Spiritualiteit buiten conventionele structuren

De jonge Deense auteur Jonas Eika is in eigen land een literaire ster. Hun verhalenbundel Na de zon werd overladen met prijzen en stond op de longlist van de International Booker Prize. Met Open hemel heeft Eika nu een vuistdikke roman geschreven over het leven van een aantal begijnen in Luik aan het begin van de dertiende eeuw. In Denemarken werd het twee jaar geleden onthaald als een meesterwerk. Het is alsof Eika nu al hun magnum opus heeft willen schrijven.

Begijnen kiezen ervoor om religieus te leven maar niet om non te worden. Ook kiezen ze ervoor om niet te trouwen. Ze willen niet afhankelijk zijn van een instituut of een man. Op die manier staan ze buiten de conventies van de maatschappij. Het zou als feminisme avant la lettre kunnen worden beschouwd. Aan het einde van de twaalfde eeuw beginnen ze zich te groeperen, voornamelijk in België, Nederland en Noord-Frankrijk. In Denemarken leefden geen begijnen, dus ging Eika op zoek in West-Europa. Begijnen leven als mens tussen mensen met een religiositeit die niet kerkelijk is maar eerder de vorm aanneemt van een persoonlijke spiritualiteit of mystiek waarbij het gebed en vasten belangrijk zijn. Het begijnhof in Luik uit Open hemel begint klein maar groeit uit tot een grotere gemeenschap waarin uiteindelijk ook boeren, handwerkslieden en armen worden opgenomen. Iedereen die wordt verdreven uit de stad en van de landerijen vormt uiteindelijk een grote gemeenschap die economisch zelfbedruipend is. Van de oorspronkelijke groep vrouwen hebben sommigen ondertussen een andere weg gevolgd.

Via een historisch verhaal wil Eika onze eigentijdse patriarchale maatschappij aan de kaak stellen. De begijnen leven immers zonder hiërarchische structuur: niemand is ondergeschikt aan de andere. In een gemeenschap van vrouwen hoeft ook niemand schrik te hebben van mannen, hoewel de mannen buiten de gemeenschap, de priesters en de inquisitie, de begijnen dikwijls als ketters vervolgen – dat blijkt ook uit Open hemel. De kritiek op het kapitalisme uit de bundel Na de zon komt hier terug in de vorm van een leven zonder persoonlijke bezittingen of vermogen: alles is gemeenschappelijk eigendom. Kooplieden leven in zonde. De leenmannen buiten de arbeiders uit. De kern is dat er gezocht wordt naar betekenis buiten traditionele structuren om. Geen kerk, geen gezin, geen traditionele economische gemeenschap. Begijnen vormen een alternatieve manier van leven. Eika lijkt op zoek naar hun eigen utopie, hun eigen ‘Walden’. Maar tegelijk heeft hen ook oog voor verborgen machtsstructuren binnen de gemeenschap van begijnen en het christendom.

Eika wil niet zozeer een traditioneel verhaal vertellen met een begin en een einde. De vrouwen bidden, bewerken een stuk grond, weven wol en verkopen hun producten op de markt. Ze zoeken een manier om harmonieus samen te leven. En hoewel Open hemel een historische roman is en Eika onderzoek heeft gedaan, is het historische kader toch erg rudimentair. Open hemel moet het hebben van sfeerschepping. De roman bevat een verhaal maar is niet in de eerste plaats opgebouwd rond het handelen maar wel rond het contemplatieve leven. De roman bestaat hoofdzakelijk uit fragmenten waarin religie centraal staat. Gebeurtenissen zijn ondergeschikt aan ervaring, sfeerschepping, psychologie en discussies over religieuze vraagstukken.

Een van de vrouwen, Ida, krijgt allerhande visioenen waarin ze Maria, Jezus en een aantal heiligen ziet. Op die manier krijgt Eika ook de kans om het leven van Maria, Jozef en Jezus te vertellen – niet conform de bijbel en vol verrassende gebeurtenissen zoals Maria die haar zwangerschap van Jezus wenst te onderbreken en Jezus die zijn vrouwelijke kant ontdekt. Ida wordt een spirituele leider, een profeet die de aardse wederkomst van Christus voorspelt. Eika staat stil bij de emotionele en spirituele zoektocht – bij schaamte, schuld, vertroosting en verlossing. Maar ook lichamelijkheid en seksualiteit komen aan bod. Sommige begijnen beginnen relaties met elkaar. Maar een lichaam dat bemind kan worden, kan ook gegeseld worden. Bij het christendom ligt pijn soms in het verlengde van genot.

Het moet gezegd dat Eika een gezonde dosis lef heeft om een boek van meer dan zeshonderd bladzijden te schrijven over religie – niet meteen een sexy onderwerp. Dat is inderdaad ‘hoogst origineel’ en ‘ambitieus’ zoals in het christelijke ‘Kristeligt Dagblad’ te lezen valt. Maar of het ook helemaal overtuigend is, is een andere vraag. Eika schrijft vakkundig en op vele momenten zorgt dat voor mooie literatuur. Het grootste deel van het boek is zintuiglijk geschreven, bij momenten meeslepend en zelfs spannend. De karakters krijgen psychologische diepgang en de sociale en feministische boodschap is helder maar ligt niet vingerdik op het verhaal. Maar op andere plaatsen, vooral in de eerste helft van de roman, ontbreekt een eigen stem. Soms schrijft Eika steriel proza, alsof hen op automatische piloot schrijft. Een voorbeeld:

Het loopt tegen het einde van de ochtend, Ida heeft lang geslapen. Haar lichaam is nog steeds bekaf van de wandeling en dit late rustmoment. De vliegen luieren op de vensterbank. De anderen liggen ergens op de akker te kletsen, rusten, dommelen. De opzichter van de leenman heeft het verboden omdat het de boeren aanzet tot luiheid en opstandigheid, maar het graan staat hoog genoeg om hen te verbergen. De aren verspreiden het licht in zwakke, wiegende banen die de grond net niet bereiken. Als je je oren dichthoudt, voelt het alsof je je onder water bevindt en Ida wil graag bij hen zijn, maar de gebeurtenissen van de afgelopen dagen dringen zich op en moeten worden genoteerd. […]

Sommige stukken uit het boek voelen afstandelijk aan en zijn zielloos. Misschien vaardig geschreven maar daarom nog geen spetterende literatuur. Op zich is het ook prima dat een verhaal wordt verteld zonder klassieke plot, met veel losse verhalen en slechts een vage richting waarnaartoe wordt gewerkt. Maar bij Eika is de variatie op één thema soms best vermoeiend. Veeleisende romans zijn vaak de beste en deze aaneenschakeling van religieuze ervaringen is meestal fascinerend maar, helaas, soms ook saai. Open hemel kan als geheel misschien niet helemaal overtuigen, maar los van de minpunten stijgt de roman toch nog uit boven de middelmaat. Het woord meesterwerk moet wel voorbehouden blijven voor een andere categorie boeken.

Kris Velter

Jonas Eika – Open hemel. Vertaald uit het Deens door Lammie Post-Oostenbrink. Koppernik, Amsterdam. 648 blz. € 34,50.