Karig geredigeerde romans

Zoals Bastiaan Bommeljé aanhaalt heeft de jury van de Libris Literatuur Prijs de afgelopen jaren kritische noten gekraakt over de gebrekkige redactie op romans. Juryvoorzitter Sheila Sitalsing gokte vorig jaar dat dit mede veroorzaakt werd door ‘gekrompen bezettingen bij uitgeverijen’. Dat moet ik maar van haar aannemen, want ik ben te jong om enige krimp te hebben kunnen meemaken. Ik weet niet beter dan dat de grotere literaire uitgeverijen één à twee bureauredacteuren hebben en twee à drie redacteuren die de auteurs begeleiden bij het schrijfproces. Deze personen hebben veelal een coördinerende en aansturende rol, het echte muggenziften wordt door persklaarmakers en correctoren gedaan, die geen deel uitmaken van de uitgeverij maar op opdrachtbasis worden ingehuurd.

Ik ben naast schrijver zo’n zelfstandige persklaarmaker en corrector, hoewel je de zelfstandigheid van persklaarmakers en correctoren best met een korreltje zout mag nemen (hopelijk leest de Belastingdienst niet mee). Waar een zzp’er namelijk normaliter zelf zijn prijs bepaalt, heeft dit bij de meeste literaire uitgeverijen weinig zin. Bijna overal wordt met een standaardvergoeding gewerkt van een luttele 5,50 euro per 1000 woorden voor correctoren en 6,50 euro voor persklaarmakers. Te bedenken dat zelfstandigen daarvan nog zo’n 40% gaan kwijtraken aan de Belastingdienst, zakelijke kosten en oudedagvoorziening is dat met name voor persklaarmaken eigenlijk lachwekkend, want dikwijls voldoet het manuscript bij ontvangst nog totaal niet aan de eigen huisstijlwijzer van de uitgeverij en moeten de simpelste dingen nog door jou worden aangepast (getallen wel/niet uitschrijven, hoofdletters in kleinkapitaal zetten ipv capslock, Willem-Alexander met een ‘x’ ips ‘ks’, David Bowie werd 69 ipv 169 etc.). Als je kneiterhard werkt haal je als persklaarmaker een paar duizend woorden per uur en dat moet je dat dus acht uur achter elkaar volhouden. Moeten ja, want rondkomen als persklaarmaker/corrector voor literaire uitgeverijen kan alleen als je fulltime werkt.

Het is dus helemaal niet gek dat er fouten in de romans blijven staan. Met enig gevoel voor drama zou je kunnen stellen dat persklaarmakers en correctoren daartoe gedwongen worden door de uitgeverijen zelf; ze zijn altijd onderweg naar het volgende manuscript om hun hoofd boven water te houden. De kans om gedegen werk af te leveren wordt ze welhaast ontnomen. Doen ze hetzelfde werk voor een museum-uitgave, dan wordt een drievoudige honorering zonder knipperen geaccepteerd. Persklaarmaken of corrigeren voor literaire uitgeverijen is praktisch vrijwilligerswerk.

Nu ben ik notoir slecht in onderhandelen, dus wie weet zijn er enkele persklaarmakers en correctoren die er toch tientallen centen bij weten te krijgen. Dat de standaardvergoeding een ding is, betekent echter dat genoeg zelfstandigen haar accepteren om het systeem in stand te houden. Daar mogen de toch al in zwaar weer verkerende uitgeverijen zich mee in de handen knijpen, want het moment dat de persklaarmakers/correctoren zich verenigen en een vuist maken zal toch een keer moeten komen. Of het geld er is voor een reële vergoeding is maar de vraag – al verdient men in de top volgens mij heel redelijk en zou enig gevoel van schaamte deze mensen best mogen bekruipen.

Ikzelf heb na een jaar zelfstandig redacteurschap in ieder geval besloten om lekker in de winkel te gaan werken. Met zelfs de minst betaalde baan verdien ik daar beter en houd ik nog wat tijd over om te schrijven. Persklaarmaken en corrigeren doe ik alleen nog als nevendienst, voor partijen die een reëel bedrag betalen. Of ik doe het omdat ik er zin in heb, met het bijbehorende vrijwilligersgevoel dat ik iets nuttigs doe voor de samenleving zonder er werkelijk aan te verdienen.

Martijn van Bruggen