Sportzomer: 9 Jan Siebelink – Pijn is genot
De wreedheid van Joop Zoetemelk
Het Nederlandse taalgebied kent een aantal onverbiddelijke klassiekers over de wielersport. De bekendste is ongetwijfeld De Renner van Tim Krabbé. Maar ook andere titels behoren hiertoe, zoals Het zweet der goden van Benjo Maso, Te midden der kampioenen van Joris van den Bergh en Van Santander naar Santander van de voormalige wielrenner Peter Winnen.
Een boek dat zeker in dit rijtje thuishoort, is Pijn is genot van romancier Jan Siebelink, waarvan de eerste druk in 1992 verscheen – inmiddels alweer ruim dertig jaar geleden. Siebelink is al sinds zijn kindertijd een groot liefhebber van de wielersport. Het mystiek-religieuze element ervan spreekt hem bijzonder aan, zo vertelde hij ooit in een interview met NRC Handelsblad. Rond zijn dertigste kocht hij zijn eerste racefiets, waarmee hij tijdens vakanties, vastgebonden op het bagagekarretje achter zijn Deux Chevaux, met zijn gezin door heel Frankrijk trok.
Begin jaren negentig schreef hij een aantal mooie reportages over toen bekende wielrenners, die hij bundelde in Pijn is genot. Sommige namen zijn nog steeds bekend, zoals Joop Zoetemelk, Jan Janssen en wellicht ook Peter Post. Andere zijn inmiddels wat meer in de vergetelheid geraakt, zoals Johan van der Velde en Jan Siemons.
Jan Siemons was een vrij onbeduidende coureur die een aantal jaren beroepsrenner is geweest, maar nooit een wedstrijd wist te winnen. Hij werd vooral bekend door de manier waarop zijn ouders hem tijdens de Tour de France vergezelden: met een grote dubbeldeksbus van hun bedrijf, bordeel Sauna Diana uit Zundert. Jan Siebelink mocht in de Tour van 1991 met de bus van Frans en Corrie Siemons meerijden. Hij beschrijft de bergetappe naar Val Louron. Siebelink zit met Corrie in de bus en ziet hoe zij meelijdt met haar oudste zoon, die in deze zware etappe moet vechten om niet buiten de tijd binnen te komen. Siebelink voelt mee met de vrouw, die zo lijdt van het lijden van haar zoon. Hij schrijft:
Ik dacht aan Alfred de Musset, die dichtte: Niets maakt ons zo groot als een groot leed. Ik dacht aan Baudelaire, die vond dat lijden het enige was dat de mens nobel maakte. Ik dacht aan de heilige Theresia van Avila, die door rites, diëtetiek, hygiëne haar lichaam wist weg te cijferen en door die geestelijke instelling absoluut lijden in absoluut genot kon omzetten.
Siemons kwam die dag op tijd binnen, hij wist deze Tour uiteindelijk op de 146ste plek te beëindigen. Na zijn wielercarrière werd hij bedrijfsleider in het bordeel van zijn ouders.
Siebelink schrijft zijn reportages niet als een onpartijdige journalist, maar als een betrokken liefhebber. Hij is trots dat hij zijn helden mag ontmoeten en er soms zelfs vriendschap mee kan sluiten. Die bewondering klinkt sterk door in zijn fraaie reportage over Joop Zoetemelk, die in Frankrijk woont. Hij drinkt koffie in Hotel Le Richemont in Meaux, dat Zoetemelks toenmalige vrouw bestierde. Hij ziet een wat ongemakkelijk kijkende man binnenkomen. ‘Hij had een tegelijk verlegen en onbevangen manier van kijken.’ Siebelink maakt zich niet bekend en vraagt later aan de serveerster of hij de oud-coureur mag spreken. Zij vertelt dat Zoetemelk die dag gaat jagen en aan het eind van de middag mogelijk met zijn kompanen zal terugkeren. Dat is het geval. Zoetemelk herkent Siebelink van de ochtend en biedt hem een drankje aan. Siebelink slaat zijn held nauwkeurig gade. Hij ziet dat er bloed aan zijn jachtkleding kleeft. ‘Joop, wat terzijde, nam niet echt aan het gesprek deel, glimlachte voor zich heen. Toch had ik de indruk dat die vriendelijke, altijd vragende ogen scherp alle kanten opkeken: ogen van de jager, van de wielrenner met een verbluffend koersinzicht.’ Siebelink legt op overtuigende wijze een verband tussen Zoetemelk als jager en als renner, wat een mooie correctie is op het gangbare beeld van ‘brave’ Joop: de saaie publiekslieveling die eigenlijk te lief was voor de harde wielerwereld. Hij roept een moment uit het wereldkampioenschap 1979 in Valkenburg in herinnering, waarbij Zoetemelk voor in het peloton een jonge renner inhaalt:
Onverbiddelijk, heel majestueus, naderde het peloton. In het centrum van die waaier, in tweede positie, Joop Zoetemelk. Geen renner die nodeloos krachten verspilde. Toen, als door een katapult weggeschoten, sprong hij weg uit de jagende groep, haalde de nog jonge renner in, kwam met groot vertoon van macht over hem heen. Zijn blik was op dat moment koel, hard. Er klonk uit duizenden kelen het beate ‘Jopie-Jopie!’ Maar ik zag hoe wreed hij kon zijn. Misschien was wreedheid in zijn zo rustige, heldere rennersbestaan wel het enige echte, diepere motief dat hem dreef.
De gelukkige eenzaamheid van de jager.
Het zijn mooie verhalen die Siebelink vertelt, zoals over Wim van Est – de coureur die bekend werd door zijn val op de Col d’Aubisque in de Tour van 1951 –, over Jan Janssen, die nog elke dag herinnerd wordt aan zijn Touroverwinning van 1968, en over Johan van der Velde, de meesterknecht van Joop Zoetemelk die aan zijn carrière een amfetamineverslaving overhield. En nog tal van anderen, zoals de klimmers Gert-Jan Theunisse en Steven Rooks en gentleman-coureur Erik Breukink. Siebelink weet op een innemende manier zijn liefde voor de wielersport met de lezer te delen. Verhalen die, hoewel al lang geleden geschreven, nog steeds de moeite van het lezen waard zijn.
Pijn is genot verscheen voor het eerst in 1992. Later volgden nieuwe edities waarin alle wielerverhalen van Jan Siebelink zijn gebundeld. Deze recensie gaat over de oorspronkelijke uitgave.
Aart Aarsbergen
Jan Siebelink – Pijn is genot: Erik Breukink, Wim van Est, Jan Janssen, Peter Post, Steven Rooks, Jan Siemons, Gert-Jan Theunisse, Johan van der Velde en Joop Zoetemelk. Meulenhoff Nederland, Amsterdam. 190 blz. Alleen antiquarisch verkrijgbaar.
De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald. Je vindt alle afleveringen hier.
(Foto: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief, CC0)
