Bij de catastrofale uitreiking van de Socratesbeker

Volgens mij schreef Arnon Grunberg eens dat schrijvers geluksvogels zijn, omdat zij tenminste nog iets van hun ongeluk kunnen maken. Zo voelde ik mij afgelopen woensdag tijdens de uitreiking van de Socratesbeker 2026. De enige reden waarom ik niet met stoelen ben gaan gooien, is omdat ik dacht: als ik rustig de rit uitzit kan ik een reportage schrijven. De avond waarop Vrouwen in duistere tijden van Alicja Gescinska verkozen werd tot het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek van het voorgaande jaar was in een vloek en een zucht voorbij, maar in de tussentijd was alles misgegaan. Voor het dramatische effect en omdat ik de uitreiking iedere nacht druipend in het zweet herbeleef, geef ik de gebeurtenissen in de tegenwoordige tijd weer. De binnenkomst sla ik over, want dat gebeurt in mijn nachtmerries ook. Ik zit echt vast in die ruimte.

De eerste spreker van de avond, wier naam ik niet noteer omdat ik niet van plan ben een reportage te schrijven, vangt aan met de mededeling dat ‘het’ helaas anders is gelopen dan iedereen gewild had, door het bericht van vanochtend. ‘Misschien twijfelde u wel of u nog wilde komen,’ spreekt de vrouw ons toe. Huh? Heb ik iets gemist? Heeft Trump toch Iran opgeblazen? Is de benzineprijs nu echt onbetaalbaar? Blijkt uit onderzoek dat Socrates grensoverschrijdend gedrag heeft gepleegd? Ik kijk om me heen, maar de personen links en rechts van mij hebben ook vragende blikken. Wat een eigenaardig begin van de avond.

De vrouw draagt het stokje over aan filosofe Marjan Slob, die de genomineerden zal gaan interviewen voordat de winnaar bekend wordt gemaakt. Slob begint óók meteen te zeggen dat het helaas anders is gelopen dan iedereen gewild had en dat ze daarom maar een willekeurige interviewvolgorde aanhoudt. Ik begin narrig te worden: zeg niks óf zeg wat er aan de hand is, goddomme. Maar wacht eens, waar is genomineerde René ten Bos? Is hij dood?

Nee, Slob vertelt dat hij op het laatst niet meer kon komen. Heeft dat te maken met de gebeurtenis van vanochtend? Raadsels, raadsels; de filosofische insteek van de avond wordt op ongekende wijze doorgetrokken. Slob doet uit de doeken dat ze maar héél weinig tijd heeft voor de interviews. Over precies dertig minuten moet de avond voorbij zijn, dus ze krijgt vijf minuten per persoon, stipt. Het schema is erg strak, voegt ze toe. Hoongelach in de zaal. Genomineerde Kristien Hens slaat plotseling haar eigen bril van haar neus. Het pootje is onderweg naar de uitreiking afgebroken.

Slob wil laten blijken dat ze het ook niet eens is met de micro-interviews is en daarom zegt ze in het vervolg steeds dat ze nog vijf minuten heeft, nog drie, nog één vraag… Ik word er bloednerveus van. De gesprekken hebben vanzelfsprekend amper diepgang, al proberen Slob en de genomineerden er het beste van te maken. Als shortlister Roel Meijvis een wedervraag stelt aan Slob, geeft die aan geen tijd te hebben om een antwoord te formuleren. Het is maar goed dat Socrates dood is.

Wanneer Slob bij Alicja Gescinska is aanbeland, komt dan eindelijk de aap uit de mouw: vanochtend is per ongeluk in de nieuwsbrief al bekendgemaakt dat zij gewonnen heeft. We applaudisseren. Gescinska is gelukkig. Ik vraag me af of de organisatie hier denkt dat iedereen een nieuwsbrief leest.

De persoonlijke interviews zijn voorbij en Slob stelt één algemene vraag aan de genomineerden, waarvoor ze – jawel – ‘precies vijf minuten’ heeft. Ik ben met mijn voet aan het wippen, neem ik waar. De vraag gaat over verwondering. Hens geeft een mooi antwoord, maar zegt ook dat de wereld in brand staat. Ik ben haar dankbaar voor die frase, want zo kan ik die weer afstrepen van mijn literaireavonden-bingokaart. Genomineerde Victor Gijsbers voelt zich soms de enige die zich verwondert dat we over benzineprijzen lezen terwijl er in het Midden-Oosten mensen worden vermoord. Slob zegt dat hij zeker weten niet de enige is, en vraagt iedereen in het publiek die dat ook wonderlijk vindt de hand op te steken. Drie mensen doen dat en ik haat ze.

Na de (on)nodige verwarring blijkt dat Slob van het podium af moet en de genomineerden mogen blijven zitten. Slob heeft er uitgehaald wat erin zat, en dat was bijna niets. Ze maakt plaats voor juryvoorzitter Paul van Tongeren, die stelt dat het goed gaat met de publieksfilosofie omdat er afgelopen jaar meer titels zijn uitgegeven. Dat kwantitatieve argument stelt me bij een filosoof toch net iets meer teleur. Van Tongeren geeft aan geen tijd meer te hebben gehad om na vanochtend het juryrapport te herschrijven, alsof een voortijdige bekendmaking het gehele juryrapport op zijn kop zou zetten. Ik vind het een sterk juryrapport, dat de toehoorder meeneemt in de overwegingen van de jury. Het is dan ook het enige onderdeel van de avond waar waarschijnlijk wel de tijd voor is genomen. Gescinska wordt uitgeroepen tot winnaar en ontvangt een wisselbeker. In het publiek heerst maar weer eens onduidelijkheid: is de avond voorbij? Hij heeft 25 minuten geduurd.

Plots komen van beide kanten medewerkers aangelopen met glaasjes cava op een rond dienblad. Ze beginnen bij de voorste rijen. De mensen op de stoelen geven de glazen aan elkaar door als hete worst. Ter hoogte van de zesde rij zijn de dienbladen leeg. Gelukkig staat er nog genoeg op het tafeltje verderop. Inmiddels staat de vrouw van het begin van de avond (20 minuten geleden dus) wild te gebaren op het podium. ‘IK HEB GEEN MICROFOON DUS IK DOE HET MAAR ZO!’ schreeuwt ze uit. ‘U BLIJFT ALLEMAAL ZITTEN WANT U KUNT ZO KIJKEN NAAR HOE ALICJA GESCINSKA GEINTERVIEWD WORDT DOOR DE RODE DRAAD!’ Ze stapt weer van het podium af. Gescinska wordt intussen naar een afgelegen ruimte begeleid. Waar blijft mijn cava? De serveerders en serveersters zijn verdwenen en komen niet meer terug. De cava staat te bubbelen op tafel, maar daar mag en kan ik dus niet heen omdat we moeten blijven zitten.

Moest de uitreiking er daarom met zo’n rotvaart doorheen gejast, omdat Gescinska op Radio 1 geïnterviewd moet worden om 19 uur 45? En krijgen de achterste rijen nu gewoon geen cava meer? De totale ontreddering nabij richt ik me tot de mensen naast me, die zich gelukkig net zo slecht voelen. Intussen verschijnt Natasja Gibbs van De rode draad op het projectiescherm in de zaal. Iedereen wordt stil, maar zodra blijkt dat ze nog met een ander interview bezig is, zwelt het geluid weer aan. Het gesprek wordt afgerond en in de radiostudio starten ze OneRepublic in met Runaway. De vriendin met wie ik ben voelt zich nu wel genoeg geschoffeerd en vertrekt: ‘Ik ga hier toch niet naar een muziekje zitten luisteren.’

Omwille van het geschreven woord blijf ik zitten, maar ik vind het hallucinant dat de interviews op de uitreikingsavond zijn afgekapt om naar een interview op een radiozender te gaan luisteren. De muziek zwakt af en Natasja Gibbs zet haar stemmetje op van de naïeve pornoactrice. Gibbs wil wel weten hoe het nou zat met dat uitlekken en Gescinska vertelt dat ze nog in bed lag toen het gebeurde. Ze kon het niet geloven, dat ze gewonnen had, maar na enkele mailtjes van de organisatie moest het toch waar zijn. Halverwege het interview zegt Gibbs: ‘Je hebt trouwens alleen vrouwen geportretteerd, valt mij op.’ De zaal lacht haar regelrecht uit. Gibbs krijgt uiteindelijk zes minuten. Als het interview voorbij is begint het publiek in de zaal te applaudisseren, voor twee mensen die niet eens in deze ruimte zijn. Ook dat nog. De gifbeker moet blijkbaar helemaal leeg.

Hoofdschuddend kijk ik de man naast mij aan en hij schudt zijn hoofd in broederlijke solidariteit. Wij zitten ons op te winden over een gratis evenement en in het Midden-Oosten worden mensen vermoord.

Martijn van Bruggen