Weefsel

Wat zich eerst liet aanzien als een piriformis (dat is een spier in de bil) syndroom, daarna als een hernia, bleek vorige week een tumor in de rug te zijn. Ik zat al met enige angst te wachten op het telefoontje omdat eerder op die dag de MRI-scan was onderbroken om wat contrastvloeistof in mijn lichaam te spuiten, waarna het scannen verder ging. Ik hoefde me niet ongerust te maken, zei de vrouw die de vloeistof mijn rechterarm in jenste nog, maar gezien mijn geschiedenis was dit een extra check. Bijna tien jaar geleden kreeg ik van de ene op de andere dag teelbalkanker en was ik er binnen een dag weer vanaf. Sindsdien maak je je, al is het maar op een laag bewustzijnsniveau, altijd ongerust dat de kanker ooit terugkomt.

Er zijn makkelijkere boodschappen om door te bellen aan je moeder. Je bent opeens weer een kind van 52.

Zes dagen later, waarin je alles hebt gedacht en doordacht, laat de neurochirurg me plaatjes zien van de tumor. Mijn hoop dat het misschien een bloedprop is die ik er uit kan lopen is wat ijdel. Wat het precies wel is, is onduidelijk. Weefsel van vijf centimeter groot dat er niet hoort en dus weggehaald moet worden. De neurochirurg laat alle opties open, zeker gezien mijn geschiedenis, maar de twee vrienden die me begeleiden zijn na afloop gematigd positief. Ja, het kan allemaal nog de verkeerde kant opgaan, maar het kan ook een ‘gewone’ zware operatie zijn. Ik sta niet direct te juichen, er zijn nog te veel onzekerheden voor een feest.

De vorige column ging over die duizenden vrienden op Facebook, Twitter en Instagram. Natuurlijk heb je aan je naaste familie en vrienden het meest, maar de steun via de sociale media is enorm. Er wordt nogal eens laatdunkend gesproken over die sociale media, en vaak terecht, maar er is in barre tijden ook een positieve zijde aan al die sociale contacten.

Vlakbij de afdeling neurochirurgie, naast de kantine, hangt een enorme poster met de tekst ‘Het kan raar lopen’. Dat is figuurlijk het geval, maar in mijn geval ook letterlijk.

Onzekerheid is geen goede basis om boeken te lezen. De werkelijkheid zit me te zeer in de weg om van fictie te genieten, terwijl fictie in andere tijden de kunstvorm was om de werkelijkheid aan te kunnen.

Coen Peppelenbos

Deze column stond eerder in een iets kortere vorm in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 14 januari 2017.

1