Eenendertigste hoofdstuk

Hoe Hieronimus op zijn vlucht naar Bayernland een nieuw avontuur beleefde en in de schouwburg zijn geliefde Amalia herontdekte. Zeer plezierig om te lezen.

  1. Gelijk een vos voor de jagende honden

    Er net nog in slaagt niet te worden verslonden,

    Om opgelucht vast te stellen dat

    Hij slechts een stuk pels verloren had,

  2. Zo wist zich Hieronimus ook in zijn grootste

    Ongeluk met de gedachte te troosten

    Dat hij heelhuids (zij het nipt)

    Aan de boze boeren was ontglipt.

  3. Wel is hij er, nadat de vlucht was genomen,

    Bij schade en schande achter gekomen

    Welk een zure, ellendige, zware prijs

    Er rust op het geven van onderwijs.

  4. Hij nam zich ook voor om nooit van zijn leven

    Een boek of geschrift meer uit te geven,

    Want slechts zijn literaire roemzucht

    Was schuld aan zijn ongeluk en vlucht.

  5. Maar toen hij zich goed en wel realiseerde

    Dat zijn beschermheer op reis verkeerde

    En naar Bayernland was gegaan,

    Toog hij er veiligheidshalf achteraan.

  6. Hij heeft zich dan ook niet lang bezonnen

    En is meteen aan die reis begonnen,

    Maar weldra legde een nieuw avontuur

    Hieronimus heerlijk in de luur.

  7. Want toen is zijn leven anders verlopen

    Dan hij aanvankelijk had durven hopen

    En wel toen hij in een grote stad

    Een paar dagen rust genomen had:

  8. Om wat grip op zijn melancholie te krijgen

    Waar hij door het gebeurde toe bleek te neigen

    Bezocht hij daar in een opwelling

    ’s Avonds een toneelvoorstelling.

  9. Al gauw kreeg hij onder de actricen

    Een fraai opgedoft exemplaar in de smiezen

    Dat hoe langer hij ernaar keek

    Steeds meer op zijn lieve Amalia leek.

  10. Mijn hemel! Wie kan zijn verrukking beschrijven,

    Dat hij haar aantrof in levende lijve,

    En prompt het hele parterrepubliek

    Bijna deed raken in grote paniek.

  11. Want ze was in haar rol nog niet uitgesproken

    Of hij had haar zijn armen al toegestoken,

    En weldra volgde kus op kus

    Tussen haar en Hieronimus.

  12. En dolgraag vernam de een van de ander

    Welk toeval hen weer had gebracht bij malkander,

    Maar Hieronimus, uiterst tevree,

    Bracht haar eerst naar zijn veilige stee.

  13. Amalia heeft toen als eerste vernomen

    Wat hem voor wonderlijks was overkomen,

    Sinds hij die laatste noodlottige keer

    Was weggejaagd door die oude heer,

  14. En hoe hij vrome liedjes moest zingen

    Bij een dame met amoureuze bedoelingen,

    En hoe men hem met beurs en al

    In een herberg van zijn geld bestal,

  15. En welk ongeluk hem was overkomen

    En hoe hij toen niet had durven dromen

    Dat hij nu op Amalia was gestuit –

    Dat alles legde hij uitvoerig uit.

  16. Daarop wilde Hieronimus horen

    Wat of zij alles beleefd had tevoren,

    En de schone onthulde’n’m

    Het onderstaande curriculum:

 

0