Kan iemand overal buiten blijven? Je zou De stille Amerikaan van Graham Greene heel simpel kunnen samenvatten als een klassieke roman over een driehoeksverhouding. De journalist Thomas Fowler heeft in
Peter begon te brommen alsof hij het prettig vond De titel van de roman, Telefoon uit Maastricht, zet je meteen op het verkeerde spoor. Maastricht speelt namelijk helemaal geen rol
‘Moet dat nu echt zo, juffrouw Noordzij?’ Toen Nel Noordzij in 1955 de roman met de uitdagende titel Het kan me niet schelen publiceerde, kreeg ze vrachten kritiek over zich
Een chronisch absenteïsme Jacques Vrede, de hoofdpersoon van de roman De linkerhand van Alfred Kossmann, is in alle opzichten onsympathiek. Hij is zo hooghartig als een corpsstudent, speelt voortdurend nare
De Dorstige Hond Niemand leest het werk van Harriët Freezer meer. Haar boeken liggen niet meer in de winkel en alleen bewoners van de paar straten die in Nederland naar
In het nachtlicht bloeiende rotsen In 1955 werd nog moeite aan een recensie besteed! Nadat Jan Greshoff Philip en de anderen van Cees Nooteboom had gelezen, schreef hij deze loftuiting:
Het geschminkt bedrog In 1956 werd aan Herman Teirlinck (1879-1967) de Prijs der Nederlandse Letteren uitgereikt. Hij was de eerste schrijver die deze prijs ontving. In een krantenbericht werd Teirlinck
Als een elastiekje dat knapt Tom Ripley, de hoofdpersoon van De getalenteerde meneer Ripley, is midden twintig en woont in New York. Hij heeft geen vast werk, weinig geld en
Glijden als een kleine vogelveer Bordewijk opent de roman Bloesemtak met een statement van Virginia Woolf (uit A Room of One’s Own) waar hij het kennelijk mee eens is: ‘If