Recensie: Adriaan van Dis – Alles voor de reis
Stel je liefde te boek
Wat afwijkt moet onder de radar blijven. Afwijken doe je al snel met een relatie die niet voldoet aan het monogame heteroseksuele model, zoals de verteller van Alles voor de reis en Eefje hebben. Zij leeft al heel lang met een andere man samen en hij heeft lang gedacht dat hij homoseksueel is. Toch houden ze het tientallen jaren samen vol, vol liefde voor elkaar. In zijn nieuwe roman Alles voor de reis doet Adriaan van Dis verslag van die liefde. De verteller, die naamloos blijft, beschrijft de laatste maanden van Eefje in het hospice en weeft daar hun liefdesgeschiedenis door. De keuze voor het hospice is het gevolg van hun liefde. Daar kan zij ook hem ontvangen en niet alleen de man met wie ze officieel een relatie heeft. ‘De Ander’ noemt de verteller hem consequent.
Kunst en moraal zijn één, schreef Iris Murdoch, de koningin van de ingewikkelde relaties in zowel haar persoonlijke leven als in haar romans, in haar essay ‘The Sublime and the Good’. ‘Hun essentie is dezelfde. De essentie van beide is liefde.’ Dat Van Dis 38 jaar een relatie met regisseur Ellen Jens heeft gehad, was al voor het verschijnen Alles voor de reis geen geheim. Nu hij die liefde heeft verwerkt tot een roman wordt er niet alleen literair, maar ook moreel geoordeeld. De illusie dat alleen monogame heteroseksuele relaties zaligmakend zijn mag blijkbaar niet aan het wankelen gebracht worden gebracht met voorbeelden van het tegendeel. Maarten Moll trekt in Het Parool kunst en moraal uit elkaar. Hij weigert verteller en auteur van elkaar te scheiden (‘ik blijf de ik-verteller en de schrijver als één persoon zien’) en bespreekt Alles voor de liefde als een wedstrijdje ver pissen. Hij beschuldigt Van Dis van ‘genoegdoening’ en claimgedrag. Zonder een literair argument te gebruiken kwalificeert hij Alles voor de reis als ‘wraaktherapie’.
‘Misschien vind ik zelfs dat hij een grens overgaat’, schrijft Marja Pruis in De Groene Amsterdammer. Zij heeft er moeite mee dat de Ander niets over deze roman te zeggen heeft. Maar is het niet de taak van de schrijver om grenzen te overschrijden? Van Dis positioneert Alles voor de reis nadrukkelijk als roman, een roman ‘over liefde en leugens’. Ellen Jens is volgens Pruis ‘in a way de meest getrouwde vrouw’. Zou het niet juist een leugen zijn om onbenoemd te laten dat niet alle huwelijken zo monogaam zijn als ze eruit zien? En wordt er binnen een monogame relatie tussen twee personen nooit iemand gekwetst? Een groot deel van de literatuur gaat immers over moeilijkheden in relaties. Misschien, zelfs, kon Eefje zo lang getrouwd blijven met de Ander omdat ze nog een geliefde had. Een ‘vakantievriendin’, zoals de psychiater van de verteller de situatie licht spottend beschrijft, die voldoende spanning en lichtheid bood om het leven te dragen. De vorm van hun liefde is misschien voor sommige lezers afwijkend, de inhoud is dat niet: ze zijn gelukkig en lief voor elkaar. De hoofdpersoon cijfert zich soms weg voor de wettige echtgenoot, maar heeft aan de andere kant weinig last van sleur en sleet. En hij is misschien wel te beschadigd voor een fulltime relatie, denkt hij.
Zij cijfert zich overigens ook vaak genoeg weg. Haar positie als professionele vrouw is misschien wel alleen mogelijk als ze niet te veel ruimte inneemt en niet te veel voor zichzelf opeist. Het zijn de mannen die zij regisseert die beroemd worden en schitteren. Het zijn de mannelijke collega’s die veel verdienen. Dat laat de verteller ook zien. Die gelaagdheid, waar Van Dis niet veel woorden voor nodig heeft en zeker geen grote woorden, maakt deze roman zo goed.
Alles voor de reis is niet alleen een liefdesroman, maar ook een rouwroman. ‘Stel het leed te boek’, citeert Van Dis de zeventiende-eeuwse dichteres Tesselschade Roemers in een interview met Buitenhof. Roemers schreef dat aan Constantijn Huygens na het overlijden van zijn vrouw. Schrijven tempert de rouw en maakt de overledene onsterfelijk.
De staccatotoon en de korte hoofdstukjes waarin van Dis zijn requiemroman heeft geschreven passen bij het afscheid van het leven. De geliefden hebben elkaar nog heel veel te vertellen en dat gebeurt vaak fragmentarisch vanwege pijn en verdriet. In het hospice, waar voor hem op gezette tijden een bed aan het hare geklikt wordt, gaan de verteller en Eefje op reis. Ze herbeleven gezamenlijke reizen en, veel interessanter, vertellen elkaar via reizen die ze tijdens hun adolescentie maakten over hoe ongelukkig ze toen waren. Eefje als rechtenstudent in Leiden, bij familie in Canada en thuis bij haar ouders waar ze na haar kandidaatsexamen een depressie en een eetstoornis ontwikkelt. Haar oud-lerares Grieks, die met een man en een vrouw samenwoonde, redt haar. Ze komt vaak op bezoek en ze lezen en praten samen tot Eefje voldoende hersteld is en als scriptgirl solliciteert bij de tv. Bij haar eerste opname, over François Villon, zit haar toekomstige geliefde in het publiek. In hun relatie, die pas veel later begint, zal poëzie een rode draad blijven. Ook van die liefde voor taal en literatuur is Alles voor de reis een getuigenis.
Altijd geheimzinnig blijven voor elkaar wilden de geliefden. Dat lukt ze bijna vier decennia. Pas op haar sterfbed vertellen ze elkaar gedetailleerd over hun eerste liefdes. Voor hem was er de Israëliër Ilan en een iets jongere vrouw met wie hij vijf jaar samenwoonde en voor haar een adellijke jongen die haar stalkte, in de smaak viel bij haar ouders en die zichzelf van het leven beroofde. Zijn liefde voor mannen neemt zij niet erg serieus: ‘Je weet niet half hoe heteroseksueel je bent.’ Ook hier lijkt wat afwijkt onzichtbaar te moeten blijven.
Marie-José Klaver
Adriaan van Dis – Alles voor de reis. Atlas Contact, Amsterdam. 201 blz. € 22,99.

