Recensie: Kristine Bilkau – Schiereiland
Schijngestaltes
Wanneer je opgroeit, wil je losbreken, een zelfstandige entiteit worden, maar je blijft altijd een schiereiland, verbonden met je ouders, de plek waar je op de wereld bent gezet, de omgeving waarin je opgroeit, de geschiedenis van een streek, land, werelddeel, van een familie. Kristine Bilkau onderzoekt dit proces behoedzaam in de met de Leipziger Buchpreis bekroonde roman Schiereiland.
Na de voortijdige dood van haar man Johan blijft bibliothecaresse Annett achter met haar jonge dochter Linn in een oud huisje op een schiereiland in het noorden van Duitsland. Johan is gaan joggen en kwam niet meer thuis. Annett heeft altijd in eufemismen gesproken, kon het nooit benoemen, eenvoudig zeggen dat hij dood was, heeft Linn in dat kader altijd beschermd. Het hebben van een kind heeft Annett verbeeldingskracht gegeven, in die zin dat ze overal beren op de weg zag, en nog steeds ziet, terwijl Linn volwassen is, afgestudeerd is, een carrière volgt. Angst voor herhaling.
En, iets dat in feite Annetts leven helemaal op losse schroeven zet, die carrière ook voortijdig beëindigd, gewoon bij een bakker achter de toonbank wil werken in het dorp waar ze is opgegroeid. Met een goed recht, Linn volgt haar geweten, maar om dat te beseffen moet Annett door een proces, dient ze de waarde van ‘een kleine wereld’ te aanvaarden. Mag je een kind verwijten dat je alles voor de toekomst hebt opgeofferd?
Was dit waarvoor ik na haar eindexamen mijn hypotheek had verhoogd en vijf jaar lang haar studie had betaald? Was dit waarvoor ik mezelf zoveel had ontzegd, nieuwe kleding, etentjes. Op bezoek gaan bij vrienden in Hamburg, het theater, boeken, reizen sowieso, dat allemaal?
Die druk zorgt voor afstand, voor tegendraadsheid vaak. Annett trekt zich te veel van de buitenwereld aan. Wat zal het dorp wel niet denken als Linn, de ambitieuze milieumanager, die dacht dat ze het verschil kon maken, ineens zo’n eenvoudige baantje neemt, achter de balie het brood snijdt. Een ‘mislukking’ die Annett in eerste instantie als een persoonlijke nederlaag ervaart.
Het boek opent in medias res, wanneer Annett, inmiddels een vijftiger, verneemt dat haar dochter bij een congres in Berlijn is flauwgevallen, opgenomen moest worden in een ziekenhuis. Alles heeft Annett voor haar opgeofferd. In zekere zin – het bekende verhaal van ouders – heeft ze in haar dochter haar eigen ambities waar willen maken. Ja, het beste met je kind voorhebben, is op zich mooi, maar vaak wel beklemmend, eerder remmend dan stimulerend.
Naast Annett zijn twee vrouwen en een man komen wonen, een woongemeenschap, ongebruikelijk voor die omgeving. Dat is althans de mening van Annett. Bilkau heeft een zekere laconieke stijl. Het heeft iets weg van slow-cooking. Langzaam, in een no-nonsense taal, laat ze alle ingrediënten sudderen tot het hoofdgerecht geserveerd kan worden. Geen schokkende details, geen frappe, geen plot, nou vooruit een kleine twist aan het einde, maar alles in dienst van het groter geheel: de wisselwerking tussen moeder en dochter, tussen de personages en de omgeving. Een roman van dit niveau heeft ook geen tierlantijnen nodig.
Ik wilde Linn klaarstomen voor deze wereld, voor een toekomst die me onzeker en ja, soms duister voorkomt. Ik wilde haar zoveel als maar kon meegeven. Maar daaruit ontstaat bijna vanzelf een keten. Uit zorgzaamheid ontstaat hoop, hoop verandert in verwachting, verwachting wordt, als je het niet op tijd doorhebt, teleurstelling.
Het is een opgave om een kind op te voeden, maar de grootste uitdaging is om het werkelijk los te laten, om het een eigen weg te laten zoeken, het onvoorwaardelijk te steunen in de keuzes die worden gemaakt, zonder oordeel. Voor Linn ‘is het allemaal een beetje te veel geworden’. Ze komt een tijdje weer bij haar moeder wonen.
Een generatie van buitensporig zorgzame ouders heeft een generatie jongvolwassenen opgevoed die niet in staat zijn crises te doorstaan.
Daar staat tegenover dat oudere generaties hun kinderen aan hun lot overlieten. Over gevoeligheden werd niet gesproken, vaak ontbrak het zelfs aan enig lichamelijk contact. Je werd gewassen, gevoed en gekleed. Voor de rest moest je niet zeuren. Bilkau onderzoekt in Schiereiland de mogelijkheid van een tussenweg. Annett heeft duidelijk nog iets van de ‘niet-zeurengeneratie’ in zich, wilde het beslist anders doen. Is ze daarin doorgeslagen?
Die discrepantie heeft haar verscheurd. ‘Hoe moet het nu verder?’ Een vraag als een verwijt, vol teleurstelling. Annett weet eenvoudigweg niet hoe ze zich moet gedragen. Datzelfde overkomt haar ook wanneer ze iets krijgt met de veel jongere man uit de woongemeenschap.
Naast dit alles weet Bilkau de gewetensnood van Linn mooi te gebruiken om onderliggend in de roman milieuproblematiek aan te kaarten. Economische groei boven alles. Van de grootste nood een zakenmodel maken. Indien bedrijven, lokale overheden zelfs, niet aan de gestelde milieueisen kunnen voldoen, kopen ze gewoon emissiecertificaten op. Het bedrijf waarvoor Linn aan herbebossing werkte, aan op zich bewonderenswaardige projecten, is onderdeel van een holding, waarbij niet echt op de ecologische voetafdruk wordt gelet.
Er wordt door de leiding driftig heen en weer gevlogen in privévliegtuigen. Maar door de aankoop van voldoende certificaten kunnen ze zich toch afficheren als een klimaatneutrale onderneming. Die hypocrisie, die schijngestalte brengt Bilkau overtuigend in beeld. En juist daarvoor heb je romans nodig! Het wad, de natuur, de geestverschijningen en de mythes rond het schiereiland fungeren als mooi contrast tegen de harde (zaken)wereld.
Guus Bauer
Kristine Bilkau – Schiereiland. Vertaling: Ymke van der Staay. Cossee, Amsterdam. 222 blz. € 22,99.
