De vloeibare moraal

Er zijn niet heel veel mensen die met plezier naar de tandarts gaan en als je van tevoren weet dat een van de hoofdpersonen in de roman van Auke Hulst, Vos Jacobsz, tandenjager is die op slagvelden de gave tanden van omgekomen soldaten wegbeitelt, dan moet je wel even slikken voordat je met lezen begint. Je moet even door wat heftige passages heen voordat je niet meer op de hielen wordt gezeten door je eigen tandartstrauma’s. En dat kan ik iedereen aanraden, want Tandenjager behoort met zijn rijke thematiek die verder gaat dan de ivoren wachters tot de beste boeken die ik dit jaar gelezen heb.

Een van de interessante lijnen in het boek betreft de vraag of je kunt ontkomen aan de sociale laag waarbinnen je bent opgevoed. Vos probeert het door niet alleen tanden te roven, maar ook de mooiste tanden te bewaren voor zichzelf zodat hij in Londen een peperduur kunstgebit kan laten maken. We zitten aan het begin van de negentiende eeuw en Vos komt uit een gezin waar de moeder hoogstwaarschijnlijk is bezwangerd door de baron voor wie ze werkte. Door haar uitverkoren positie had ze toegang tot de bibliotheek en daardoor tot een andere wereld. Na de komst van Vos werd ze in een huwelijk gedwongen met ‘een houthakker’ en dat is niet helemaal haart type.

Van vrijheid zou hij maar van de leg raken, verplichting was zijn ordenend principe. Hij sliep niet bij moeder in de stee, maar op de vloer – ze leefden gescheiden van wereldbeeld en bed.

Vos wil net als zijn moeder tot de betere wereld horen, bij de mensen met de mooie tanden.

De soldaat Amadeo is juist degene die zich onttrokken heeft aan de sociale laag waartoe hij behoort, weg van de bezittende klasse. Het is een noodlottige keuze, want de vrouw op wie hij verliefd was, Margaux, volgde hem niet in zijn keuze. Als Amadeo sneuvelt, berooft Vos hem van zijn tanden en dat worden de tanden van zijn nieuwe gebit. En dat nieuwe gebit verschaft hem toegang tot de betere kringen, de kringen van Margaux.

Tandenjager is een historische roman, voortgedreven door een ingenieus plot, met een extra gothic verhaallijn waar ik verder niets over mag zeggen of schrijven (dat heeft de schrijver me bevolen toen ik hem interviewde). Maar misschien valt Tandenjager het meeste op door de stijl. Als oud-jurylid van de Tzum-prijs ben ik gespitst op bijzondere formuleringen. Op elke bladzijde vind je zinsconstructies en woordkeuzes die in het oog springen. Als Vos voor het eerst met Margaux naar haar buitenverblijf vertrekt, moet hij haar buiten Amsterdam opwachten tot ze hem oppikt in haar koets. Het is akelig weer.

In de rand van zijn hoed heeft zich een ondiepe slotgracht van regen gevormd.
’s Zomers vindt ze de stad ondraaglijk: de kleinsteedse benauwdheid, de wasem van pootaarde en leerlooierijen, de stratendrek die is blijven liggen omdat de stadsreiniging is uitbesteed aan lieden die lever geld dan vuil opvegen.

Beeldspraak, een opsomming, een terloopse alliteratie, een knipoog naar het heden: het is allemaal in deze twee zinnetjes terug te vinden.

Of wat te denken van deze beschrijving van nachtelijk Londen:

Er zijn mensen die zich overdag niet durven te vertonen uit gêne voor de kleren die ze uit lapjes, fluweel, linnen, tapijt en scheepsvlag hebben moeten samenstellen, er zijn lords en lady’s die in koetsen passeren en met minachting door de gordijnen gluren, walgend van de plaag die hun uitzicht bezoedelt, er is poppenkast en hoerenkast, de etalages van winkels flakkeren met het licht van olielamp en vetkaars, de ramen van taveernes gloeien als sintels – dit is de stad van de meute, van ruzies en rellen, van straten waarin lichaam op lichaam wordt geperst, zweet op zweet, waar gemoedstoestanden kunnen opvlammen gelijk ziektes en brandhaarden. […] Het nachtcircus van de vloeibare moraal valt wat Vos betreft te verkiezen boven de harde hypocrisie van de dag.

Nederlandse critici van het slag less is more hebben vaak moeite met schrijvers die zinnen langer dan tien woorden kunnen formuleren. Ik kan er van genieten. Dat deze roman niet op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs staat, vind ik onbegrijpelijk. Er bestaan gelukkig ook nog andere prijzen.

Coen Peppelenbos

Auke Hulst – Tandenjager. Ambo|Anthos, Amsterdam. 432 blz. € 26,99.