzelfde als het afgelopen jaar. Is er geen progressie. Is de oudejaarsavond het eindstation? Is het allemaal groter dan hijzelf. Pugliese weet meesterlijk de ‘grote levensvragen’ op luchtige wijze te verpakken in een op het oog vrij onschuldig verhaal. Niet belerend, niet wijsneuzerig, maar invoelbaar.

De acht verhalen in Het zwarte schip zijn eigenlijk kleine romans op zich waarin het absurde dagelijks wordt gemaakt en daardoor weer fabelachtig. Pugliese goochelt als een ware tovenaar met vorm, feit en fictie, gebruikt dan weer het Droste-effect, een frappe, maakt een verhaal rond, spreekt dan ineens weer de lezer aan, zodat je je ergens betrapt voelt. De man die zijn vader vermoordt omdat deze tegen hem zegt dat hij nooit een waarachtig vrij man zal zijn, dat er altijd een muur zal zijn die hem de weg verspert. Een gotspe door Pugliese tot in detail uitgewerkt, die beklemt, die herkenbaar is. Een vrijheid die we allemaal wensen, maar die ergens onbereikbaar is. ‘Vrijheid die zo vrij is dat je haar niet eens kunt aanraken. Je haar inbeelden evenmin.’ En dat slaat Pugliese je zomaar ineens weer om de oren, spreekt de lezer aan. ‘jullie zitten als een tijdje te lezen, toch? Beter geen misbruik maken van andermans geduld.’ Ontnuchterend en verdiepend tegelijk.

Nicola Pugliese is een mythe. Het is een doodzonde dat er niet meer werk van hem voorhanden is. De lezer zal het moeten doen met Malacqua en Het zwarte schip. Fantaseren over wat had kunnen zijn, staat natuurlijk vrij.

Guus Bauer

Nicola Pugliese –Het zwarte schip. Vertaling Annemart Pilon. Van Oorschot, Amsterdam. 96 blz. € 20.