Aan de middeleeuwse rafelrand

Er zullen niet veel mensen zijn in Nederland die niet aan den lijve hebben ervaren hoe het voelt om het slachtoffer te zijn van diefstal, en hoe ontwrichtend en frustrerend het is als er wéér een fiets is gestolen, een pasje verdonkeremaand of een rugzakje verdwenen, om niet te spreken van de gevolgen van een inbraak in wat je je veilige huis achtte. In haar met de Libris Geschiedenisprijs bekroonde boek Dievenland schrijft Janna Coomans over dieven en diefstallen, veelal, maar niet uitsluitend, in steden langs de IJssel – Deventer, Kampen – en het gebied rond ‘s Hertogenbosch in de Late Middeleeuwen (15e en 16e eeuw). Dit soort onderzoek betreft onontgonnen gebied, gebaseerd op archiefstukken die niet of weinig bestudeerd zijn, en veeal niet eens bekend. Wie waren de personen die toen tot diefstal overgingen, wat waren hun beweegredenen en hoe ging het verder met ze, als ze in hun kraag waren gevat? Afgezien van de inleiding en de epiloog telt het boek drie delen, waarin verschillende aspecten van de dievenwereld worden belicht.

Een vrouw in het Brabantse Oirschot had een mantel gestolen, en had die mantel snel weer verkocht om er eten van te kunnen kopen. Het was duidelijk niet de mantel waar ze haar zinnen op had gezet, maar op de opbrengst van de verkoop ervan: om voedsel voor zichzelf en misschien een gezin te kunnen kopen. Kennelijk lag of hing de mantel ergens onbeheerd, zodat ze hem kon meegrissen. Een duidelijk geval dus van de gelegenheid die de dief maakte. Overigens had ze ook geldbuidels, die aan gordels of broekriemen gedragen werden, ‘gesneden’ – een vorm van diefstal die veel voorkwam waar mensen in een groep bijeen stonden en afgeleid werden, door een verkoper bijvoorbeeld – zoals tegenwoordig je portemonnee of telefoon uit je zak ‘gerold’ wordt. In middeleeuwse kleding zaten geen zakken, zoals Coomans opmerkt; zakken in kleding zijn een latere uitvinding, vandaar de geldbuidels. Hopelijk vond de vrouw die de buidel had gesneden er munten in die in haar eigen stad gebruikt konden worden, want in deze periode kwam ‘een duizelingwekkende hoeveelheid muntsoorten’ voor: steden en wereldlijke machthebbers als hertogen en vorsten sloegen allemaal hun eigen munten. In een helder overzicht, met allerlei voorbeelden, vertelt Coomans over de moeilijkheden die dit met zich mee bracht en de oplossingen die werden bedacht. Zo wordt tussen de verslaggeving over de diefstallen bijna terloops een schat aan extra informatie geboden.

Vee was een gewild doelwit, maar makkelijk was dit niet. Schapen, runderen of paarden gaan niet altijd gedwee en stilletjes mee met hun dief. Bovendien herkennen eigenaren vaak hun eigen dieren, zeker als het om paarden gaat of als iemand maar enkele dieren bezat. Dat maakte ze moeilijker te verkopen. Coomans beschrijft het op een invoelbare manier, alsof ze zelf geprobeerd heeft in het nachtelijk duister een kudde schapen of een paar paarden te stelen. Opvallend genoeg komen ezels als buit in de archieven niet voor; misschien waren ze te eigenwijs om het zelfs maar te proberen, schrijft ze. Gestolen waar hoefde trouwens niet altijd kostbaar te zijn: ook diefstal van doodgewone potten en pannen, zaken die iedereen wel kon gebruiken en die gemakkelijk gesleten konden worden, komt in de archieven veelvuldig voor.

Eenmaal door de stedelijke autoriteiten aangehouden, wachtte de dief een gerechtelijk onderzoek. Kwam de dief van elders, dan volgde uitlevering aan de plaats van herkomst, maar dieven zonder vaste verblijfplaats, ‘vagabonden’ genoemd, ‘waren strafbaar op elke plaats waar men ze tegenkomt’. Ze waren in feite vogelvrij, zeker als ze al eerder in de fout waren gegaan. Voor anderen moest worden vastgesteld of de dief een alibi had, of er verzachtende omstandigheden waren (zoals bijvoorbeeld zwangerschap of zwakzinnigheid), of er een bekentenis was – al dan niet afgedwongen door marteling – en wat de sociale status van de gedetineerde was. Dan werd een straf opgelegd die in overeenstemming was met de wandaad. Het kon de dief een ledemaat kosten, of het leven, en er waren dan nog gradaties in de gruwelijkheid van de executie. Maar bijna nog erger dan het verlies van ledemaat of leven was het verlies van aanzien in de wereld, het verlies van ‘faem’. Dat trof een veel wijdere kring dan alleen de dief.

‘Faem’, het equivalent van het moderne woord faam dat tegenwoordig bijna uitsluitend positieve connotaties heeft (‘befaamd’), betrof een wijd spectrum aan bekendheid; het omvatte naast roem ook geruchten, ‘wat mensen over je zeggen’, beruchtheid en schande. Coomans laat zien dat iemand die toch al een slechte naam had, verdiend of niet, op aanzienlijk minder clementie kon rekenen dan iemand die goed bekend stond en familie en vrienden had die enige druk op de rechters konden uitoefenen. Dat deden die vrienden en familieleden trouwens niet uitsluitend uit altruïsme: door de misdaden van hun vriend en familielid stond nu ook hun eigen eer en reputatie op het spel. Ze kwamen in actie om ook hun eigen faem ‘voor verdere deuken te behoeden’.

In haar Inleiding schrijft Coomans dat ze ‘niks in dit boek [heeft] verzonnen om het te verlevendigen’. Alles is terug te vinden in de archieven. Op deze basis, en door middel van bijna terloopse uitweidingen, presenteert ze een schat aan informatie. Ze doet dat in heldere taal, steeds met onderbouwing of illustratie vanuit de archieven. Het is niet gemakkelijk om als academicus te schrijven voor een breder, niet-gespecialiseerd publiek, maar Coomans kan dat. Ze ziet steeds de mensen achter de vermeldingen in de archieven. De uitgever heeft gelukkig niet moeilijk gedaan over verwijzingen in de tekst naar eindnoten waar de precieze vindplaatsen staan vermeld; ook is er een volledige bibliografie. Het boek bevat vele, vrij kleine zwart-wit illustraties, maar gelukkig ook een katern met kleurenreproducties op glanzend papier. Coomans presenteert zichzelf als ‘historicus en schrijver’ en dat is volkomen terecht: ze doet beide omschrijvingen eer aan.

Thea Summerfield

Janna Coomans – Dievenland. Overleven in de Middeleeuwen. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam. 340 blz. € 27,99.