De essentie van gemis

Het is niet verwonderlijk dat wanneer je op een podium figureert, in het geval van Vrouwkje Tuinman en F. Starik in de literatuur, een wereld bij uitstek vol met zwaaihaaien en alternatieve agenda’s, waarin oprechtheid ver te zoeken is, niet zelden zelfs als verdacht wordt gezien, je je met een zekere regelmaat terug moet trekken om het hoofd weer ‘stil te krijgen’, het liefst op een locatie alleen bij echte intimi bekend. Mensen die weten dat je het een gruwel zou vinden om op je geheime retraite gestoord te worden. Jij ook hier, leuk?! Je zou je om minder van de lavarotsen werpen.

Zeven jaar na het thuis dood vinden van haar partner F punt Starik is Tuinman weer voor het eerst teruggekeerd naar dit gezamenlijke oplaadpunt. In de onvolprezen reeks Terloops van uitgeverij Van Oorschot – een wat formaat en inhoud betreft fijne wandelreeks, die ook uitblinkt vanwege de terloopsheid waarin tijdens de beschreven tochten met herinnering wordt gewerkt – zwerft zij in Ons geheime eiland opnieuw over hun hide-out, het Canarische La Palma, worstelt met de vraag of ze over Starik in de tweede of derde persoon moet schrijven, moet denken, of een wij-vorm op dat moment nog gerechtvaardigd is.

De plots achtergelaten mens is een eiland. Een eiland van verdriet, van gemis. La Palma zelf was kort daarvoor getroffen door een eruptie, de wereld in totaliteit door de pandemie. Een parallel die past bij de beleving, bij de woestenij van degene die achtergebleven is, een soort meta-metafoor.

Omdat we allebei altijd bang waren te laten te zijn, het vliegtuig te missen, nooit meer thuis te komen, vingen we ook die laatste keer de tocht vroeg aan en volbrachten hem opgelucht, omdat we nog geen draaiende motor hoorden. Jij stak geen sigaret op want dat mocht niet meer van de dokter. We keken nog één keer naar de zee.

In een van deze aanvangsalinea’s ligt de pijn van het verlies, van het te verwachten verlies, de angst voor het onheil, het achteraf bevestigde slotakkoord op schijnbaar lichte toon besloten. Tuinman vraagt zich af of daar ‘hun samenzijn’ , het verbond is achtergebleven. Of ze in feite nog steeds op die stoffige hoek staan, daar opnieuw kunnen opladen.

Al sinds de helft van die ‘we’ overleed, in maart 2018, adresseer ik die in alles wat ik publiceer, en trouwens ook in het meeste wat ik niet publiceer, als ‘je’. Ik ga in discussie met die “je” of vertel er op z’n minst van alles aan.

Al sinds het overlijden van stads- en uitvaartdichter (en zoveel meer) Starik aan een hartstilstand heeft Tuinman via de webcams van het autoverhuurbedrijf op La Palma het wel en wee op het eiland gevolgd. La Palma dat in Ons geheime eiland met alle plekken, vergezichten, inkijkjes en rondgangen fungeert als een derde hoofdpersoon. Als een aanjager ook voor Tuinman, voor het leven na het overleven.

Het verblijf op het eiland was een arbeidsvoorwaarde, geen ‘ervaring’ waar naartoe geleefd moet worden, zoals mensen die uitsluitend leven voor de uitjes, voor de weekendjes weg, de vakanties, waarin vooral veel gedaan moet worden. ‘Het dagelijkse leven lijkt ruis tussendoor.’ Juist omdat het voor de twee eerder andersom is, het verblijf een ‘zijn zonder moeten’ is, moet een bezoek alleen aan La Palma bijna onmogelijk zijn, een kwelling.

Het is vrij ignorant om aan een achtergeblevene te vragen of de winterse bezoekjes aan La Palma wel gewoon doorgaan, na het overlijden van iemand waarmee je dat ‘zijn’ hebt gedeeld. Het vrij zijn is in dat geval iets wat heel particulier is. Tuinman weet niet of er nog iets van over zou zijn zonder hem. Het juist niet naar La Palma gaan houdt de mogelijkheid van de ‘gezamenlijkheid’, van die speciale aparte entiteit nog open. Het voorwenden van vliegangst, de pandemie en een vulkaaneruptie zijn mooie uitvluchten in dat geval.

Maar juist door na zeven jaar weer terug te gaan, zie je in de tekst kleine flinters hoop, zijn er soms momenten van draagbaarheid. ‘De laatste jaren heb ik dus zelfs dingen gemist waarvan ik het niet wist.’ Maar tijdens de beschreven wandeltocht – die normaal op de planning stond bij slecht weer, maar die nu door het ontbreken van het ritme ook bij mooi weer gedaan kan worden – zijn er toch steeds weer gemiste kansen. Tuinman noteert invallen ‘namens hem’.

Maar evengoed eet ze in een tentje waar ze samen niet zijn geweest. Maar ze besteld er wel dingen die Starik nooit zou kiezen. (De pandemie en de vulkaanuitbarsting waarvan het eiland zich herstelt heeft hij ook niet meegemaakt. Het is hoe dan ook een andere eiland geworden.)
Tuinman stipt nog even verschillende rouwmodellen aan, die en vogue zijn. De bekende van Kübler-Ross bijvoorbeeld, die met de fases woede, ontkenning, onderhandelen, depressie, en aanvaarding. Alsof het strikt zo werkt, die chronologie bindend is. ‘In het echt ga je op en neer tussen de fases, vooruit en weer terug, met weinig subtiele schakelingen en flinke slijtage aan de versnellingsbak.’

Psychologen Margaret Stroebe en Henk Schut hanteren het duale procesmodel, rouw als slingerbeweging tussen verlies en herstel. Twee eilanden waartussen je heen en weer vaart. Het ‘gezonde proces’ zit in de afwisseling tussen beide kanten.

Tuinman heeft met Ons geheime eiland haar eigen subtiele model, haar ‘methode’ gecreëerd. ‘Op het ene eiland is hij een jij, op het andere ben jij een hij.’ Wanneer Tuinman teruggaat naar het vliegveld, komt de dualiteit gruwelijk pijnlijk naar boven. ‘Net als altijd ben ik te vroeg, vrees dat er iets gebeurt waardoor ik nooit meer thuiskom, hoop ik dat er iets gebeurt waardoor ik nooit meer thuiskom.’ Bam, de essentie van gemis. Ons geheime eiland, een fijnzinnige wandeling van het hart, van het gemoed.

Guus Bauer

Vrouwkje Tuinman – Ons geheime eiland. Van Oorschot, Amsterdam. 70 blz. € 13,50.