Hup jonge neerlandicus, aan de slag!

Wie nu Nederlands gaat studeren, kan een geweldige mentor uit de kast trekken. Het onlangs verschenen Basisboek Letterkundig Onderzoek, geschreven door Lieke van Deinsen, Mathijs Sanders en Sandra van Voorst, verdient in die kast en op het bureau van beginnende en nieuwsgierige neerlandici een ereplaats. Het boek legt als het ware de loper uit voor wie weten wil wat je tijdens je tijdens en na je studie allemaal kunt onderzoeken. Het is een impliciete uitnodiging om met dat onderzoek nooit meer op te houden.

Het Basisboek is jammer genoeg niet voor mij geschreven: ik ben geen beginnende neerlandicus meer, ‘grumpy’ zelfs, te goed op de hoogte van de teleurstellingen waar je bij het onderzoek tegenaan kunt lopen. Het boek heb ik desondanks met plezier en bewondering gelezen: het optimisme, dat in dit Basisboek op iedere bladzijde te vinden is, is aanstekelijk: onderzoeken, dat kán en dat kan zó. Hup jonge neerlandicus, aan de slag!

Het boek veronderstelt bij de jonge onderzoeker behalve nieuwsgierigheid enige belezenheid. In hun boek etaleren de auteurs hún belezenheid op onnadrukkelijke, jaloezie opwekkende wijze: de voorbeelden van mogelijk onderzoek, die zij bespreken, zijn zonder uitzondering fris en nieuw. Ga maar na: Anjet Daanje, Marcel Möring, Evi Aarens, Tom Lanoye en in plaats van Multatuli’s Max Havelaar Martijn Adelmunds Max Havelaar met zombies.

Het product van nieuwsgierigheid en belezenheid is verwondering. Wie zich wil verbazen, moet immers al wel wat weten en gelezen hebben. Daar helpt geen moedertjelief aan. De drie auteurs leggen geen lijstje van ‘mustreads’ aan,  impliciet bevelen ze echter veel titels aan. Toch maar die roman van Marcel Möring lezen. En de poëzie van Chris van Geel.

In het Basisboek staat een ‘cyclus van wetenschappelijk onderzoek’ en die cyclus opent met verwondering. Zelf ben ik bekender met de variant van verwondering: wantrouwen en ongeloof. Zo hoorde ik een Céline-kenner decennia geleden met droge ogen en veel aplomb beweren dat Voyage au bout de la nuit na verschijnen weinig respons had gekend. ‘Oh ja,’ vroeg ik, ‘wat heb je allemaal gedaan om dat uit te vinden.’ Toen hij hard lachte (en zich er met een slimmigheidje zocht te redden), was ik verkocht: ik moest er het mijne van weten. Vaak is het betwijfelen de motor van mijn onderzoek.

De ‘cyclus’ is van een grote helderheid. Zelf werk ik vaak rommeliger – al doorloop ik de stadia van het Basisboek  dan wel – en gedraag ik me als een strandjutter, in bibliotheken en op Boekwinkeltjes sneupen én met geestverwanten praten. Heel veel goede tips bij onderzoek dank ik aan loslippigheid. Literatuuronderzoeker, leg een balboekje aan van neerlandici die thuis zijn op aangrenzende terreinen!!

De hoofdmoot van het boek bestaat uit een beschrijving van mogelijke benaderingen van het literaire werk, de literaire auteur en de literaire wereld. De auteurs schrijven daar heel lucide over én zonder te oordelen. Misschien is het ontbreken van polemische geluiden of dito dogma’s wel het aangenaamste van het Basisboek. Soms zou ik wensen dat ik nog zo onbevangen tegen literatuurstudie aan kon kijken. Mijn eigen voorkeuren en ongemak heb ik dankzij het boek een sterker fundament kunnen geven: zo ben ik bepaald niet gewonnen voor ‘distant reading’, door de auteurs welwillend als een ‘adelaarsperspectief’ beschouwd (maar in mijn ogen vooral slordig lezen), of het van de literaire tekst en ervaring afleidend ‘representatieonderzoek’, terwijl ik mijn redeloze liefde voor hermeneutiek en archiefonderzoek welsprekend bevestigd zag.

Ik ken één boekje dat op vergelijkbare wijze de onderzoeker de weg wijst, dat is Bert Paasmans nauwkeurige boekje over Elisabeth Maria Post, al gaat dat dan niet in de eerste plaats over benaderingen van het werk, maar vooral over archiefstudie. Het Basisboek biedt inspiratie en kaders van onderzoek. Nu het Basisboek er is, is het onbegrijpelijk dat het er niet al was.

Peter Altena

Lieke van Deinsen, Mathijs Sanders en Sandra van Voorst – Basisboek Letterkundig Onderzoek. Uitgeverij kleine Uil, Groningen. 168 blz. € 37,50.