Een warrige koortsdroom

Met Doe mij maar dicht schreef Tim Gladdines een experimentele en gedurfde Young Adult roman. Het boek speelt zich grotendeels af in Liedewij’s hoofd en geeft een inkijkje in haar donkere, depressieve hersenspinsels, waarbij ze de realiteit steeds verder uit het oog verliest. Omdat een chronologische volgorde ontbreekt, leest Doe mij maar dicht als een warrige koortsdroom: alles loopt door elkaar, er is bij vlagen geen touw aan vast te knopen wat waar in het verhaal thuis hoort en wat realiteit is en wat niet. Mooie zinnen, poëzie en verwarring buitelen over elkaar heen. Het resultaat is indrukwekkend en raadselachtig tegelijk, maar zonder echte moraal.

De wereld is geen doolhof geworden, de wereld is altijd een doolhof geweest. En ikzelf ben een kompas zonder noorden. Het duurde lang voordat ik doorhad dat ik verdwaald ben. Pas toen ik wist dat er geen uitgang is, viel het loodzware kwartje. Een doolhof zonder uitgang is een doodlopende weg. Een lange, kronkelende, hopeloze weg.

Meteen vanaf het begin wordt duidelijk dat Lidewij worstelt met het leven. Ze heeft een laag zelfbeeld, hoort stemmen in haar hoofd (het Moerasmonster) en heeft last van waanbeelden. Haar somberheid gaat verder dan die van een doorsnee puber, al blijft het gissen wat de oorzaak hiervan precies is.

In de zomervakantie gaat Lidewij interrailen met haar beste vriendin Maya. Het loopt anders dan verwacht, het lukt niet om plezier te hebben. Wanneer het graf van haar opa Sigaar wordt geruimd, weet ze het zeker: ze moet terug. Ze moet nog een foto van het graf maken en dat moet beslist met haar polaroid camera. Haar omgeving begrijpt er niets van en Lidewij zelf eigenlijk ook niet.

Het is het startsein voor een rommelige periode, waarin Lidewij steeds verder afglijdt. De vraag van haar moeder over de band met haar opa Sigaar suggereert dat er meer aan de hand is, maar zelf gaat ze hier niet op in. De obsessie rondom het verlies van haar opa, inmiddels meer dan tien jaar geleden, neemt steeds gekkere vormen aan. In de lucht ziet ze dagelijks een gouden sigaar verschijnen. Hij lijkt voor haar te komen en komt steeds dichterbij.

Met gedichten geeft ze woorden aan haar gevoel. Soms is dat zo duister, dat ze het liever niet aan anderen laat zien of horen.

doe mij maar dicht
leg mij maar weg
zet mij maar uit
laat mij maar los

met mij is immers
niks te beginnen
behalve dan misschien
het einde

het eindelijke einde

Het is knap hoe Gladdines een depressie zo invoelbaar maakt. Hij sleurt de lezer mee de afgrond in, met flarden van zinnen, zwart gekalkte pagina’s en stevige, dikgedrukte letters. Het wordt steeds lastiger om Lidewij te volgen. Ze raakt haar besef van tijd kwijt, verliest het zicht op de werkelijkheid, haalt mensen door elkaar en ze raakt mensen kwijt. Haar denkpatronen, haar keuzes, ze zijn bijna onnavolgbaar. Zoals Lidewij vertelt, voelt het als een onsamenhangend geheel, een worsteling. En daarmee raakt Gladdines de kern van een depressie. Want die is nu eenmaal niet rechtlijnig en volgt geen vast patroon. Er is geen duidelijk begin en een einde, dus dat is inhoudelijk bekeken uitstekend gedaan. Alleen, het leest niet zo lekker.

Sjoukje Werkman

Tim Gladdines – Doe mij maar dicht. Lemniscaat, Rotterdam. 222 blz. € 16,99.