Watson overtreft zijn leermeester bij de ontrafeling van diens dood

Wie alle strips rond de avonturen van Sherlock Holmes op een stapel legt, komt gemakkelijk aan een manshoge toren. Het personage van Arthur Conan Doyle spreekt tot de verbeelding en de laatste jaren beleven we met name door televisie-series als Sherlock en Elementary zelfs een flinke opleving. Binnenkort komt daar The Irregulars bij, een tv-adaptatie rond de avonturen van de Baker Street Boys, het groepje straatschoffies dat Holmes helpt bij het oplossen van zijn zaken. Van de Baker Street Boys is overigens een heel goede stripserie voorhanden, De vier van Baker Street.

Holmes (1854/†1891?) is een vierdelig verhaal dat begint als Holmes net is overleden. Of vermoedelijk, want over de doodsoorzaak van het romanpersonage van Doyle bestaan meerdere versies. Hier is hij aan zijn eind gekomen na een gevecht bij de Zwitserse waterval van Reichenbach met zijn eeuwige antagonist professor Moriarty, die daarbij zelf ook het leven liet. Geen getuigen en dus is Holmes’ trouwe gezel, dokter John Watson, bepaald niet zeker van deze curieuze gang van zaken en besluit op onderzoek uit te gaan.

In de vier delen van Holmes (1854/†1891?) keert Watson alles ondersteboven. Hij ontrafelt de familiegeschiedenis van het gezin Holmes, waarbij hij stuit op enkele opmerkelijke zaken. Eén ervan betreft Sherlocks oudere broer Mycroft. Zijn schimmige handel en wandel roepen veel vragen op, evenals het web van intriges dat rond de familie hangt. Wat begon als een gericht onderzoek naar de dood van zijn goede vriend, draait voor Watson uit op een gigantisch speurwerk dat nauwelijks is te overzien.

Het mooie van de reeks zit in de opeenstapeling van verhaalelementen die mogelijk kunnen bijdragen aan de oplossing: steeds als Watson iets op het spoor is, blijken er complotten, motieven en vage betrokkenen in het spel. Niets is wat het in eerste instantie lijkt, al raakt Watson gedurende zijn beproeving zelden uit het veld geslagen. Zijn leermeester zou zeker trots op hem zijn geweest.

Het sfeerbeeld van de meeste strips rond Sherlock Holmes is die van de rauwe romantiek uit de tweede helft van de negentiende eeuw: de gegoede burgerij die zich voortbeweegt in koets en zich boven alles verheven waant, het gepeupel dat in lompen gehuld en terneergeslagen voortgaat. De mooie kostuums, deftige huizen tegenover de achterbuurten en het gajes. Vaak wordt het in zachte kleuren gevat, alsof dat typisch was voor die tijd. In deze reeks kiest tekenaar en inkleurder Cécil (een pseudoniem van de Fransman Christophe Coronas) er juist voor om vrijwel alles in een enkele gewassen kleurstelling op te zetten. Het heden is mistroostig blauwgrijs, de sfeer kleurt getemperd goudbruin als we teruggaan naar de jongere jaren van Holmes. Dat onderscheid pakt goed uit; het ontdoet het verhaal van allerlei vals sentiment.

Het verhaal leest vlot, maar neemt in zijn geheel wel de nodige tijd in beslag. Er wordt erg veel gesproken en gediscussieerd. Bepaald geen diskwalificatie, het geeft de lezer de gelegenheid de puzzelstukjes zelf te leggen: Holmes (1854/†1891?) is geen standaard-tempo detective, maar eerder een minutieuze verslaglegging van een grondig onderzoek. De lezer wordt vooral op de proef gesteld bij briefwisselingen: voor het dramatische effect ervan is er gekozen voor een zo buitenissig lettertype dat het even kost om te lezen wat er staat.

Holmes (1854/†1891?) werpt een ander licht op het werk van Arthur Conan Doyle. Scenarist Luc Brunschwig heeft een solide verhaal afgeleverd met bezieling en vaart. Samen met de perfect uitgebeelde sfeer en de soepele mise-en-scène van Cécil is het een vierluik dat verplicht is voor Holmes-adepten. En kom, ook voor striplezers die niet terugdeinzen voor een flinke kluif.

Stefan Nieuwenhuis

Cécil & Luc Brunschwig – Holmes (1854/†1891?) delen 1-4. Daedalus. 48 blz. (deel 2: 40 blz.) hardcover. € 17,95.
deel 1 Afscheid van Baker Street, deel 2 De bloedbanden, deel 3 De schaduw van de twijfel, deel 4 De dame van Scutari.

1

Reacties