De volgende recensie van Ben jij Engel komt uit 2005.

Mijn meisje

Om deze kleine roman heb ik toch ook moeten lachen en of dat de bedoeling was weet ik niet helemaal zeker. Ik denk het niet. Hans Barendse vertelt in zijn debuut Ben jij Engel de bizarre liefdesgeschiedenis van een naamloze jongen, de ik, en een al even naamloze jonge vrouw, die de held steeds ‘mijn meisje’ noemt. Soms werd ik daar wel wat nerveus van.

‘Maar plotseling werd mijn meisje serieuzer,’ staat er dan. Of ‘mijn meisje was enig kind van twee welgestelde mensen’ of ‘Mijn meisje zei dat ze nog steeds verliefd op me was.’ Soms op een bladzijde zes keer ‘mijn meisje’. Mijn meisje dit, mijn meisje dat. Op het laatst werd ik er dus melig van, maar tegelijkertijd had ik toch ook bewondering voor de consequent volgehouden gekte hiervan.

Het verhaal is overigens net zo gek als dit meisje. De jonge student mag een platonische relatie met het oogverblindende meisje beginnen wanneer hij op haar achtentwintigste verjaardag haar leven neemt. Zo eenvoudig en raar kan een verhaal zijn. En Barendse laat de ik op ingehouden houden pathetische toon vertellen hoe het allemaal gekomen is en wat er daarna gebeurde.

Met dit boek komt een mooi en klassiek thema alsnog de Nederlandse literatuur binnen: ‘La belle dame sans merci’ uit het gelijknamige gedicht van Keats (1795- 1821), die door haar raadselachtig uiterlijk en gedrag de ziel van alle onschuldige mannen verteert.

I met a lady in the meads,
Full beautiful, a fairy’s child;
Her hair was long, her foot was light,
And her eyes were wild.

Zo’n vrouw dus. Wij mannen weten precies wat die Keats en Barendse dus ook bedoelt, ook al omdat wij in ons hart, wie weet volkomen terecht, een beetje bang van vrouwen zijn. En het omslag laat volkomen in stijl een schilderij zien van Dante Gabriel Rossetti, met zo’n duister starende vrouw erop.

Ik geef toe dat Barendse zijn verhaal helemaal in stijl vertelt. Hij houdt een mooie, licht hysterische toon in stand waarbinnen zelfs de meest bizarre scènes toch nog net serieus genomen kunnen worden. Al lukte het mij niet meer met die scène waarin beide geliefden in een boom zitten met allebei een stevig touw om hun nek omdat ze qua morbide plannenmakerij niet voor elkaar onder willen doen.

‘Er stak een licht briesje op maar mijn meisje bleef doodstil zitten in de boom.’ En even daarna: ‘Ik liep zonder iets te zeggen naar binnen en haalde eveneens een touw.’ Hierbij schoot ik toch echt in de lach. Het is zowel geestig als bewonderenswaardig om dit soort zinnen en scènes met een stalen gezicht op de planken te brengen. Ook de trage manier van vertellen en de consequent volgehouden onwetendheid van de ongelukkige ik ondersteunen de sfeer van dit merkwaardige werk. ‘Allemaal vragen waarop ik geen antwoord heb, waar ik geen antwoord op kan geven.’ Ja, toe maar, dacht ik, hou het zo lang mogelijk zo geheimzinnig mogelijk. Laat ze maar raden, al die boekenwurmen met die ernstige leesgezichten.

Barendse is een talent. Ik ben benieuwd naar zijn volgende boek. Voor de zekerheid nog dit: in deze recensie staat in totaal elf keer ‘meisje’. Als je de kop meerekent twaalf keer.

Kees ’t Hart

Hans Barendse – Ben jij Engel. De Arbeiderspers, Amsterdam. 144 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 25 november 2005.