Recensie: Roel Richelieu Van Londersele – De geheimen van de literatuur
Een blik achter de literaire coulissen
Een boek dat tegelijk een blik wil bieden achter de schermen van de literaire scène als beginnende auteurs concrete adviezen wil geven. Dat is de dubbele ambitie van De geheimen van de literatuur van Roel Richelieu Van Londersele (73). De ondertitel Mijn wilde jaren met onze grote schrijvers in combinatie met de verwijzing naar auteurs als Hugo Claus, Louis Paul Boon en Jeroen Brouwers schept een bepaalde verwachting. Als lezer verwacht je dan boeiende anekdotes en onthullingen. Helaas wordt die verwachting maar deels ingelost.
Wie verslingerd is aan literatuur krijgt ook al eens graag een inkijk in de coulissen van de literaire wereld. Roel Richelieu Van Londersele, die sinds de jaren ’70 actief is als dichter en romanschrijver, werpt zich graag op als gids in die coulissen. In De geheimen van de literatuur vertelt hij verhalen en anekdotes over zijn contacten met uiteenlopende auteurs, gaande van Hugo Claus en Louis Paul Boon tot Marcel van Maele, Menno Wigman en Paul Snoek.
‘Waar zijn de vrouwen?’ hoor ik u misschien denken. Richelieu Van Londersele moet in zijn voorwoord erkennen dat de vrouwen ‘uitblinken door hun afwezigheid’. Dat heeft volgens hem vooral te maken met het feit dat de mannelijke auteurs het literaire landschap een tijd lang gedomineerd hebben. Maar die tijd is voorbij, zo voegt hij er snel aan toe. ‘Voorbij, want de vrouwen hebben de fakkel overgenomen,’ schrijft hij.
Wat snel blijkt uit de grabbelton aan literaire anekdotes en ontmoetingen die Richelieu Van Londersele presenteert, is zijn voorkeur voor de jaren ’70 en ’80. Zo schetst hij bijvoorbeeld met enige heimwee de hoogdagen van de Hotsy Totsy, de bekende kroeg van Guido Claus – broer van Hugo Claus – waar de Gentse beau monde zich destijds graag liet zien en waar in 1983 ook Het verdriet van België van Claus werd voorgesteld.
Zijn alle opgediste anekdotes en verhalen even interessant en onthullend? Nee, zeker niet. Maar de inkijkjes die Richelieu Van Londersele geeft, zijn wel vaak amusant en soms ook veelzeggend. Zo bevestigen de contacten met Hugo Claus bijvoorbeeld dat de man ook in gewone gesprekken aan de lopende band literaire oneliners produceerde. De lezer komt ook te weten waarom er wat frictie was tussen Claus en Willem Elsschot. Dat had namelijk te maken met het feit dat Elsschot De metsiers van Claus blijkbaar maar niks vond.
Niet alle verhalen zijn even ‘nieuw’. Zo komt Richelieu Van Londersele nog eens terug op het verhaal dat Louis Paul Boon op 10 mei 1979 aan zijn schrijftafel is overleden, terwijl hij de dag nadien was uitgenodigd op de Zweedse ambassade, een uitnodiging die mogelijk te maken had met de Nobelprijs.
Een van de meest amusante anekdotes is die over de editie van de Boekenbeurs waarbij Richelieu Van Londersele naast Jeroen Brouwers en televisie-persoonlijkheid Evy Gruyaert zit. Die laatste heeft net een groot succes met haar loopboeken en het is bijzonder lang aanschuiven voor een gesigneerd exemplaar. Het contrast met de leegte voor de signeertafel van Brouwers is groot. De manier waarop Richelieu Van Londersele beschrijft hoe de opborrelende ergernis van Brouwers langzaam maar zeker tot een kookpunt komt, is om te smullen.
In het tweede deel van het boek serveert de auteur een reeks adviezen voor beginnende auteurs en dichters. Richelieu Van Londersele leunt daarbij op zijn eigen ervaring, niet alleen als romanschrijver en dichter, maar ook als schrijfdocent. Sommige tips zullen zeker nieuwe inzichten geven aan debuterende auteurs. Maar soms spreken de ‘metiergeheimen’, zoals Richelieu Van Londersele zijn adviezen noemt, elkaar ook tegen. Zo suggereert hij eerst om schrijvers te lezen ‘op wie je jaloers bent of die je ontmoedigen, van wie je denkt, oei dat ga ik nooit kunnen’. Maar amper twintig pagina’s later zegt hij ook dat het ronduit fout is om ‘James Joyce en consorten’ als voorbeeld te nemen. ‘Boeken uit de Literatuur met de hele grote L die in vele universitaire overzichten staan, maar die niemand leest, gaan je niet helpen.’
Sommige claims zijn ook ronduit betwistbaar. Zo maakt hij zich sterk dat Nederland niet op Vlaamse schrijvers zit te wachten. ‘Recent zijn alleen Boon en Claus erin geslaagd een Nederlands publiek te bereiken,’ klink het. Daarmee gaat Richelieu Van Londersele volgens mij te gemakkelijk voorbij aan het (verkoop)succes dat onder meer Tom Lanoye, David Van Reybrouck, Lize Spit en Griet Op de Beeck de voorbije jaren hebben gehad in Nederland.
Maarten De Rijk
Roel Richelieu Van Londersele – De geheimen van de literatuur. Borgerhoff & Lamberigts, Gent. 248 blz. € 22,99.

