Recensie: Mary McCarthy – Herinneringen aan mijn roomse jeugd
Een zware jeugd
Van het eerste deel van de autobiografische reeks Privé-domein is nu een nieuwe editie verschenen met een recent voorwoord van Colm Tóibín. Het betreft Herinneringen aan mijn roomse jeugd van de Amerikaanse Mary McCarthy (1912 – 1989). Zij is vooral bekend van haar roman De groep, waarin ze schrijft over negen studentes aan het Vasser College in het New York van de jaren dertig van de vorige eeuw. Colm Tóibín herinnert in zijn voorwoord aan de toenmalige recensie van Norman Mailer: ‘Ze is als vrouw domweg niet goed genoeg om een grote roman te schrijven.’ De man kreeg lik op stuk van iemand in Esquire die schreef dat McCarthy haar intellectuele positie helemaal alleen heeft bereikt, zonder man.
Het boek bestaat uit los van elkaar staande verhalen die eerder werden opgenomen in een tijdschrift. Na elk hoofdstuk kijkt McCarthy jaren later terug op die verhalen en gaat vooral op zoek naar het waarheidsgehalte ervan. Sommige gebeurtenissen zijn immers verzonnen of veranderd omwille van het verhaal. Soms laat het geheugen haar ook in de steek. Het blijven memoires maar McCarthy heeft altijd al de neiging tot fabuleren gehad. Sommige lezers die de stukken in tijdschriften lazen, gingen ervan uit dat het verhalen waren in plaats van herinneringen.
Op zesjarige leeftijd verloor de auteur haar beide ouders in de griepepidemie van 1918. Samen met haar drie broers werd ze door haar rijke en katholieke grootouders van vaderskant opgevoed. Of beter: ze werden enkele blokken verder bij een oudtante en haar man ondergebracht. De jonge McCarthy werd voor het minste vergrijp (of vermeend vergrijp) afgeranseld en kreeg iedere zaterdag door een dokter elektrische schokken toegediend – waarom is niet duidelijk. Ook kreeg ze purgeermiddelen en werd op een streng dieet gezet. Lezen, snoep, sport, zakgeld, feestjes en speelgoed waren verboden. Ook omgaan met andere kinderen buiten school was niet toegestaan. Gelukkig werd McCarthy bij dit koppel weggehaald en verder opgevoed door haar grootvader van moederskant. Er begon ‘een nieuw leven onder een gelukkiger gesternte’. McCarthy ging op school bij de Dames van het Heilig Hart. Uit de verhalen blijkt dat McCarthy moeite had om haar plaats te vinden tussen competitieve meisjes die in kliekjes waren verdeeld.
Doorheen de verhalen laat McCarthy nooit na de invloed van religie op haar familie en opvoeding te benadrukken. Ze heeft katholieke, protestantse en joodse roots. Het huwelijk van haar ouders werd door beide kanten van de familie afgekeurd, gedeeltelijk omwille van godsdienstige redenen. De esthetische kant van de roomse godsdienst trok haar als kind aan. Later vond ze dat haar katholieke opvoeding enkele belangrijke positieve gevolgen had: haar kennis van Latijn, de wereldgeschiedenis en de geschiedenis van de filosofie. Kennis van de heiligen en hun geschiedenis hielpen haar later religieuze schilderijen te begrijpen.
Het hoofdstuk waarin ze haar geloof verliest en terugvindt, is erg sterk. Niet door een lange interne strijd maar wel plotseling ‘besluit’ McCarthy haar geloof te verliezen. Ze is pas elf jaar. Dat besluit kadert ook in het vinden van haar plaats op school: door het verliezen van haar geloof wordt ze gegarandeerd populair. Uiteraard staat de school in rep en roer. Moeder-overste en twee priesters proberen haar op andere gedachten te brengen maar haar rationele en logische argumenten botsen met het geloof. Als zelfs de meest eloquente en erudiete jezuïet haar niet kan overtuigen, wordt ze aangesproken door de populaire meisjes. Niet veel later beslist ze om opnieuw te geloven. Niettemin zal McCarthy haar hele volwassen leven atheïst zijn.
Herinneringen aan mijn roomse jeugd mag dan wel een boek zijn dat in 1957 voor het eerst verscheen, het is vandaag nog altijd een boeiende memoire. Uiteraard zijn de tijden veranderd maar religie en haar fundamentalistische of reactionaire vorm, zijn niet verdwenen en steken soms op onverwachte momenten de kop op. Nog altijd moeten mensen vechten tegen een opgelegd geloofssysteem. Maar niet enkel om de inhoud zijn de autobiografische verhalen van McCarthy interessant. Ze zijn ook gewoon heel erg goed geschreven, bij momenten zelfs briljant. Niet enkel zijn de zinnen prachtig geconstrueerd, ook de sfeerschepping en de psychologische typeringen zijn van een opmerkelijk hoog niveau. Al van kleins af aan was McCarthy intelligent, welbespraakt en beschikte ze over een goede pen. Die eigenschappen hebben later bijgedragen aan deze uitstekende memoires die nu gelukkig opnieuw beschikbaar zijn.
Kris Velter
Mary McCarthy – Herinneringen aan mijn roomse jeugd. Vertaald door Nini Brunt. De Arbeiderspers, Amsterdam. 264 blz. € 16,99.
