Recensie: Dé-Lilah – Het land van de kersenbloesems
Ironie en psychologische inzicht
Het land van de kersenbloesems is een prachtig geïllustreerde verzameling verhalen en reisschetsen van de Indische schrijfster Dé-Lilah. Zij bezocht Japan in 1900 en was sterk onder de indruk van de flora en de bewoners van ‘Nippon’. Dé-Lilah dweepte met de kersenbloesems, de chrysanthemen en de wisteria en voelde veel sympathie voor de ‘beminnelijke’ Japanners, hun stalen energie en ambitie en de manier waarop ze met de natuur omgaan.
Dé-Lilah bezocht het land aan het eind van de Meij-periode. Japan kwam toen uit een eeuwenlang isolement en veranderde in hoog tempo in een modern land dat kon concurreren met het westen. Hoewel veel Japanners nog arm waren, groeiden de economie en industrie sterk. Dé-Lilah vond deze veranderingen weliswaar bewonderenswaardig, maar ze betreurt ook de teloorgang van het authentieke Japan:
Thans draagt het hof Europeesche kleeding en heeft de Parijsche mode de karakteristieke fantastische Japansche dracht – helaas! – vervangen, en in plaats van de ruime brokaatgewaden heeft de keizerin thans haar kleine figuurtje in de nauwe tailles van het Westen gestoken.
Dit sentiment heeft Dé-Lilah gemeen met Louis Couperus, die het land 22 jaar later bezocht en zich bijvoorbeeld enorm ergerde aan zijn Japanse arts die Westerse kleding droeg met papier-maché of celluloid manchetten. De postkoloniale lezer uit 2026 moet soms even slikken over de toenmalige observaties van Dé-Lilah:
Zoo gehaat als de vreemdelingen vroeger waren, worden zij thans met den grootsten eerbied behandeld. Weliswaar geldt de leus ‘Japan voor de Japanners’, maar dat is vrij natuurlijk. Daar waar de Japanner intelligent genoeg is om den Europeaan te vervangen, en waar tevens duizenden Japanners zich eene positie hebben te veroveren in de Japansche maatschappij en een bestaan hebben moeten, daar moet de vreemdeling natuurlijk wijken voor den inboorling, die recht heeft op zijn land en alles wat dat oplevert.
Het openingsverhaal ‘Het eiland van den vliegende draak’ is een introductie van het land, de gewoontes en geschiedenis. In de volgende zeven verhalen is de reisschrijfster ook nooit ver weg. Dé-Lilah had een talent voor sfeervolle beschrijvingen en hielp haar lezers door voorwerpen en kleding toe te lichten, ook in de fictionele bijdragen. Ze was tijdens het belangrijke feest van de kersenbloesems (sakura) in Tokio en schrijft hoe de Japanners omgaan met dat ‘beelderig bloempje’. Enthousiast beweert ze dat het Japansche volk ‘zoo poëtisch en kunstminnend is’, dat het ‘zijne kinderen al vroeg leert al wat schoon en heerlijk is in de natuur’. Toch heeft ze ook oog voor de misstanden, bijvoorbeeld voor de kwetsbare positie van geisha’s en maiko’s, uitgewerkt in het ontroerende verhaal ‘Lotus’. Geestig en soms zelfs vilein is het verhaal over de zelfingenomen Britse Tommy Snowboy: ‘Het buskruit had hij niet uitgevonden, maar dat hoefde ook niet, want hij had geld genoeg verdiend om het te laten uitvinden.’ Haar ironie en psychologische inzicht komen daarin het best tot zijn recht.
Dé-Lilah vergelijkt Japan vaak met Nederlands-Indië, het land waar ze geboren werd uit een ingenieur van Schotse of Engelse afkomst en een onbekende Javaanse of Indo-Europese moeder. Dé-Lilah is het pseudoniem van Lucy van Renesse-Johnston (1862-1906). Ze trouwde op haar negentiende met Ernest Jean Baptist van Renesse, met wie ze naar een tabaksplantage op Sumatra verhuisde. Al jong werd zij weduwe en zij voorzag in haar onderhoud met het schrijven van feuilletons en reisverhalen voor kranten en weekbladen. Er bleven meer dan tweeduizend pagina’s ‘Indisch proza’ van haar bewaard. De acht verhalen in ‘Het land van de kersenbloesems’ zijn nooit eerder gebundeld. Bezorgers Rick Honings en Olf Praamstra diepten ze gelukkig op en maakten er een mooi boekje van, met een verhelderende inleiding, verklarende noten en een lijst met vertalingen van Japanse woorden.
Petra Teunissen
Dé-Lilah – Het land van de kersenbloesems. Verhalen van Dé-Lilah over Japan in 1900. Bezorgd en ingeleid door Rick Honings en Olf Praamstra. Walburg Pers, Zutphen. 224 blz. € 24,99.
(foto boven SLIMHANNYA, via Wikipedia)

Goede recensie van dit inderdaad bijzondere boek!
Deze recensie noodt tot lezen van het boek. Zeer benieuwd!