Recensie: Th. van Os – Borstendraagster
De onderstaande recensie verscheen voor het eerst in 2005.
Te veel
In de uitvoerige romein Borstendraagster neemt Th. van Os ons mee in de wereld van de academische ziekenhuizen. Waar het vooral blijkt te gaan om wetenschappelijk onderzoek, waar artsen erop uit zijn hun positie op de academische ladder veilig te stellen en zo mogelijk te verbeteren.
Als je dit boek uit hebt ben je aardig thuis in de erfelijke achtergrond van borstkanker bij vrouwen. En ook op het gebied van borstchirurgie kan ik voortaan een stevig partijtje meeblazen.
Ingelijst in de cirkel van chirurgisch staal glansden de ingewanden onder het bijna schaduwloze operatielicht. Ze inspecteerde en bevoelde de lever, de diafragmakoepel, de andere organen en klieren, maar kwam niets verontrustends tegen.
En zo drukt de schrijver ons verschillende keren paginalang op de exacte feiten van een operatie.
Daarna maken we mee wat de uitvoerende chirurg zoal verder aan haar hoofd heeft. Ze moet een operatieverslag schrijven, de patiënt op de agenda van het ‘Erfelijke Tumoren Overleg’ zetten en nog heel wat meer formele wegen bewandelen voordat een gesprek met de patiënte gevoerd kan worden.
Van Os laat zijn camera vooral inzoomen op de belevingswereld van artsen. Wat ze denken als ze opereren, wat ze tijdens een slechtnieuwsgesprek overwegen, welke prietpraat ze aan de koffietafel uitwisselen en hoe hun lustleven in elkaar zit. Chirurg Durk Jaersma bijvoorbeeld, die dagelijks borsten operatief verwijdert, vat een heftige begeerte op voor Natasha van der Meer omdat ze zulke geweldige grote borsten heeft.
Artsen zijn net mensen, dat is de boodschap van deze merkwaardig gedetailleerde roman over het langzame sterven in van die glimmend witte gebouwen dat ons allemaal te wachten staat. Van Os maakt er geen grappen over zijn boek, is in hoofdzaak serieus. Je kunt het lezen als een wat lang uitgevallen voorlichtingsbrochure, compleet met termen, over het ontstaan en de behandeling van borstkanker. En het doodgaan daaraan. Soms neemt het onderlinge gekonkel tussen artsen satirische trekjes aan maar erg uit de hand lopen doet het niet.
De roman bevat ook al geen scherpe aanklacht tegen academische ziekenhuizen, daarvoor blijft het allemaal te feitelijk. Wel wordt duidelijk dat de toenemende bureaucratie de dagelijkse gang van zaken belemmert en dat het vroeger misschien allemaal beter was. Maar ja, daar kijk je als lezer niet erg van op, dat lees je ook iedere dag over het onderwijs, de kunst en de landbouwsubsidies. En dat artsen soms harteloos uit de hoek komen, verbaasde me ook al niet. Dit boek bevat te veel informatie, het wil te veel alles. Dat maakt het saai en voorspelbaar, nu weten we het wel, dacht ik te vaak.
Bij letterlijk ieder personage, en dat zijn er zeker meer dan vijftig, meldt Van Os tussen haakjes de leeftijd en de oorzaak van het latere overlijden. (‘Chris de Vries overleed op drieënzestigjarige leeftijd aan leverkanker’), staat er dan over een jonge arts. Of: (‘Caroline Remmerding-Hemelrijck overleed op vierenzeventigjarige leeftijd aan leukemie’). Soms drie keer op een pagina van dit soort overlijdensberichten. Je moet er maar zin in hebben dat op te schrijven. Misschien kan ik er tot besluit nog één bericht aan toe voegen: Kees ’t Hart overleed op 61-jarige leeftijd bijna aan de ziekte van de verveling bij lezing van deze roman.
Kees ’t Hart
Th. van Os – Borstendraagster. De Arbeiderspers, Amsterdam, 368 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 16 september 2005.
