Spelen met de schuldvraag op het sterfbed van een bedrieglijke oliemagnaat

In Sterfbed neemt George Saunders de lezer mee naar de laatste momenten van een steenrijke en leugenachtige oliemagnaat. In een slimme en bij momenten geestige klimaatsatire doet de Amerikaanse auteur ons onder meer nadenken over schuld, voorbestemming en vrije wil.

Saunders (1958) heeft duidelijk een soort voorliefde voor de tussenwereld tussen leven en dood. Zijn Lincoln in de bardo, waarmee hij in 2017 de prestigieuze Booker Prize won, speelt zich af in een vergelijkbare schemerwereld.

In Sterfbed volgen we Jill ‘Snoes’ Blaine die voor de 343ste keer vanuit de schemerwereld naar de aarde wordt gestuurd om een stervende ziel te begeleiden. Jill – die zelf op jonge leeftijd is omgekomen bij een explosie die eigenlijk voor haar man was bedoeld – is een ervaren en geduldige trooster. Maar haar nieuwe opdracht wordt een hele kluif. Ze komt terecht bij de 87-jarige K.J. Boone, een even rijke als bedrieglijke oliemagnaat, een machtige man: ‘Als hij zijn mond opendeed, kwamen de makten in beweging; als hij een koning belde, nam de koning op’. Als oliebaron investeerde Boone ook in misleidende wetenschappelijke onderzoeken die de rol van de mens in de klimaatverandering moesten verhullen.

Terwijl er een hele reeks mensen en geesten aan het sterfbed van Boone passeert, krijgt geest Jill ook assistentie van een 19de-eeuwse ‘Fransman’, de man die mee verantwoordelijk was voor de uitvinding van de vebrandingsmotor. Hij heeft daar spijt van en hij vindt dat klimaatontkenner Boone moet aangezet worden tot ‘berouw, schaamte en zelfhaat’. Dat blijkt vergeefse moeite. Als een trumpiaanse bullebak volhardt Boone in de boosheid. Hij toont geen millimeter berouw. Dat berouw of zondebesef komt pas wanneer Boone zelf een geest is geworden. Dan is er sprake van een soort morele bocht en wil hij andere aftakelende milieuzondaars wil gaan bekeren. Maar omdat die allemaal ook de dood zien naderen, valt daar volgens Saunders nog maar weinig van te verwachten.

Voor wie een klimaatroman schrijft, dreigt snel het risico om belerend of betuttelend te klinken. Maar dat weet Saunders handig te omzeilen. Terwijl je als lezer geneigd bent hard en snel te oordelen over de machtswellustige oliemagnaat, geeft Saunders subtiel tegengas voor een zwart-wit oordeel. Zo verwijst hij meermaals naar de ‘onvermijdelijkheid’ van het leven. Door nadrukkelijk te stellen dat het leven iets is dat je ‘overkomt’, laat hij de vrije wil los en suggereert hij dat iemands levensloop al gedetermineerd is. ‘Wie had je anders kunnen zijn dan precies degene die je bent? zei ik. Heb jij jezelf gemaakt, in de baarmoeder? Je hele leven dacht je dat je keuzes maake, maar wat een keuze leek was van tevoren al zo ernstig beperkt door de geest, het lichaam en de aanleg waarmee je was opgezadeld dat het hele gebeuren neerkwam op een soort buitensporig gevang.’

Maar tegelijk is er de figuur van de ‘Fransman’ die net aandringt op het feit dat er wél een vrije keuze bestaat om te veranderen en fouten recht te zetten. In een interview met NRC zei Saunders dat die twee ideeën bewust in de roman zitten en dat ze ook allebei waar kunnen zijn. ‘Hopelijk voelt de lezer er enig ongemak bij dat er twee levensvatbare standpunten in het boek zitten en dat ik het conflict niet oplos,’ aldus Saunders.

Hoewel de roman slim en bij momenten best geestig geschreven is, zijn er nog wel meer elementen die bij de lezer tot ‘ongemak’ kunnen leiden. Zo zijn de dialogen niet aangegeven met aanhalingstekens en het is soms zoeken wie wanneer aan het woord is. Ook de pleiade aan figuren die aan het sterfbed van Boone passeert, is niet altijd eenvoudig om te volgen. Saunders wijkt al eens graag af van de conventies, maar voor een roman die zich afspeelt in de schemerzone tussen het hier en het hiernamaals hoeft dat misschien niet te verbazen.

Maarten De Rijk

George Saunders – Sterfbed. Uit het Engels vertaald door Erik Bindervoet. De Geus, Amsterdam. 192 blz. € 21,99.