Stephan Sanders is in zijn column in de NRC in de pen geklommen om aandacht te vragen voor de mogelijke vervanging van het Monument voor Anton de Kom in Amsterdam-Zuidoost. Nadat maker Jikke van Loon haar beeld vorige maand in een opiniestuk in Het Parool zelf ter discussie stelde, kon het weleens gedaan zijn met het beeld. Heikel punt is het onblote bovenlijf van De Kom, wat voor Van Loon stond voor innerlijke kracht en spiritualiteit, maar volgens tegenstanders zou het De Kom typeren als tot slaafgemaakte man.
Sanders begrijpt dan juist weer niet waarom De Kom niet naakt mag zijn. Hij ziet:

[E]en nieuw herwonnen, heroïsche naaktheid, voorbij de slavernij. Of is die naaktheid voorbehouden aan Le Penseur van Rodin? Is dat niet betamelijk voor een zwarte, Surinaamse man? Dat zijn oude, koloniale hebis (geestelijke lasten) en als zodanig een slecht ijkpunt, zeker voor een sculptuur van De Kom.

Wethouder van Kunst en Cultuur Touria Meliani heeft vorige week echter laten weten dat er een ‘roep [is] om dit beeld aan te passen, en ik wil ruimte geven aan dat geluid. […] Het is tijd om ruimte te maken voor kunstwerken en monumenten die bijdragen aan een openbare ruimte waarin iedereen zich kan herkennen.’

Een slechte zaak volgens Sanders:

Twintig jaar heeft het De Kom-beeld mogen bestaan. Het zijn niet de leukste landen, waar monumenten het niet langer dan één generatie uithouden. En hoe krijgen we kunst in het openbaar die geen tegenspraak oproept? Het recept, als concept: beleg een buurtvergadering en plak de uitgewerkte notulen aan de muren.

Ik vrees dat de verwijdering van het Anton de Kom-monument deel moet uitmaken van Touria Melianis erfenis als wethouder. De gemeenteraadsverkiezingen zijn aanstaande, zij kan nog net iets achterlaten: het Amsterdamse beeld dat er niet meer is.

Dat is een spookbeeld.

Lees de column van Stephan Sanders hier.

Zie ook onderstaand item van AT5: