Recensie: Lionel Shriver – Waanzin
Morele uitsloverij
Polarisatie neemt in deze tijd zulke vormen aan dat ideële-reclameorganisatie SIRE er zelfs tot twee keer toe aandacht voor vraagt: ‘Verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt.’ Zoiets werkt echt, want het zinnetje schiet je meteen in gedachten bij de roman Waanzin (2024) van Lionel Shriver, waarin een langjarige vrouwenvriendschap aan diggelen gaat door een extreem woke-achtig maatschappelijk verschijnsel. Je denkt er trouwens ook aan als je de meeste recensies leest over Shrivers dit jaar uitgekomen roman Gelukszoekers. Die wordt niet of nauwelijks literair beoordeeld, maar unverfroren afgeserveerd op basis van de kennelijk onvoldoende ‘correcte’ insteek.
‘Alcohol maakt meer kapot dan je lief is.’ Nog zo’n SIRE-campagneslogan. Je kunt het in het geval van dit boek zo maar overzetten op het sluipenderwijs breed geaccepteerde idee dat niemand dom of stom is. Mensen die niet zo slim zijn, hebben volgens de correcte kerk in deze roman alleen maar een ‘alternatieve verwerking’ van kennis. Mensen zijn, zoals marxisten dat altijd al beweerden, allemaal gelijk, ook geestelijk. Dus worden onder meer het d-woord en het s-woord in de ban gedaan. Niemand mag meer zeggen wat iedereen natuurlijk toch wel denkt, want ‘een heel scala aan woorden [is] nu radioactiever (…) dan Fukushima’.
Omdat ‘laster’ al snel ging behoren tot een grote groep woorden die als ostentatieve ‘hersenpraal’ werden beschouwd, was de titel bij de laatste paperback die ik bij de kassa van een supermarkt zag liggen vereenvoudigd tot De misdaad van het IQ.
En zo’n woord uitspreken is nu juist wat Darwin, zoon van protagonist Pearson Converse, heeft gedaan. Tenminste, hij zei iets dat zo opgevat kon worden. Meteen zijn de poppen aan het dansen, komen er ‘hulpverleners’ van de gedachtepolitie op bezoek, die dreigen met maatregelen, zelfs uithuisplaatsing. Darwin en zijn zusje Zanzibar zijn ter wereld gekomen met donorzaad van een hoogbegaafde Japanner, terwijl hun kleine (half)zusje Lucy op de meer gangbare manier werd geboren uit de relatie van universiteitsdocent Pearson met de niet-intellectuele Wade. Dat er een flink verschil bestaat tussen de eerste twee en Lucy ligt voor de hand, maar in een tijd dat ‘cognitieve neutraliteit’ niet betwijfeld mag worden, een lastige kwestie. Maar wel mooi materiaal voor Shriver.
Pearson, die beslist enige overeenkomsten heeft met Lionel Shriver, vindt zichzelf helemaal niet zo’n hoogvlieger, maar kan er niet mee leven (‘morele uitsloverij’) dat de hele hypocriete maatschappij cognitieve verschillen onbestaanbaar heeft verklaard. Met Donald Trump in het Witte Huis als verschrikkelijk gevolg. Het kan te maken hebben met haar achtergrond: ze groeide op in een streng en rechtlijnig denkend gezin van Jehova’s getuigen, waarvan ze zich al vroeg distantieerde. Sterker: ze liep van huis weg en werd opgevangen door de intellectuele ouders van schoolgenote Emory, een meisje dat alles altijd moeiteloos voor elkaar krijgt en bovendien bij iedereen geliefd is. Shriver brengt er het natuurlijke privilege en de ongrijpbaarheid van charisma en sociale handigheid mee binnen.
De dystopische satire gaat daarna verder met de intimiderende woke-achtige dwingelandij, die geen weerwoord duldt en het geringste tegenargument van om het even wie de kop indrukt met extreme reacties en vérgaande maatregelen. Does it ring a bell? Shriver, die aanvankelijk alle lof ontving voor haar werk, onder meer voor de, ook verfilmde, wereldwijde bestseller We moeten het even over Kevin hebben (2005) en zelfs met Waanzin nog voorkwam in de lijst met beste boeken van 2024 van de Volkskrant, lijkt momenteel met Gelukszoekers op nog maar twee reacties te kunnen rekenen: zwaar aangezette kritiek of juist complete stilte, wat Shrivers punt alleen maar onderstreept. Het is wat je cancelen kunt noemen, aangezien haar knap geconstrueerde en doorwrochte werk opzichtig knipoogt naar Aldous Huxley’s onverdachte en iconische dystopie Brave New World. Terwijl Shriver het verwijt krijgt haar politieke standpunten te veel uit te venten.
Waanzin belicht talloze aspecten van hedendaagse opvattingen over wat we nog toelaatbaar mogen vinden en wat niet. Meegaande ‘deugers’ in de roman hebben bumperstickers op hun auto’s: ‘Toeter als je betweters haat.’ Biografieën van succesvolle mensen als van toenmalig Apple-topman Steve Jobs worden uit de handel genomen, films en tv-series ‘kunnen echt niet meer’ en iedereen gaat ver in zijn of haar hypocrisie om maar vooral geen aanstoot te geven. Het doet heel wat bellen rinkelen. Van onkunde mag niets meer gezegd worden, beroepskwalificaties doen er niet meer toe, wat desastreuze gevolgen heeft op onder meer universiteiten, waar gewoon je tijd uitzitten al voldoende is om ‘af te studeren’. Zelfs op cruciale plekken in de maatschappij prutsen werknemers maar wat aan, tot chirurgen in ziekenhuizen toe, wat Pearsons man Wade zal ondervinden. Zelfs de vriendschap van Pearson en Emory, waarin lange tijd alles gezegd kon blijven worden, raakt er uiteindelijk mee besmet. Het SIRE-zinnetje blijkt opeens van geen enkele waarde meer, kun je zeggen.
Allemaal goed en wel, alleen gaat het tegen mijn natuur in om me tot een balletje op te rollen en te wachten tot de manie van het intellectuele egalitarisme overdrijft. Bovendien staan sociale hysterieën niet stil. Als ze niet al vaart aan het verliezen zijn, worden ze erger. En deze werd erger. Radicale bewegingen blijven hun eisen opschroeven omdat niets slechter voor een zaak is dan succes. Kruisvaarders vinden het vreselijk als hun doel hun wordt ontstolen door de vervulling van hun queeste: na het bereiken van het beloofde land blijven de zoekers berooid achter. (…) Dus mag de reis nooit voltooid worden. Het doel moet onhaalbaar blijven. Om de volmaakte onbereikbaarheid ervan in stand te houden, wordt het verlangde eindpunt steeds extremer.
Waanzin, met een kudde schapen op het voorplat, en Gelukszoekers zijn allebei romans, die een perspectief hebben, dat in onze huidige maatschappij, waarschijnlijk uit benauwdheid, niet of nauwelijks gekozen wordt. Dat zou je literair gezien moedig en sterk moeten vinden, of je het er nu mee eens bent of niet. Shriver diskwalificeren als een slechte schrijver is daarbij ronduit belachelijk. Had Nederland maar zo’n schrijver, dat zou de hier nu al jaren afnemende belangstelling voor literatuur zeker goed doen. Een veel aangehaald voorbeeld in dit verband is de uitgesproken antisemitische Louis Ferdinand Céline. Het weinig fraaie waar hij voor stond, is altijd los gezien van zijn imposante literaire kwaliteit. Die benadering dient ook te gelden voor Lionel Shriver. De confrontatie met hedendaagse morele intimidatie en collectieve verstandsverbijstering nodigt immers effectief uit tot betere argumentatie en debat. Literatuur kan niet zonder.
André Keikes
Lionel Shriver – Waanzin. Vertaald door Marian van der Ster en Karin van Santen. Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen. 384 blz. € 24,99.

