Beauty will save the world

Vladimir ‘Virtuosovitch’ Nabokov (ik reik hem mijn eervolle epitheton, alleen al op basis van zijn uit 1955 daterende roman Lolita, gaarne aan) moest niets hebben van Sigmund Freuds psychoanalytische theorieën. Nabokov noemde Freud spottend de Weense kwakzalver (the Viennese quack) dan wel the witch-doctor (de medicijnman).
        Waarom dit zo is valt niet moeilijk te raden, als men bedenkt dat Nabokov vanaf zijn vroegste jeugd in de velden rond Sint Petersburg verslaafd was aan het wegvangen van zo ongeveer de schoonste der insecten, de vlinder, om die vervolgens met een in ether gedrenkt watje dood te maken, zoals hij met bijna sadistisch genoegen vermeldt in hoofdstuk VI van zijn autobiografie Speak, Memory.

In het Engels staat dit ritueel er zo:

The soaking, ice-cold absorbent cotton pressed to the insect’s lemurial head; the subsiding spasms of its body; the satisfying crackle produced by the pin penetrating the hard crust of its thorax; the careful insertion of the point of the pin in the cork-bottomed groove of the spreading board; the symmetrical adjustment of the thick, strong veined wings under neatly affixed strips of semitransparent paper. (p.95).

Men kan zijn ogen moeilijk geloven bij het lezen van deze regels, maar in het Nederlands staat er toch echt dit:

Het doordrenkte, ijskoude absorberende watje, aangedrukt tegen het maki-kopje van het insect; de afnemende schokjes van zijn lichaam; het aangename geknisper dat de speld teweeg brengt bij het binnendringen in het harde schild van zijn borstkas; het secuur steken van de speldenpunt in de bodemgroef van het kurken prikbord; het symmetrisch uitvouwen van de stevige, fors beaderde vleugels onder netjes bevestigde stroken half doorzichtig papier.

Het schijnt dat een met glas afgedekt houten kistje, waarin de vlinders in evenwijdige rijen vastgepind staan, in het lepidoptoristen jargon een ‘vlinderboek’ genoemd wordt, waarin de vlindervriend naar hartenlust kan lezen. Nabokov ging prat op het verzamelen van een hele ‘vlinderbibliotheek’, die jammer genoeg in Rusland moest achterblijven en verloren ging, toen de aristocratische familie in 1917 moest vluchten voor de Bolsjewieken.
        Een nieuwe bibliotheek werd later in Amerika met een ruim bemeten meester-prikkenbeen-net onverminderd enthousiast uit de lucht geslagen.
        ‘Beauty will save the world,’ zegt Nabokov ergens.
        Ik kan alleen niet meer vinden waar.

L.H. Wiener

1