Hoe gevoelige mannen er altijd weer een draai aan geven

De Gevoelige Mannenclub is het album van Michiel van de Pol waarvan je wist dat die er ooit zou komen. Door de jaren heen waren de heren al een paar keer in allerlei smallpress boekjes verschenen. Nu zijn ze er echt, in een flinke graphic novel die twee belangrijke peilers van het werk van Van de Pol verenigt: zijn grafische gekte en vooral de heerlijke, mateloze kletsverhalen van zijn personages.

Het verhaal begint op z’n Van de Pols. Een lullige scène ontaardt in een premisse die niet verklaard wordt: van het ene op het andere moment besluit Vera zich uit te kleden en voortaan naakt door het leven te gaan. Haar verbouwereerde echtgenoot Harry ziet het aan en weet even niet wat hij moet zeggen. In ieder geval blijft het verwarde bezoek niet lang en gaat Vera daarna in haar niksie de straat op. En daar zit Harry.

Laat het aan Van de Pol over om met een vergezochte maar passende oplossing te komen: Harry neemt contact op met de Gevoelige Mannenclub, een gezelschapje van drie heren dat bestaat bij de gratie van God-mag-weten-wat. Aldus is hun introductie: De Gevoelige Mannenclub kent sinds haar oprichting belangrijke regels en tradities, zoals het begroetingsritueel waarbij de heren lekker met de blote basten tegen elkaar aan butsen, waarna ze elkaar de ruimte geven om hun gevoelens van dat moment te etaleren. Daarbij is een stukje dansexpressie bijvoorbeeld heel goed mogelijk. Vervolgens worden elkaars prostaten betast bij wijze van controle; een ‘verre van fris karweitje’ dat niet zelden ontaardt in een gebroederlijke stoeipartij, zoals alleen mannen dat kunnen.

Vera is intussen de vreemde dokter Cagliari tegen het blote lijf gelopen. Hij ziet potentie in haar. Cagliari houdt Vera voor dat ze midden in haar seksuele opleving zit en dat haar assertieve grondhouding hem enorm aanspreekt. En of ze even met hem mee wil naar zijn laboratorium, waar hij mannen houdt en allerlei experimenten voorbereid. Voor een kopje koffie, uiteraard.

Wie bij voorgaande alinea de wenkbrauwen fronst, moet erop beducht zijn dat die frons het voorhoofd niet meer verlaat tijdens het lezen van De Gevoelige Mannenclub. De gekte houdt aan. Knap aan het verhaal is hoe logisch al die nonsens lijkt. Van de Pol brengt het met een gemak en vanzelfsprekendheid die weinig vertellers gegeven is.

Wat iedere graphic novel van Van De Pol genietbaar maakt zijn de monologen en gesprekken die zo oeverloos en banaal zijn dat ze lachwekkend worden. Dat heeft alles te maken met zijn perfecte timing. Van de Pol gebruikt zogenaamde stilteplaatjes, waarin men even lijkt te pauzeren, te reflecteren desnoods. De combinatie van een serieuze benadering van complete onzin is subliem uitgewerkt. De manier waarop Harry wordt opgenomen in de club en de plannen die gesmeed worden zijn zo aandoenlijk dat je ergens hoopt dat ze slagen: om te zien hoe verrast de heren zelf zijn door hun onvermoede daadkracht.

Er zit vaak een grafisch kantelpunt in het werk van Van de Pol. Het lijkt alsof hij na verloop van tijd per se uit de band wil springen, alsof hij het nodig vindt om het klassieke stripidioom vaarwel te zeggen en zich over te geven aan een onbedwingbare zin in dwaze experimenteerdrift. Dan veranderen de pagina’s in kijkplaten vol grillige vormen. In De Gevoelige Mannenclub komen die pagina’s regelmatig terug: ze laten een reusachtige Vera zien, die zich als het ware achter het kadergrid bevindt.

In het geval van De Gevoelige Mannenclub pakt dat goed uit: deze grafische afwisseling past prima in het verhaal. Sterker, het zet de verschillen tussen Vera en dokter Cagliari enerzijds en Harry met de gevoelige mannen anderzijds krachtiger neer. Harry en de zijnen dwalen maar wat, zijn niet werkelijk in staat iets te bereiken en houden elkaar vooral gezelschap. Ze beplakken elkaar met complimenteuze post-it papiertjes, gaan sjoelen en doen een stilte-retraite (‘Noem het een stukje zijns-oriëntatie. Harry moet afdalen in zijn eigen ik om zo te ontdekken wat essentieel voor hem is’). Daar past een rustige bladspiegel bij, met gewone stripkadertjes. Hier zijn de vier klungels de stellende trap.

Bij Vera en Cagliari gebeurt alles in de vergrotende trap. Vera is om te beginnen reusachtig, met aderen als kabels en handen die meerdere mannen kunnen fijnknijpen. Zie ook het doel van dokter Cagliari: hij wil van de emotionele en kwetsbare Vera de meanest modderfokking bad-ass bitch maken. De dokter is verdwaasd, zijn denkbeelden zijn ronduit onbenullig. Zijn enige doel lijkt alles en iedereen te willen overtreffen.

In Spotters, Van de Pols vorige graphic novel uit 2016, was er al sprake van zo’n kantelpunt: ook daar experimenteerde hij met paginagrote illustraties, droomachtige sequenties en vreemde toestanden. In dat verhaal wordt een geliefde getroffen door kanker en zet Van de Pol de grillige afwisseling in om emoties uit te beelden. Dat werkte prachtig. In De Gevoelige Mannenclub is het minder dwingend; het is vooral een manier om de kolder van dokter Cagliari uit te beelden en die af te zetten tegenover de lulligheid van de mannenclub.

Wie een helder plot verwacht komt bedrogen uit. Het verhaal komt abrupt ten einde, met een gelukkige Cagliari (nemen we aan) en een paar montere mannen die uiteindelijk in alles wel iets positiefs ontdekken. Wie wil, ziet er een metafoor in voor de onmacht die de gewone man ervaart als die zich geconfronteerd ziet met zaken waar hij niet tegenop kan, maar dat is vast te ver gezocht. Van de Pol wil vooral zijn enthousiasme voor gewone figuren overbrengen. En daarbij: misschien dat de gekte van Cagliari helemaal niet zo ver van ons af staat. Wie de kans krijgt streeft zijn idealen na. Zo werkt het nu eenmaal, Harry.

Stefan Nieuwenhuis

Michiel van de Pol – De Gevoelige Mannenclub. Scratch. 112 blz. € 24,90.

1

Reacties