Een djinn in een fles

Met het prachtig uitgeven boek De schelmenstreken van Reinaert de Vos scoorde uitgeverij Hoogland & Van Klaveren vorig jaar een bescheiden bestseller. De aandacht van het Boekenpanel van De Wereld Draait Door was daar mede debet aan. Het klassieke middeleeuwse verhaal werd door Koos Meinderts naverteld waarbij tegenover een pagina tekst altijd een geïllustreerde pagina stond. Met telkens een andere illustrator. Die succesformule krijgt een vervolg in Aladdin van Sjoerd Kuyper.

Kuyper vertelt het bekende verhaal uit Duizend en één nacht op zijn eigen wijze na. Zijn Aladdin woont in het moderne Istanbul samen met zijn moeder. Zijn vader is verdronken. Hij loopt tussen de selfiemakende toeristen rond en denkt na over een carrière als zakkenroller. ‘Zakkenrollen is ook werk.’ Een langsfladderend biljet van 200 lira zorgt voor tijdelijke verlichting. Een deel ervan gebruikt hij voor de toegang tot het Topkapipaleis waar hij een fles vindt waaruit als hij erover wrijft een djinn tevoorschijn komt die wensen in vervulling kan brengen.

Vanaf dat moment schiet het verhaal een paar eeuwen terug en lijkt het wat meer op de oorspronkelijke versie. Als Aladdin Badroel Badoer, de dochter van de sultan, ziet slaat de liefde toe en moet de djinn overuren maken om alle wensen te vervullen. De tekst van Kuyper neemt opeens een poëtische vlucht.

Haar haar is als koren dat wuift in de wind, haar ogen juwelen die je op aarde niet vindt, geloof me, geloof me, haar ogen zijn blauw! En haar mond is een rozenblad vochtig van dauw, haar neus is volmaakt, zo lief en ook stoer, haar oortjes zijn schelpen van zacht parelmoer, en de huid van haar wangen, zo glad en zo teer, dat heb ik gezien, moeder, toen ze zwom in het meer.

Voor jonge kinderen behoudt het verhaal het sprookjesachtige karakter: de goeiige djinn die het liefst moppen wil vertellen, een boosaardige grootvizier en een even slechte tovenaar, paleizen die verschijnen en verdwijnen. Word je al niet meegesleept door de tekst dan doen de illustraties wel hun werk. Ludwig Volbeda, Charlotte Dematons, Philip Hopman – om maar een paar van de topillustratoren te noemen – hebben pagina’s getekend waar je heel lang naar kunt blijven kijken en waarin je steeds iets nieuws ontdekt.

Aan het einde van het verhaal, een sprookje moet natuurlijk goed aflopen, laat Kuyper de jonggeliefden terugkeren naar het huidige Istanbul waar ze rustig verder leven met een paar geiten. De fles met de djinn wordt ingemetseld. ‘Dan heb ik eindelijk rust aan mijn kop,’ zegt de djinn. Het is te hopen dat de uitgeverij deze mooie reeks zal voortzetten.

Coen Peppelenbos

Sjoerd Kuyper – Aladdin. Hoogland & Van Klaveren, Hoorn. 40 blz. € 17,95.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 10 januari 2020.

0

Reacties