Filmpje: Theodor Holman mist persoonlijkheid bij jonge schrijvers: ‘Klimaatromans, dat interesseert mij helemaal niks!’
‘Iedereen is dol op Grunberg; dat vind ik geen Hermans, dat vind ik geen Reve.’ Theodor Holman in gesprek met een voornamelijk naar de tafel kijkende Roelof Bouwman over de literatuur van tegenwoordig waarin Holman (73) Persoonlijkheden als Hermans en Reve mist. En die moderne boeken over het klimaat of relatieproblemen interesseren hem ook niet. ‘Ik heb mijn kindje verloren na zes maanden, daar worden echt romans over geschreven. En op zinsniveau niet eens zo slecht. Alleen, mij boeit het niet.’ Het gaat ook nog even over de rol van de krant en zijn afgedwongen vertrek bij Het Parool.

De klimaatroman was
40 jaar geleden
een aardig idee
nu is het
een saai cliché
Theodor Holman is 73. Beetje bot gezegd, over 10 jaar is hij dood. Natuurlijk interesseer je je dan niet over klimaatromans! Het is dan voorbij, over. Maar als je 25 bent, en pas 35 over tien jaar, tja… Dan interesseer je je zeer in wat er rond klimaatproblematiek speelt.
Da’s natuurlijk dom geleuter van Rolf den Otter. Even afgezien van Holmans nageslacht (die hij ongetwijfeld een dragelijk klimaat gunt) gaat het hier om literaire opvattingen en voorkeuren. Ik maak me buitensporig veel zorgen om klimaatverandering maar ik interesseer me evenmin voor klimaatromans. (En ik ben aanzienlijk jonger dan Theodor Holman).
En ja hoor, Connie Palmen wordt weer als damesromanschrijver weggezet. Theodor Holman is een oude witte man met opvattingen nog veel gedateerder dan die van de jaren zestig, persoonlijkheid nul.
@ Jeanne: In de moderne tijd luidt de correcte zin: ‘Een man (liever nog ‘Iemand’) met opvattingen nog veel gedateerder dan (…)’
Tenzij je er juist happig op bent een hele bevolkingsgroep over een kam te scheren. In dat geval plaats je je in een lange, hopelijk gedateerde traditie.
Tja, Grunberg is inderdaad geen Hermans, geen Reve.
Je kunt appels ook niet met peren vergelijken
Wat een achterhaalde discussie. ‘De literatuur feminiseert’, alsof het een soort rottingsproces behelst. Natuurlijk even een sneer naar Palmen, zoals zo vaak. En dan de roep om ‘persoonlijkheden’, zoals Mulisch, Wolkers en Reve. De heren hebben niet door dat de maatschappij drastisch is veranderd, dat de hitsige boeken van Wolkers nooit grote literatuur waren, en dat ook Mulisch – hoewel een begenadigd schrijver – een enorme blinde vlek had, namelijk voor vrouwen. Vrouwen zijn in de werken van de zogeheten Grote Drie altijd weer van bordkarton: heilige, hoer of huishoudster, of een combi daarvan. Reve blijft literair voor mij nog het sterkst overeind, maar hem interesseerden vrouwen natuurlijk ook niet zo. Laten we blij zijn dat de huidige Nederlandse literaire stemmen zoveel kleurrijker en diverser zijn dan die destijds aanbeden Drie. En met inmiddels een massa topschrijvers onder vrouwen (een grrep: Vogels, Uphoff, Roemer en Mizee, of fantastische dichters als Delphine Lecompte en de betreurde Lieke Marsman), en onder queer schrijvers (Rijneveld, Heitman, Bervoets) die zich wél kunnen inleven in de overgrote rest van de mensheid (dus ook in iedereen die niet cisman, hetero en wit is) missen we die over het paard getilde ‘persoonlijkheden’ van toen niet meer zo. Fijn dat het boekenaanbod nu zoveel rijker en gelaagder is. Fijn dat ik een vrouwelijk perspectief ook vaker verbeeld zie (dat mogen mannelijke auteurs ook vaker proberen, de sekse van de schrijver zou immers niet hoeven uitmaken, geaardheid evenmin. Mulisch deed dat met Twee Vrouwen, maar dat vond ik niet zo sterk).
Aanvullend: Hermans, niet Wolkers, was natuurlijk de 3e van de Drie. Maar ook bij hem las ik geen geloofwaardige vrouwelijke personages….