Els Pelgrom en het nuttigvoelensyndroom

Decennialang liep de Nederlandse biografiecultuur achter op de bloeiende Angelsaksische. Dat is gelukkig ten goede veranderd. Nu verschijnen er volop schrijversbiografieën en ‘zelfs’ van jeugdboekenauteurs. Sanne van Heijst publiceerde een uitstekend geschreven handelseditie van haar proefschrift over Els Pelgrom, de auteur van beroemde kinderboeken als De kinderen van het achtste woud (1977) en Kleine Sofie en Lange Wapper (1984).

De auteur Els Pelgrom werd ‘geboren’ toen Else Koch (1934) al ruim veertig was. Tot dan toe had Els’ leven in het teken gestaan van de zorg voor haar drie kinderen en de beeldhouwerscarrière van haar man Karl Pelgrom. Ze wilde meer dan dat: ‘Het fijne is alleen dat ze me nodig hebben, als huisvrouw, als mamma, en ik kan van ze houden. Maar soms houd ik het meest van de poes – lekker probleemloos.’ Eenmaal echt aan het schrijven, werd Els Pelgrom snel succesvol. In haar eerste roman voor kinderen verwerkte ze de ervaringen die ze als tienjarige had opgedaan toen ze geëvacueerd werd in de boerderij Herikhuizen. Daar zijn haar zintuigen ontwaakt, denkt de biografe:

nu was het alsof ze de wereld om zich heen beter ging zien, alsof ze meer ging voelen, beter ging ruiken en proeven en of al die indrukken zich ook nog eens onwrikbaar in haar herinnering vastzetten. Later weet ze dat aan de ontvankelijkheid die bij haar leeftijd hoorde, versterkt door het contrast tussen het leven op de boerderij en het opgroeien in de stad.

Dat eerste boek, De kinderen van het achtste woud (1977), kreeg een Gouden Griffel. Er zouden nog twee gouden en twee zilveren griffels volgen. In 1994 ontving Els Pelgrom de Theo Thijssen-prijs voor haar oeuvre, de hoogste onderscheiding in Nederland voor kinderboekenauteurs. Nooit leek ze echt blij met een bekroning. Ze had een ‘een beetje een valse houding’ ten opzichte van erkenning en waardering: ‘Als niemand op mijn werk zou reageren, zou ik het me ook aantrekken. Ik wil tegelijkertijd het licht vangen en erin verdwijnen.’

Nadat Karl van haar scheidde, wilde Pelgrom (ze behield zijn achternaam als auteur) geen alimentatie ontvangen en ze probeerde van alles uit om met schrijven haar inkomen te verdienen. Ze schreef boekjes voor beginnende lezers, publiceerde columns en vertaalde. Uiteindelijk was ze in de jaren tachtig een van de plusminus zeven jeugdboekenschrijvers die van de pen kon leven. Alleen in betaalde schooloptredens had ze zelden zin en toen ze naar Spanje en later naar Portugal verhuisde, had ze een goed excuus.

Vrijwel altijd zouden haar eigen herinneringen aan haar jeugd en haar eigen kijk op de wereld leidend zijn voor haar literaire werk. Behalve misschien Kleine Sofie en Lange Wapper, een boek over een doodziek meisje dat wil weten wat er in het leven te koop is. Dat ontstond in nauwe samenwerking met tekenaar Thé Tjong-Khing. De eikelvreters (1989) baseerde Pelgrom op de verhalen van haar tweede, Spaanse echtgenoot. Ze was een sterk visueel ingesteld schrijfster, wat ze schreef zag ze tot in de kleinste details voor zich. Els Pelgrom vermoedde zelf dat ze een soort zesde zintuig had en dat ze woordelijk kon horen wat een ander denkt.

Van Heijsts ruimt veel pagina’s in voor de ‘eeuwige’ discussie over het verschil tussen makkelijk leesbare, spannende of grappige kinderboeken en meer literaire, ‘moeilijke’ kinderboeken. Wat vinden volwassenen goed en wat lezen kinderen graag? Pelgroms gelaagde boeken bekoorden uiteindelijk een klein publiek: dat van recensenten en een kleine groep kinderen, de ‘echte leeskinderen’. Je zou haar als writer’s writer kunnen zien. In interviews verzette Pelgrom zich vooral af tegen het realistische, maatschappelijk geëngageerde schrijven dat eind jaren zeventig van kinderboekenschrijvers werd verwacht. Ze wilde avontuur! Op een werkvakantie met Herman Koch, haar jongere halfbroer, schreef ze zo’n avonturenboek, het alternatieve kinderboekenweekgeschenk Het verloren paspoort. Het omslag leek zo sterk op een Nederlands paspoort dat de overheid de hele voorraad in beslag nam. Ze kreeg er van collega’s Tonke Dragt en Rindert Kromhout de vrolijke ‘Gouden Gniffel’ voor.

Haar keuze om in Spanje en Portugal te gaan wonen kun je ook zien als zoeken naar avontuur. Of was het meer een vlucht van haar oude leven? Ze hield gelukkig ook van het inrichten van huizen, handig als je tientallen keren verhuist. Het is voor het eerst dat ik in biografie een bijlage aantref over de locaties die belangrijk waren in het leven van de schrijver. Wat een goed idee!

Els Pelgrom is inmiddels hoogbejaard en het is lang geleden dat er een kinderboek van haar verscheen. Het is een waagstuk om een biografie te schrijven over een auteur die nog leeft en die er zelf volop aan meewerkt met interviews. Ik heb de indruk dat Sanne van Heijst de vrije hand kreeg en dat Pelgrom in staat is open te reflecteren op de keuzes die ze in haar leven maakte. De biografe maakt naast de interviews en recensies ook gebruik van Pelgroms dagboeken, brieven aan haar zus en ongepubliceerde gedichten. Ze is duidelijk enthousiast over de autobiografische verhalen en essays van Pelgrom. Van Heijst wijst de lezer dikwijls op de vele tegenstrijdigheden in het leven van Els Pelgrom, die lang niet altijd gemakkelijk was voor de mensen om haar heen. Ze zoekt soms ook naar psychologische verklaringen. Luieren en ruimte innemen, daar had Pelgrom moeite mee. Ze leed aan het nuttigvoelensyndroom én wilde vertellen wat er in haar innerlijk leven gebeurde, lijkt Van Heijsts centrale conclusie. ‘Afgaande op haar eigen uitspraken lijkt ze geen gemakkelijke, maar wel een vervullend pad te hebben gekozen. Els vond het schrijven zwaar en moeilijk, en bij tijden een lijdensweg. Maar ze bleef het doen, als een lotsbestemming, een roeping.

Petra Teunissen

Sanne van Heijst – Else – Het eigenwijze leven van kinderboekenschrijfster Els Pelgrom. Atlas Contact, Amsterdam. 408 blz. € 29,99.