Nocturama

Met de dichter, de schilder en de redactrice was ik het afgelopen weekend in Leuven om aan Yves Petry de Tzum-prijs uit te reiken. In zijn tuin – de beker, de bos bloemen en de envelop met het prijzengeld ter waarde van 34 euro op tafel – vertelde hij dat het hotel waarin wij verbleven, voorkwam in zijn prijswinnende roman. Voor een literair toerist is dat waardevolle informatie. Het sjofele hotel met de uitbundige naam Mille Colonnes, waar ze eenpersoonsmensen zoals ik opsluiten in een bezemkast die kleiner is dan een gevangeniscel, kreeg daardoor toch enige letterkundige allure.

De volgende dag reisden we via Brussel (korte samenvatting van de Yves Kleintentoonstelling: veel blauw en veel kunsthistorisch geouwehoer aan de muur om het blauw te verklaren) naar Antwerpen voor een middagje dierentuin. De Zoo, pal naast het Centraal Station, had ik altijd overgeslagen, maar de dichter wilde er graag naartoe. De redactrice werd bij de kleine aapjes door een verzorger weggestuurd omdat ze die zat te pesten en stond even later een banaan te eten voor het hok met de mensapen, in de hoop er een Bokito-moment uit te slepen.

Als literair toerist was ik vooral geïnteresseerd in het Nocturama. In dat moeilijk te vinden verblijf waar de meeste dierentuingangers aan voorbijgaan, huizen de nachtdieren. Om ze als bezoeker actief mee te maken hebben ze in dat deel van de dierentuin dag en nacht omgedraaid. In het begin van de roman Austerlitz van W.G. Sebald ziet de hoofdpersoon daar een wasbeer.

Hij zat met een ernstig gezicht bij een beekje en spoelde telkens weer hetzelfde schijfje appel af, alsof hij hoopte dat hij met al dat spoelen, waarvan de grondigheid niets redelijks meer had, kon ontsnappen aan de namaakwereld waarin hij als het ware buiten zijn eigen toedoen terechtgekomen was.

Het lijkt een gewone observatie te zijn, maar later blijkt deze zin volledig te passen op het leven van de verteller die in zijn jeugd als joodse vluchteling naar Wales is overgebracht. Wij zagen we luiaardmama Quadraat met haar jong Sunset op de buik langzaam aan een tak langs de ramen bewegen. We konden er niets symbolisch van maken. Toen we uit het Nocturama kwamen, moesten we even wennen aan de echte wereld.

Coen Peppelenbos

Deze column stond in een iets kortere versie eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 17 juni 2017.

0

Reacties