Deze zomer zal eindelijk meer licht worden geworpen op de figuur van de Betuwse schilder Jan van Anrooy (1901-1988). De Stichting Kunst en Cultuur West Betuwe kondigt voor juni 2021 de verschijning aan van een monografie over de omstreden schilder van de hand van Jef de Jager, tegelijk met een kunstroute door de Betuwe, waar op verschillende locaties werk van Van Anrooy te zien zal zijn.

Jef de Jager (1949) publiceerde eerder een roman en verhalenbundel bij de Bezige Bij, alsmede enkele bedrijfsgeschiedenissen. Dit is zijn eerste schildersmonografie. Verwacht mag worden dat hij zich daarin niet alleen tot het werk van Van Anrooy beperkt, maar ook op zijn politieke verleden ingaat. De schilder Jan van Anrooy kwam in 2014 in het nieuws omdat in het Gemeentehuis van zijn laatste woonplaats Geldermalsen veertien schilderijen van hem bleken te hangen, tot op de kamer van de burgemeester toe, hoewel hij tijdens de oorlog bekend stond als de officiële NSB-vertegenwoordiger in de gelijkgeschakelde kunstwereld. Van Anrooy had toen een hoge functie op het Departement voor Volksvoorlichting en Kultuur, waar hij altijd trots zijn NSB-insigne droeg, Seys Inquart had hem plaatsvervangend hoofd van het schildersgilde bij de Kultuurkamer gemaakt, onder de schilder Ed Gerdes, en hij was belast met Het Nederlandse Kunsthuis in Amsterdam. In dat fraaie, nieuw opgezette kunstcentrum aan het Rokin werd uitsluitend ‘niet-ontaarde’, ‘arische kunst’ verkocht, en voor wie niet wist wat dat was, maakte de tentoonstelling ‘Wansmaak en Gezonde Kunst’ dat wel duidelijk. Ook was bekend dat de NSB-schilder tijdens de Bezetting delegaties van bij de Kultuurkamer aangesloten kunstenaars naar het nazistische Duitsland begeleidde en radiotoespraken voor de gelijkgeschakelde omroep hield.

Van wat Jan van Anrooy voor en na de Tweede Wereldoorlog deed, is tot nu toe veel minder bekend, afgezien van enkele kleinere tentoonstellingen in de jaren voor zijn dood, toen hij weer in de Betuwe woonde. Lang was Van Anrooy persona non grata geweest in Nederland, een schimmige, besmette figuur uit een periode die, dacht men, voorgoed voorbij was. Zo was er op internet een verwijzing te vinden naar een groot artikel dat Van Anrooy in de NSB-krant Volk en Vaderland publiceerde, waarin hij zich sterk maakte voor de door de nazi’s gepropageerde ‘geaarde kunst’, en een pamflet over het Nederlandse leger en de NSB, dat hij in 1940, kort na de capitulatie bij Musserts NSB-uitgeverij NeNaSu liet verschijnen.

Pas een jaar voor zijn dood in 1988 interviewde Van Anrooys Trichtse vriend en buurman Bas Roodnat hem opvallend groot in NRC Handelsblad over de oogziekte die hij op latere leeftijd kreeg en de invloed daarvan op zijn schilderen. Verder hingen er in 2008 enkele werken van hem op een groepstentoonstelling in Het Weeshuis in Culemborg, waar in de catalogus voor het eerst op zijn oorlogsverleden werd ingegaan. Ten slotte was er in 2015 nog een in 1942 door het Departement voor Volksvoorlichting en Kultuur verworven bloemstilleven van Van Anrooy te zien op de overzichtstentoonstelling ‘Geaarde kunst’ in het Museum van Arnhem.

Na de ontdekking van de veertien schilderijen in het West-Betuwse Gemeentehuis in 2014 heeft de gemeentevoorlichter J.C. van Leeuwen een vrij uitvoerig, voorlopig rapport voor het Gemeentebestuur over de oorlogsjaren van schilder opgesteld. Uit dit onderzoek in onder meer het Nationaal Archief blijkt dat Van Anrooy zich in de oorlog soms op zijn banden met de SD beriep en dat hij zich bij de SD beijverde om in het bezit te komen van de woning van de naar Engeland uitgeweken joodse schrijver Herman de Man. Na diens overhaaste vertrek naar Londen, waar hij voor Radio Oranje ging werken, waren De Mans joodse vrouw en hun vijf kinderen in hun huis in Berlicum opgepakt en op transport naar Duitsland gesteld, waar ze werden vermoord.

In mei 1945 werd Van Anrooy vanwege zijn zware collaboratie gearresteerd en door de Bijzondere Rechtspleging tot drie jaar cel veroordeeld, met ontzetting uit het kiesrecht voor tien jaar. Die gevangenisstraf heeft hij echter niet uitgezeten, omdat al snel enkele plaatselijke notabelen zich sterk voor hem maakten, waarop hij onder toezicht werd vrijgelaten.

Uit het gemeenterapport uit 2015 komt Van Anrooy naar voren als een egoïstisch, welbespraakt iemand, die iedereen om zijn vinger wist te winden en voor een leugentje meer of minder niet terugschrok. In de Culemborgse catalogus was al beschreven hoe hij na zijn voortijdige vrijlating net als veel andere voormalige NSB’ers naar Zuid Afrika emigreerde, waar hij bevriend raakte met de schrijver en criticus Jan Greshoff. Toen deze echter vanuit Nederland van zijn nazi-sympathieën hoorde, verbrak hij onmiddellijk alle contact met Van Anrooy. Zijn schilderwerk kon hij nog altijd waarderen, schreef Jan Greshoff hem in een bewaard gebleven brief, maar Van Anrooys karakter niet, ‘en wel in zulk een mate dat ik zou weigeren mijn naam met de uwe te verbinden door een woordje in uw catalogus te schrijven’.

In het boek van Jef de Jager zorgt de Betuwse historicus Chris van Esterik nu voor een voorwoord.

Reinjan Mulder

Intekenen op Jan van Anrooy. Symfonie van de Betuwe kan via de Stichting Kunst en Cultuur West Betuwe

Afbeelding: detail Jan van Anrooy. Symfonie van de Betuwe

8