Recensie: Han Leeferink – De oosthoek van de Melkweg
Een verhaal om in te verdwijnen
Toen ik een jaar of vijftien was, typte ik dichtbundels van Vasalis over, op een mechanische typemachine waarvoor ik lange tijd gespaard had. Driehonderdvijftig gulden, weet ik nog. Dat deed ik, omdat ik ergens in een van de gedichten een mooie regel had gevonden, een die ik niet eens per se begreep, maar waarvan ik de geheime betekenis koesterde. Mijn docent Nederlands had mij een bundel van haar aangeraden. Hij dacht dat haar poëzie en misschien zelfs poëzie in het algemeen echt iets voor mij was. Voor mij was het voor het eerst dat ik poëzie las. Bij het lezen van De oosthoek van de Melkweg van Han Leeferink dacht ik hieraan terug, in de eerste plaats omdat het boek zo direct een beroep doet op dat onderbewuste, dat niet-begrijpen terwijl je wel diep geraakt wordt, maar ook omdat ik in de docenten die hij beschrijft, die van mijzelf herken. Docenten, niet alleen die van Nederlands, zijn voor mij heel betekenisvol geweest.
Dit is een inleiding, maar ik had ook anders kunnen beginnen. Er lagen veel boeken op mijn bureau. Misschien wel te veel. Ik wilde ze allemaal lezen en ik wilde erover schrijven. Er is weinig dat ik liever doe dan dat, behalve zelf boeken schrijven en lesgeven misschien. Hoe de boeken op mijn bureau belanden, weet ik niet altijd. Ik heb daar zelf enige invloed op, zou je zeggen. Dat is ook zo, maar hoe ik keuzes maak, is mij een raadsel. De oosthoek van de Melkweg van Han Leeferink was er als laatste bijgekomen en toch besloot ik dit boek het eerste te gaan lezen. De rest die inmiddels behoorlijk aan het schreeuwen was, liet ik nog even liggen, juist omdat dit boek zo wonderbaarlijk stil was. Kan dat? Kan een boek stil zijn? Misschien moet je het boek even in je handen houden, dan begrijp je wat ik bedoel.
Drie keer is scheepsrecht. Nog één keer een inleiding. Wie dagelijks met jongeren werkt, weet hoe intens hun leven is en hoe kwetsbaar ze zijn. Hun wereld is een universum, op z’n minst een Melkweg. Niet heel lang geleden maakte een van mijn oud-mentorleerlingen een einde aan zijn leven. Bij het afscheid vertelde zijn vader dat zijn zoon, die in alle opzichten bijzonder begaafd was, de gedachten in zijn hoofd wilde stoppen, die onophoudelijke stroom van gedachten. De jongen liet een heleboel mensen achter die van hem hielden, in de eerste plaats zijn ouders en zijn zusje. De brief van Axl aan zijn zusje Lisa (door hem ‘vogelkind’ genoemd), waarmee Han Leeferink zijn boek De oosthoek van de Melkweg begint, raakt voor mij aan deze ervaring: ‘maar het lawaai van de wereld blijft maar rondzoemen in mijn hoofd. Hoe laat je de woorden via de woorden achter je?’ schrijft Axl aan zijn zusje. Dit boek heb ik in één ruk uitgelezen.
Na de proloog, die uit de brief van Axl aan Lisa bestaat, volgt het eerste deel: ‘Een scheur in de stof van de werkelijkheid’. Al gauw wordt duidelijk dat niet alleen Axl van de aardbodem is verdwenen, maar ook zijn zusje. Het perspectief ligt bij Tomas, die de uitvaart van Lisa bijwoont. Tijdens de uitvaart komen herinneringen aan haar boven, die nog van vrij recent zijn. Lisa was min of meer bij hem aangespoeld via een eerste ontmoeting in de boekhandel. Haar komen en gaan waren nog het best met golven te vergelijken, omdat Tomas eigenlijk bij iedere ontmoeting al voelde dat ze zich spoedig weer zou terugtrekken, tot ze helemaal niet meer zou komen. Lisa was een bijzondere persoonlijkheid. Toneel was haar passie, zozeer dat het daadwerkelijk haar leven werd en andersom. Bij ontmoetingen citeerde ze vaak complete teksten van allerlei dichters en schrijvers, waardoor het leek of zij in of door die teksten leefde, terwijl ze bij toneeloefeningen de andere acteurs tot wanhoop dreef, omdat ze voortdurend afweek van het script en improviseerde, alsof ze het echte leven in het stuk wilde brengen.
Wie zo’n personage schept, steelt het hart van de lezer, waarbij de lezer niet meer weet of dat de verdienste van de verteller is, of van het personage zelf. De ontmoetingen tussen Tomas en Lisa worden zo intiem beschreven dat het is alsof je er zelf bij bent. Je wilt daar niet meer weg, je wilt van nog veel meer ontmoetingen getuige zijn, waardoor je ook zelf in de rouw bent als je beseft dat het niet meer mogelijk is. Zo krijgt de scheur in de stof van de werkelijkheid een nog diepere betekenis.
In het tweede deel ‘Leviatan’ lees je meer over de achtergrond van Tomas. Lisa’s moeder heeft hem op de uitvaart een blauw koffertje en een brief van Lisa gegeven. Hij leest haar brief, maar vindt niet de moed om het koffertje te openen. Tomas heeft op jonge leeftijd zijn moeder verloren na een lang ziekbed en in zijn eenzaamheid schiep hij een denkbeeldig zusje, Martha. Zijn eenzaamheid lijkt op wonderlijke wijze een echo van die van Axl en Lisa. Hij was veel in de natuur, keek veel naar vogels en op een dag vindt hij aan de Groningse kust een dode walvis. De vraag is of hij zich die heeft verbeeld. Later blijkt dat er veel van dit soort getuigenissen van een soort ‘zeemonster’ zijn, waardoor de herinnering een haast mystieke betekenis krijgt. Terwijl herinneringen boven komen drijven, opent hij toch het koffertje dat vol zit met aantekeningen en briefjes van Axl en Lisa. Hij gaat ze sorteren.
In het derde deel lees je in de volgorde van Tomas alle aantekeningen van Axl en Lisa, waardoor zich hun hartverscheurende, maar ook bijzonder ontroerende geschiedenis ontvouwt. Niet alleen het eindeloze verlangen van Axl naar stilte en het verdwijnen, maar ook de relatie van deze broer en zus kruipen diep onder je huid. In dit deel wordt ook de bijzondere betekenis van verschillende docenten van Axl duidelijk. Zijn docent Nederlands geeft hem Paradise Lost van Milton. Kort daarna verdwijnt deze docent van school. Ook zijn natuurkundedocent maakt diepe indruk op hem, door de passie voor zijn vak, maar ook door de bijzondere aandacht die hij voor Axl heeft, van mens tot mens. In dit deel staan allerlei interessante gedachten van Axl, die daardoor een volwaardig personage wordt. Allerlei verwijzingen naar andere literatuur maken het deel rijk en nodigen uit om ook die andere boeken nog te gaan lezen.
Wie zelf ooit dagboeken heeft geschreven, voelt echter wel hoe de vorm van dit derde deel hier en daar behoorlijk wringt. Een dagboekschrijver zou niet op deze manier dialogen weergeven. Je ziet dat de verteller hier de fragmenten heeft aangevuld, waarschijnlijk om de lezer tegemoet te komen en deze van de nodige informatie te voorzien, waardoor het idee van een dagboekfragment juist weer wat ongeloofwaardig wordt.
Toch stoort het nauwelijks, omdat de gedachtegang van Axl zo intrigeert. Hij denkt na over het verhaal van de zondeval uit de Bijbel, waarbij Adam zich ineens bewust wordt van zichzelf. Het alleen maar ‘zijn’ zou een paradijselijke toestand zijn, waarin de mens nog één was met God. Door de zondeval is hij gespleten in een ‘zijn’ en een ‘zich daarvan bewust zijn’. Een echo hiervan vind je in het Johannesevangelie: ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het woord was God.’ Axl zoekt een manier om van de woorden in zijn hoofd af te komen en achter het woord, of misschien juist wel in het woord te verdwijnen, als in een mystieke ervaring.
Het vierde deel begint met een reflectie op het scheppingsverhaal. Deze verwijzingen naar de oorsprong in combinatie met de mysterieuze verdwijning van broer en zus, nodigen de lezer uit tot allerlei diepzinnige gedachten over de zingeving van het leven. De verdwijning van Axl is juist in haar onbevattelijkheid wonderschoon beschreven. In het vierde deel blijft de lezer nog zitten met die van Lisa. Hoe is zij aan haar eind gekomen? Daarvoor moet Tomas nóg een dun schriftje van haar moeder krijgen. Misschien was dat voor veel lezers niet nodig. De oosthoek van de Melkweg is onvindbaar. Daar kan een lezer van zo’n mooi boek mee leven. Daarom gunt hij het de verteller dat hij nog een paar stappen te veel zet om het boek af te ronden. Tomas vraagt zich aan het eind immers af of hij een roman kan schrijven, of hij alles zou kunnen schrijven wat in hem opkwam: ‘Zou hij dat kunnen? Zou hij een verhaal kunnen schrijven zonder enige vorm van zelfcensuur, zonder zichzelf beperkingen op te leggen?’ Vooruit dan maar. Ook niet alle gedichten van Vasalis vond ik nodig in de bundel. Toch typte ik de hele bundel over.
Dietske Geerlings
Han Leeferink – De oosthoek van de Melkweg. Nachtwind, Hilversum. 308 blz. € 24,50.
