Tijdens de drooglegging van Amerika (1920-1933) bloeide de handel in drank als nooit tevoren. Maar behalve whisky en bourbon vloeide er ook veel bloed. Geweld is nou eenmaal het zwakzinnige broertje van illegaliteit. Carl Jeppson was een Zweedse drankstoker die aan die bruutheden niet meedeed. Hij verkocht zijn onversneden drank legaal aan de deur. De autoriteiten vonden Malört zo smerig dat het als medicinaal werd gekwalificeerd. Nu heb ik zo’n fles thuis. Heerlijk! Ik ben nu eenmaal dol op verhalen.