Een meesterlijke tegenpose

Zowat twintig jaar zoemden Cricket en Olympia, de hoofdrolspelers van Contrapposto, al rond in het hoofd van Dave Eggers. Groot is de kans dat het duo binnenkort ook bij veel lezers in het hoofd zal blijven gonzen want Contrapposto, een breedgespannen bildungsroman over vriendschap, liefde en kunst, is een Eggers grand cru.

Het is intussen van 2021 en Het Alles geleden dat de Amerikaanse auteur Dave Eggers (56) ons trakteerde op een nieuwe roman. In Contrapposto volgen we Robert ‘Cricket’ Dibb, die opgroeit in een gebroken en armlastig gezin in landelijk Indiana. De jonge Cricket heeft wel tekentalent, maar wie zit daar op de Amerikaanse prairie op te wachten? Maar dan ontmoet Cricket de iets oudere Olympia ‘Pia’ Argyros, een vroegwijze en oogverblindende wervelwind. Cricket is meteen betoverd.

De lange en bewegende band tussen Cricket en Olympia en hun gedeelde liefde voor kunst is het centrale motorblok van het boek. Eggers volgt het tweetal over een periode van meer dan 60 jaar. Periodes waarin ze soms continenten van elkaar verwijderd zijn en elkaar jaren niet zien worden afgewisseld met periodes waarin ze (heel) close zijn. Tussen de hoofdstukken laat Eggers soms verschillende jaren verstrijken. Het is aan de lezer om die gaten in de tijd zelf in te vullen.

De verhouding tussen Cricket en Olympia is een klassiek geval van ‘ze kunnen niet met en niet zonder elkaar’, een soort onmogelijke liefde. Cricket lijkt op het eerste gezicht vrij eenvoudig in elkaar te zitten: hij is dol op Olympia en hij tekent graag. Bij dat tekenen ligt zijn plezier in de creatie zelf, bij wat er ontstaat binnen de veilige muren van zijn tekenstudio. Wat er nadien met zijn werk gebeurt – de externe waardering van dat werk, de verkoop,… – is van ondergeschikt belang. De rondstuiterende Olympia is een heel ander type. Zij staat gulzig in het leven, wil de wereld veranderen, een kunstbeweging starten, enz… Olympia is avontuurlijk, haar dadendrang stuwt haar vooruit en ze heeft het daarom moeilijk met Crickets gebrek aan ambitie. Omgekeerd ergert Cricket zich dan weer aan de wispelturigheid en het rusteloze (amoureuze) gefladder van Olympia. Dat onevenwicht leidt tot een voortdurende dynamiek van aantrekken en afstoten.

Wanneer een mogelijke start van een echte romance in de kiem gesmoord wordt, verzucht Cricket bij zichzelf:

Elke keer dat hij dacht dat zij samen iets simpels en zuivers zouden kunnen zijn, levenslange vrienden en geliefden die zich voor elkaar zouden doodvechten, alleen voor elkaar en voor niemand anders, herinnerde zij hem er weer aan dat hij een van de velen was, in ieder stadje een ander schatje, dat zij altijd weer verder moest.

Eggers is natuurlijk niet de eerste auteur die de schemerzone en het spanningsveld tussen vriendschaps – en liefdesrelaties onder de loep neemt. Maar Contrapposto is bijvoorbeeld wel een stuk complexer en gelaagder dan de knipperlichtrelatie tusssen Marianne en Connell in Normal People van Sally Rooney of de kronkelende levenspaden van Emma en Dexter in One Day van David Nicholls. Op woorden als meesterlijk moet je zuinig zijn, maar voor de manier waarop Eggers de relationele eb en vloed tussen Cricket en Olympia beschrijft, vind ik even geen beter woord.

Zelfs in de titel Contrapposto zou je met wat goede wil een metafoor kunnen zien voor de dynamiek tussen Cricket en Olympia. Contrapposto of contrapost is een begrip uit de beeldende kunst en betekent letterlijk tegenpose. Bij die pose worden figuren zo neergezet dat het gewicht op één been (het standbeen) rust en het andere, gebogen been (het speelbeen) wat naar voren komt. Denk bijvoorbeeld aan de David van Michelangelo. In de metafoor zou Cricket kunnen zien als het (vastere) standbeen en Olympia als het (meer buigzame en ontspannen) speelbeen. De contraposthouding heeft iets weg van een vage s-vorm waarbij het bekken licht kantelt. Het is een dynamische pose die bij het poseren vaak gebruikt worden. Niet onbelangrijk: de houding kan lang worden volgehouden.

En terwijl Cricket en Olympia met wisselende afstand en aantrekkingskracht rond elkaar blijven cirkelen als twee hemellichamen of ‘galactische brokstukken’, is kunst de tweede rode draad in Contrapposto. Eggers fileert niet alleen kunstwereld, hij werpt daarbij ook tal van vragen op: Heeft kunst een publiek en waardering nodig om kunst te zijn? Is hedendaagse/postmoderne kunst – denk aan een banaan die met ducttape aan de muur wordt geplakt en miljoenen euro oplevert – doorgeschoten naar holle concepten, ideeën en ‘geintjes’ waarvoor geen klassieke (teken)vaardigheid meer nodig is? Waar ligt de grens tussen vakmanschap en kunst? Is het maken van populaire kunst een bijna puur commerciële business geworden? Enz… Beschouwingen en discussies over kunst in romans worden al snel hoogdravend of vervelend. Niet zo bij Eggers. Als in zijn beste werk combineert de 56-jarige auteur scherzinnigheid met geestigheid.

Niet alles waar twintig jaar of meer aan gewerkt en gesleuteld is, is door dat lange werk per definitie beter. Denk maar aan het Brusselse Justitiepaleis. Gelukkig lijkt Contrapposto meer op een barolo die twintig jaar heeft kunnen rijpen en aan smaak heeft kunnen winnen. Wat mij betreft, is de zomer is het ideale moment om de nieuwe Eggers te ontkurken.

Maarten De Rijk

Dave Eggers – Contrapposto. Uit het Engels vertaald door Gerda Baardman, Jan de Nijs, Bernhard Wesseling en Betty Klaasse. De Bezige Bij, 448 blz. € 27,99.